Gerda schrijft

21 July 2004

Overal brand

Filed under: Columns — Gerda @ 8:11 pm

Ons favoriete restaurant ’t Luykje is afgelopen weekend uitgebrand.

Zo zo, nou nou, poe poe, zal de lezer nu ongetwijfeld denken, dat zijn nog eens zorgen die wereldschokkend zijn.
En inderdaad, nog afgezien van het feit, dat mijn stukjes nooit bijster wereldschokkend zijn, het is een klein zorgje.
Maar ja, waar kan ik verder in of in de buurt van Soest een eenpersoons kaasfondue eten? Mijn mannen lusten dat geen van allen en om nu voor mezelf al die moeite te doen, nee… Daarom was het zo heerlijk, dat ik daar een buitensporig lekkere en uitgebreide kaasfondue kon smikkelen.
Helaas, de komende 3 á 4 maanden zal dat dus geen optie zijn.
Bovendien hebben wij in het betreffende restaurant onze bescheiden “bruiloft” gevierd. Slecht 20 héél goede vrienden hadden wij uitgenodigd en geen enkel familielid. Maar dat terzijde, dat is weer stof voor een andere column, misschien, ooit…
Maar goed, uitgebrand dus.

Nu hebben wij een geschiedenis in dat soort dingen. Hebben wij een etablissement of iets dergelijks bezocht houd dan je hart maar vast. Vaak vindt kort daarna een vervelend of zelfs rampzalig incident plaats.
Enkele maanden nadat wij er een bijzonder fijne week hadden doorgebracht brandde Hotel De Plasmolen in Mook geheel af.
Na een plezierig Iers festival brandde enige weken later Evenementencentrum De Bonte Wever in Slagharen volledig uit.
We waren in de botanische tuinen in Haren, korte tijd later ging de subsidiekraan dicht en so much voor de fraaie tuinen van Haren.
Een week na een wandeling op de Pyramide van Austerlitz brak daar een bosbrand uit. Blushelicopters moesten worden ingezet.
Het Italiaanse restaurantje waar we graag kwamen eten, ging een paar dagen na ons laatste bezoek failliet.
Lekker gehapt in de Spaanse Tapasbar… een weekje later vond er een steekpartij plaats en de tent moest dicht op last van de politie en die klap is het barretje nooit te boven gekomen.
Enkele weken na onze wandeling in het gebied Het Groene Strand op Terschelling overstroomde het hele gebied en gingen talloze vogels dood.
Afijn, ik kan zo nog wel even doorgaan.
Dus als ik de laatste tijd in een onroerend goed ben geweest waar u, waarde lezer, woont of werkt, let dan op dat de brandblusapparatuur getest en paraat is.
Bij aardbevingen is het verstandig in de deuropening te gaan wachten tot het over is.
Weer iedereen die ook maar een béétje op een messentrekker lijkt.
Aan water en faillissementen is weinig te doen, maar je kunt alvast naar Zuid Amerika vertrekken. Al kun je daar ook verdrinken of failliet gaan.
En nu is dus ons favoriete restaurant het laatste slachtoffer. Maar deze keer is het beslist niet onze schuld, want ja, hoewel het erg lekker bier is, hun huismerk Brand is vrágen om moeilijkheden!
En wie zet dat dan óók nog eens zo prominent op de gevel?!?

www.luykje.nl

14 July 2004

Weerpraatje

Filed under: Columns — Gerda @ 8:08 pm

Wij wonen in het midden van het land.
Weerkundig gezien is dat geen onverdeeld feest.
Als het in het noorden regent, wonen wij plotseling in het noorden.
Als het in het zuiden regent, wonen we opeens weer in het zuiden.
Hetzelfde gaat op voor regen in het westen en oosten. Waar het ook regent, wij lijken er te wonen.
Wat betreft de zonnige dagen geldt hetzelfde maar dan net andersom. Schijnt de zon in het noorden, dan wonen we zomaar opeens in het zuiden van het land. Enzovoorts enzovoorts.
Héél frustrerend!Dreigende wolken boven ons huis

Dat is eigenlijk pas sinds afgelopen voorjaar zo. Voor die tijd bestond voor de meteorologen ook nog het midden van het land. Waarom wij plotseling zo mobiel door Nederland schichten, daar heb ik geen verklaring voor, maar het is beslist een feit.
Storm aan de kust? Soest ligt aan zee.
Onweer op Texel? Soest is een Waddeneiland.
Motregen in het oosten van het land? Soest ligt in de Achterhoek.
Is het droog in Nederland? Soest is verhuisd naar Duitsland.
En inderdaad, daar ligt er ook eentje en wij zijn geannexeerd of zo.

Afijn, allemaal onzin natuurlijk, ik heb gewoon de pest in de zomer van 2004.
Ik blijf er bij, dat het midden van het land meteorologisch gezien kennelijk is afgeschaft, maar dat doet aan mijn onvrede over de huidige zomer niets af.
Is me dat een afgang in vergelijking met voorgaande jaren! Ik heb allerlei leuke frisse hemdjes aangeschaft in de verwachting, dat het gewoon weer lekker warm weer zou worden.
Nou, tot nu toe is het bijna alleen maar lange-mouwen-weer.Ons besneeuwde tuinpad met de reusachtige voetafdrukken van mijn zoon

Nu hoor ik ook regelmatig zuchten van opluchting omdat het niet zo heet is als vorig jaar. Vaak van mensen die graag naar Spanje en Italië en zo gaan om de warmte op te zoeken. Héél vreemd…
Maar, zeggen ze dan, daar is de warmte heel anders dan in Nederland.
Oh ja, joh?
Daar zijn afgelopen jaren ook tig mensen overleden van de hitte, hoor. Niet dat ze daarvan zijn afgekoeld, welnee, het is véél te heet!
En daar is het zo mogelijk de laatste zomers nog droger geweest dan hier. Fijn, alweer een bosbrandje. Het was zeker nog niet warm genoeg.

Nee, volgens mij hebben die zonzoekers gewoon de pest in, dat het in Spanje 38 graden was en in Nederland óók, zodat ze voor Jan Doedel naar het zuiden zijn gereisd voor een heleboel geld.
Maar ik wil weer zo’n zomer als vorig jaar.
Heet! Te heet om eten te koken, ik schaf wel een of andere salade aan.
Te heet om je hoe dan ook te bewegen, rustig in de schaduw blijven zitten met een ventilator in je nek en een goed boek.
Prachtig weer voor koud bier en ijsjes. En vooral weinig doen.
Een lekker luie lome zomer.
Nu nog de siësta in Nederland invoeren…

7 July 2004

Impetigo

Filed under: Columns — Gerda @ 8:00 pm

Mijn oudste zoon had weer eens wat.

Grote blaren verschenen op zijn gezicht en bovenarmen. Om vervolgens allemaal vrijwel tegelijk te knappen en zijn bovenlijf in één grote open wond te veranderen. Alleen zijn neus stak als een witte oase puntgaaf uit de etterende puinhoop naar voren.
Excuses voor deze onsmakelijke details, maar ik hecht er belang aan dat de lezer mee kan leven, schreef zij grijnzend…

Natuurlijk kreeg hij dat op vrijdagavond, als de huisarts niet bereikbaar is en de huisartsenpost, zo wij dachten, het geval vast niet dringend genoeg zou vinden om er de weekendrust voor op te offeren.
Kortom, het was afzien tot hij maandagmiddag dan bij een huisarts terecht kon om zijn ellende te laten beschouwen. En geloof me gerust, het wás doffe ellende.
Het scheen verschrikkelijk te jeuken en het zag er allerwalgelijkst uit.

Hij zag er dan ook erg tegenop de weg naar de huisarts in de openbaarheid per fiets te moeten afleggen, dus heb ik hem maar even gebracht met de auto.
En dan nog had je de mensen bij de verkeerslichten moeten zien staren…
Maar ja, in de wachtkamer zat hij natuurlijk gewoon te kijk.

En dan is het heel typisch, dat mensen plotseling heel gewoon doen over zoiets. Allemaal zieligerds onder elkaar natuurlijk. Er zat bijvoorbeeld een mevrouw met een open been. Och ja, ook niet erg esthetisch. Dus Tim was gewoon een patiënt onder de rest van de patiënten. Daar werd hij wel iets vrolijker van.

De assistente wist mij te melden dat we absoluut naar de huisartsenpost hadden moeten gaan en dat hij daar beslist wel geholpen zou zijn.
Een mede-wachtende viel haar bij en deelde ons mee dat ze er altijd zo vriendelijk werd geholpen en als er een test was gedaan kreeg ze vaak dezelfde dag nog uitslag.
Nou, uitslag had de schat al meer dan genoeg, vond ik eigenlijk en zei dat dan ook..
De pret was groot. Zelfs mijn zoon moest grinniken en daar werd ik redelijk blij van, het was het eerste lachje in drie dagen.

Eindelijk mocht hij dan het heilige der heiligen betreden en brutaalweg stapte ik achter hem aan de spreekkamer in. Ja, ok, hij is bijna 24, maar als ik niet meega zal ik nooit weten wat hij nou eigenlijk precies heeft, hij is namelijk niet altijd even mededeelzaam.
De dokter had het in één oogopslag gezien, het was impetigo.
Nou, dat klinkt toch eigenlijk wel interessant, niet dan?

Helaas bleek de Nederlandse vertaling “krentenbaard” te luiden. Zowel Tim als ik hebben ter plaatse besloten, dat dat een officieel scheldwoord móét zijn!
Hoe dan ook, het stelde in feite niet veel voor, allemaal redelijk onschuldig, alleen wel erg veel impetigo in 1 keer. Meer een soort krentenbivakmuts en krentenshirt met lange mouwen. Een enorme krent, zal ik maar zeggen.
Erg besmettelijk, dat ook nog, maar als mijn lief en ik binnen drie dagen geen verschijnselen hadden dan was er niks aan de hand.
Kuurtje Prednison dan maar…

Pardon? Prednison? Dat is toch verschrikkelijk heftige troep?
Viel wel mee, het waren maar 5 mg pilletjes. Nou, ok ok ok!

Maar jeetje, dat Prednison is een soort chemisch dunschilmesje, zeg! Binnen een dag waren de blaren weg, twee dagen later zag het egaal rood en nu, 5 dagen later is het egaal roze. Kortom, hij is weer redelijk toonbaar, terwijl we echt dachten, dat het nooit meer goed zou kunnen komen.

Volgens mij is Prednison absoluut verschrikkelijk heftige troep.
En mijn lief en ik zijn gelukkig niet besmet… een hele opluchting!

Powered by WordPress