Gerda schrijft

23 June 2004

Dubbel

Filed under: Columns — Gerda @ 7:56 pm

Voetballen… wat heb ik er een hekel aan.

Dat heeft uiteraard wel een aantal oorzaken en de belangrijkste daarvan stamt uit mijn voormalig huwelijk.
Zodra er voetballen op de televisie was, was het van nul en generlei belang wat ik wilde zien, er was voetballen… punt!
Dus zat ik dan op de bank met een boek en probeerde me af te sluiten voor die druk pratende verslaggever, die zich werkelijk over alles opwond en met overslaande stem melding maakte van alle minimale feitjes die op dat grasveld plaatsvonden. Mijn ex zat intussen mee te pruttelen met die verslaggever en als er dan een doelpunt viel sprong hij op, stak zijn handen richting plafond en riep: JAAAA!!!

Dat zal hij ongetwijfeld nog steeds doen, maar ik hoef me er niet meer aan te storen.
Ik vind dit namelijk zeer vreemd gedrag.

Dan lopen daar 22 wildvreemde meneren in een grasveld achter een bal aan te draven met als ultiem doel die bal in een netje te schoppen en daarbij zijn dan allerhande hinderlijke regels van toepassing, die de boel verschrikkelijk bemoeilijken. En als dan één van die malloten daar eindelijk in slaagt, is dat reden tot diepe treurnis of grote vreugde, dat is geheel afhankelijk van de kleur van het T-shirt, dat de malloot in kwestie draagt.
Ik moet daar vreselijk van zuchten…

Maar nu is daar dan weer een EK. Ik heb nog geen seconde van een wedstrijd gezien, want mijn lief heeft net zo’n gruwhekel aan voetbal als ik. Met dit verschil, dat hij openlijk en oprecht hoopt, dat Nederland maar zo rap mogelijk zal zijn uitgeschakeld en ik stiekem toch hoop, dat ze héél ver gaan komen. Als ik het maar niet hoef te zien.
En als ik maar niet voortdurend word geconfronteerd met de maffe randverschijnselen. Mijn zoon, die opeens meent oranje kousen en een oranje shirt aan te moeten trekken. Om zich in Amersfoort in een kroeg tijdens de wedstrijd geheel te moeten bezatten.

Ook heb ik geen zin om mijn hele woning met oranje vlaggen te behangen of rood-wit-blauwe vlaggetjes op mijn wangen te schilderen.
In elk geval is er niets dat mij er toe zal kunnen brengen ooit nog naar een voetbalwedstrijd te gaan kijken, tenzij één van mijn zonen onverhoopt voetballer wordt. Maar dat zit er niet in, gelukkig.

Ik geef toe, dit is wel heel erg dubbel.
Aan de ene kant interesseert het me geen fluit en als Nederland zou zijn uitgeschakeld lag ik daar geen tel van wakker.
Maar aan de andere kant vind ik het toch wel leuk dat ze een ronde verder zijn gekomen. Al is daar verschrikkelijk veel geluk aan te pas gekomen, als ik het allemaal goed begrepen heb.

Grenzeloos Europa, ik lijk er nog niet aan toe te zijn…

10 June 2004

Sterren kijken

Filed under: Columns — Gerda @ 7:47 pm

Zo af en toe kijken mijn lief en ik eendrachtig naar de nachtelijke hemel. Dat doen we vooral graag op Texel waar strooilicht nog niet zo storend is.
Ik zie dan gewoMaanon een prachtige hemel met geheimzinnige lichten en vind het zonder meer prachtig. Ik kan daar heerlijk over fantaseren.

Zo niet mijn lief. Die ziet de Andromedanevel, de Magelhaense Wolk en allerhande andere verschijnselen.
En wil mij daar hardnekkig deelgenoot van maken.

Dit nu irriteert mij mateloos. Ik hoef helemaal niet te weten dat er een stuk of wat van die sterren bij elkaar horen en dan ook nog een naam hebben. Ik wil kijken en genieten. Ik kan nog net de Grote Beer herkennen, zoals de meeste sukkels onder ons en daar houdt het mee op. Wat mij betreft is dat een uitstekende situatie.
Ik bedoel, de Grote Beer is voor mij gewoon die “steelpan” en ik zie in de verste verte niet wat dat rijtje sterren nou met een beer van doen kan hebben.
De ongebreidelde fantasie waarmee vroege astronomen een zwikje sterren bij elkaar raapten, er een soort tekening bij bedachten en dan een naam aan die zwik sterren gaven, ik heb bewondering voor hun verbeeldingskracht, maar ik heb er niets mee.

Ook verwacht mijn lief van mij, dat ik Venus, Mars en dat soort hemels geschitter direct herken. Nou, vergeet dat maar. Ik herken de Maan en dat vind ik mooi genoeg.
En uiteraard de Zon en dat vind ik nog vele malen beter.

Klein hoefbladDatzelfde, maar dan net omgekeerd, heb ik met bloemen.
Ik zie allerlei fraai bloeiend spul en wil mijn lief onmiddellijk vertellen wat wij daar allemaal staan te bekijken.
Dat nu irriteert hém mateloos. Het groeit en bloeit en ruikt (soms) lekker, maar het kan hem werkelijk niet schelen of we naar Klein Hoefblad of Speenkruid staan te kijken. Hij wil er een mooie foto van maken. Punt.

En dan overhoren we elkaar. Hij wijst naar een plek aan de hemel en vraagt of ik weet wat het is. En, eerlijk is eerlijk, ik weet het nooit, tenzij hij naar de Maan of de Grote Beer wijst.
Ik wijs naar een bloemetje en vraag of hij weet wat het is en verdorie, verdorie, vaak heeft hij het wél onthouden.

Maar ja, ik kan wél op mijn rug in een ligstoel naar de hemel staren en fantaseren over het misschien krioelende leven daar ver weg waar wij helemaal niets van weten.
Ik zie mijn lief nog niet naar een bloemetje staren en bedenken wat daar allemaal op krioelt. Behalve als het leven in kwestie een zodanig formaat heeft, dat hij er een foto van kan maken.

Terwijl hier op Aarde toch allerlei leven is waar wij totaal geen weet van hebben.
De mens steekt de nieuwsgierige neus soms wel eens een beetje érg ver uit.
Leer eerst je eigen wereld en medebewoners maar eens kennen en kijk dan omhoog.
Ik kan het vaak gewoon niet uitstaan, dat men naar buitenaards leven op zoek is en geen oog heeft voor het prachtige leven dat op Aarde nog zwemt, vliegt, loopt, kruipt, groeit en bloeit.
Dat men hoopt ET te vinden, terwijl hier op onze eigen Aarde veel mensen niets weten van al het moois dat onder Atalanta en Gehakkelde aureliaoogbereik is. En daar ook helemaal niet in geïnteresseerd zijn.

Weet je wel hoeveel soorten vogels, insecten, bloemen en zo er in ons eigen stukje heelal leven?
Kijk daar ook eens naar, nu kan het nog. We hebben de wereld nog niet helemaal verkloot, al schiet het wel hard op.

Naar de sterren reiken en kijken, daar is niets mis mee, het is alleen zo jammer, dat het wonder van onze eigen natuur zo weinig mensen boeit.
De nachtelijke hemel zal mij altijd in verwondering en bewondering brengen, maar de dagelijkse flora en fauna van mijn eigen wereldje nog veel meer.
Wie reikt naar wat hij niet heeft, ziet vaak niet meer wat hij (nog) wel heeft…

2 June 2004

Vader

Filed under: Columns — Gerda @ 7:43 pm

Ergens in 1983, precies wanneer weet ik niet meer, maar mijn oudste zoon was een kleine blonde krullenbol en de jongste groeide in mijn buik, ging de telefoon.
Mijn vader lag op sterven.

Onmiddellijk veranderden mijn knieën in een soort gelei.
Hoewel mijn vader al 15 jaar, met dank aan Alzheimer, zo dement was als een deur en we al die tijd al nauwelijks tot geen contact hadden met hem wilde ik hem toch niet zo 1, 2, 3 missen.

Afijn, wat gedaan? Ik had geen auto tot mijn beschikking, dus ik heb mijn zoon in tijdelijke bewaring gegeven aan de buurvrouw en de buurman reed mij naar het verpleegtehuis.
Daar lag mijn vader, piepklein en rochelend naar adem. Ik had meteen het gevoel, dat het absoluut loos alarm was.
En inderdaad… de volgende dag zat hij gewoon weer in zijn rolstoel en voerde mijn moeder hem stukjes chocolade en partjes sinaasappel.

Dat geintje heeft hij ons in totaal 7 keer geflikt. Iedere keer ging ik weer met bevende benen naar dat verpleegtehuis en ’s anderendaags zat hij gewoon weer mummelend in zijn rolstoel.
Je zou ‘m!

Maar de 8e keer, in 1986, was het dan toch raak. Of mis, hoe je het maar wil zien.
Hij was helemaal geel, want de arme lieverd had ook nog leverkanker opgedaan. Maar die keer was hij ook totaal buiten bewustzijn en wist ik dat dat de laatste keer was dat ik hem “levend” zag.
Ik heb hem gedag gezegd en ik weet zeker dat hij daar niets van heeft gemerkt.
Hij was al zoveel jaren weg en nu was hij nog wegger dan anders.
Niemand huilde, afscheid hadden we al zo lang geleden genomen.

Mijn zusje tuimelde totaal overwacht om 11 uur binnen. Ze was niet bereikbaar geweest, maar had het gevoel dat ze beslist naar het verpleeghuis moest. Ze zal wel een sterkere band hebben gehad met hem dan ik, ik vind het nog steeds een wonder.
Haar vriend moest ernstig naar het toilet en vroeg waar die faciliteit zich bevond. En ik kon het niet laten en zei: Hier het hoekje om.
Mijn oudste zusje moest daar zwaar haar wenkbrauwen van fronsen.

En zo zaten we daar, te wachten in die nare kille hal. Te wachten tot vader dood zou gaan.
Wat hij dan uiteindelijk om 1 uur ook deed.
Een raar gevoel, plotseling is één van de poten onder je bestaan weg.

De volgende dag werden we geacht in de aula nog een keer afscheid van hem te nemen.
Dat was pas écht ellendig. Daar lag hij dan, een klein geel vogeltje. Iedereen was opgelucht, dat pa eindelijk uit zijn ellende was verlost, maar niemand durfde dat toe te geven. Iedereen was blij van die wekelijkse gang naar het verpleegtehuis af te zijn, want enig respons was er nooit, maar niemand die dat ook durfde te zeggen. En toch was het akelig en verdrietig.

Mijn moeder zei ietwat weemoedig: Och gut, en gistermiddag zat ik hem nog een sinaasappeltje te voeren.
En ik kon wéér het niet laten, ik ben helaas onverbeterlijk en zei: Tja, als je dat nou niet had gedaan dan was hij nu zo geel niet geweest.
De enige die er vreselijk om moest lachen was mijn moeder… en mijn vader vast en zeker ook. Mijn oudste zusje fronste wederom enorm haar wenkbrauwen.

Och ja…

Powered by WordPress