Gerda schrijft

24 March 2004

Het regent mot

Filed under: Columns — Gerda @ 7:12 pm

Lekker een weekje vroege voorjaarsvakantie op Terschelling.
Het door ons gehuurde huisje bleek een verbouwd schuurtje in de achtertuin van een mevrouw met een enorme vogelpoep op haar schouder.
Geen van ons twee durfde haar er op attent te maken.

Het was maar goed, dat wij meestal de gehele dag op pad zijn, want het huisje was van beroerde kwaliteit. De badkamerEnge spin!!! was rijkelijk voorzien van rottend hout. Alles was klam en schimmelig, de bedden konden bijna doorgaan voor een welgevuld ligbad, maar dan wel met ijskoud water. De keuken was duidelijk op een rommelmarkt aangeschaft, een van de deurtjes donderde soms spontaan van zijn scharnieren. Maar de spinnen waren van topkwaliteit en in elk geval groot, maar ja, ik houd nu eenmaal niet zo van spinnen. Mijn lief heeft de foto’s van diverse enorme exemplaren, die hij na het fotograferen gelukkig wel verwijderde, wijselijk pas ná de vakantie aan mij laten zien, anders had ik beslist geen oog meer dichtgedaan.

Maar niet gezeurd over huisjes en spinnen, de zon scheen, dus gingen we wandelen! Lekker de duinen in! Zo’n eerste vakantiedag dient genoten te worden.
De BrandarisNa een kilometer of drie lopen door overigens prachtige duinen begon het te betrekken. Vervolgens begon het héél subtiel te regenen. Je weet wel, van die miezerige motregen, waarvan je in eerste instantie denkt, och…
Tja, wat te doen? Terug of verder, de afstand maakte niet zoveel uit. Dus maar verder, wie weet zou het nog droog worden. Maar nee, het bleef maar doordruppelen. Bovendien bleek al snel, dat onze jassen niet waterdicht waren.
Terwijl het regenwater zachtjes in onze nek droop en we steeds natter en kouder werden sjokten we zwijgend in een traag doch gestaag tempo in de richting van het parkeerterrein waar ons trouwe autootje stond te wachten.
Een groot gevoel van saamhorigheid had ons bevangen. Allebei zijknat en koud tot op het bot. Wat kan een huwelijk mooier maken dan gezamenlijk leed?
Nou, geloof me, ik kan zó tientallen zaken opnoemen!

En toen kwam ons een monter stappend heerschap tegemoet in korte broek en met een grote rugtas om de schouders.

Beroerd weer, hè?
Bwoah…
Allang onderweg?
Bwoah…
Nog iets op de foto gezet?
Bwoah…
Nou, fijne dag verder!
Bwoah…

Zo’n beetje een uur na de aanvang van de bui arriveerden we bij onze Cinquecento, doornat en verkleumd tot op het Gevlekte duinorchisbot.
We hebben ons een beetje drooggewreven met papieren zakdoekjes. Meer dan twee waren er helaas niet voorradig. Na enige opwarmtijd zagen we de humor van het geval in en konden we weer lachen om onze treurige toestand. En om die malloot van een dappere wandelaar. Die was heel wat meer gewend dan wij, dat was wel duidelijk!

De rest van de week scheen de zon, maar waaide het als een gek. En wel zo hard, dat ik mijn gering gewicht er écht niet tegenin kon krijgen. En op de laatste dag ontdekten wij een allerprachtigst bloemetje, dat alleen op Terschelling en in Schotland blijkt voor te komen: de Gevlekte Duinorchis.

Dus krijgt Terschelling van ons een tweede kans, maar wanneer weten we nog niet.
Doe ons voorlopig maar Texel…

17 March 2004

Stinkzalf, spinazie en spelling

Filed under: Columns — Gerda @ 7:08 pm

Vandaag de dag is mijn zoon een beer van een vent met een enorme hoeveelheid vrienden en kennissen.Mooi is anders, helaas...
Maar ooit was hij een gepest kind.

Hij had (en heeft) namelijk al vanaf zijn geboorte een nogal opvallend eczeem in zijn gezicht en op zijn armen en benen.
Daar moest ik van de huidspecialist een teerzalf opsmeren die wel zo gruwelijk stonk, dat het me werkelijk niet verbaasde dat het kind gepest werd. Maar ja, het was natuurlijk wel zielig en als ouder sta je ook geheel machteloos.

Dus toen het zijn beurt was om een spreekbeurt te houden was het niet zo moeilijk een onderwerp te bedenken. Eczeem zou het onderwerp zijn en het gedoe dat je daaromheen hebt.
Wat je wel en niet mag eten en die stinkzalf onder dikke verbanden en dat zeeppoeders behoorlijk slecht kunnen zijn voor eczeem, om van wasverzachters maar niet te spreken. Dus bijvoorbeeld leuk bij oma logeren resulteerde steeds in een wekenlang jeukende nachtmerrie.

Weet een gemiddelde niet-eczeem-lijder wel dat aardbeien en spinazie verrekte slecht kunnen zijn voor eczeem? Twee van de lievelingskostjes van mijn zoon! En chocolade is ook al zo’n uitslagbevorderaar.
Het pesten kreeg een prominente plaats in zijn spreekbeurt.
Toen hij een paar dagen na die spreekbeurt opeens in het ziekenhuis belandde met vage, maar wel gigantische buikklachten, schokte dat de klas enorm. Hadden ze die arme zielenpiet het ziekenhuis in gepest?
Drie dagen heeft hij in het ziekenhuis gelegen en nooit zijn de artsen er achter gekomen wat hij mankeerde. Ik was uiteraard verschrikkelijk bezorgd, de dienstdoende arts wist me nauwelijks gerust te stellen. Mijn grootste zorgen waren dat er kennelijk geen diagnose te stellen was en dat hij zo verschrikkelijk veel pijn had.

Pas 3 jaar later kwam ik er achter wat hij nou eigenlijk mankeerde. Hij had zijn eigen diagnose gesteld en die lijkt me werkelijk niet onwaarschijnlijk.
Want hij had die dag drie zakjes groentjes weggevreten.

Groentjes?
Ja, groentjes… van die zachte mentholsnoepjes met een laagje suiker erop. Drie zakjes!!!

Zijn (pas 9 jaar oude) maag en darmen hadden al die menthol en eucalyptus natuurlijk gewoon niet kunnen verwerken en wegens drie zakken snoepjes heeft mijn zoon een heel team specialisten een hele zondagnacht lang op de been gekregen en heeft hij drie dagen in het ziekenhuis gelegen. Met dank aan Venco…
Hij had na al die toestanden het niet meer aangedurfd de simpele oorzaak te melden, hij had trouwens in eerste instantie niet eens het verband gezien.

Maar het hele gedoe heeft wél gewerkt. Hij is nooit meer gepest en zijn zelfbewustzijn groeide tot bijna onuitstaanbare hoogte.
Eczeem heeft hij nog steeds. Hij vertikt het om er nog mee naar een arts te gaan, maar dat is geheel zijn zaak.

Wat mij wel enorm heeft gestoord is dat zijn onderwijzeres meende dat “eczeem” als “exceem” gespeld moest worden en dit in zijn conceptspreekbeurt steeds met dikke rode letters corrigeerde. Ik heb de Dikke van Dale tevoorschijn moeten halen om het goede mens van mijn gelijk te overtuigen.

Tim is nooit een spelwonder geworden. Wat wil je ook met een schooldirecteur die in een voorwoord van de schoolkrant weet te melden dat “het pijl van het onderwijs” behoorlijk was gestegen.
Het onderwijs is niet altijd ook van boven wijs…

10 March 2004

Het kraakt noten

Filed under: Columns — Gerda @ 6:57 pm

Zondagmorgen, midden in de winter, het is half 9 en er is zonnig weer voorspeld.
Monter krabbelt mijn schat uit bed, steekt zijn kop door de gordijnen en zegt opgewekt: “Ja hoor, de zon schijnt!”
Ik denk: “Ooooh shit…” en trek het dekbed nog wat verder over mijn oren. Demonstratief draai ik me nog eens lekker om.
Mijn lief zakt op de rand van het bed (en dat is géén sinecure, hoor, hij weegt 90 kilo, dus ik stijg 10 centimeter en rol vanzelf zijn kant op) en vraagt, waar we eens naar toe zullen gaan. Hoe kan iemand ‘s morgens al meteen zo actief zijn?
Ik kreun: “Koffie!!!”

Kwart voor 9, knarsend sta ik op en strompel de trap af en gelukkig, de koffie is klaar. Sjekkie bouwen en koffie drinken en me geestelijk voorbereiden op een koude dag vogelen. Op zaterdag valt er gelukkig altijd een dikke krant mét een magazine en een berg bijlagen op de mat. Het nieuws lees ik heet van de naald, maar die bijlagen en dat magazine bewaar ik altijd voor de zondag dus dat creëert nog even uitstel. Ook ik heb immers rechten?

11 uur, ontbijt verorberd, ik heb mijn uiterste best gedaan, maar dan word ik toch meegezeuld, het veld in. Tja, zo heet dat nu eenmaal, het veld in… Deze keer blijkt het veld midden in Zeewolde te liggen, lekker landelijk (niet).
Hier moet de Notenkraker regelmatig te zien zijn.

Als we aankomen staat er al een stelletje malloten met verrekijker, telescopen en camera’s met enorme pijpen erop te speuren naar de vogel met de giga snavel. Als je in die buurt woont heb je toch elke dag wel wat te lachen! Ook de camera met de decadent grote lens van mijn lief wordt in stelling gebracht.
Ik hoor vreselijk getik, dus ik zeg wat sullig: “Daar zittie”, maar ja, ik heb er geen verstand van, hè, dus de meewarige blikken van “Ja hoor, tis goeoeoed…” zijn niet van de lucht.
Maar hij zit er écht wel…

Ahhh…. de voldoening!!!
Afijn, de Notenkraker is een tamelijk grote en saaie donkerbruine vogel met witte stippen, die met een enorme hoeveelheid lawaai en geweld hazelnoten aan gort hakt. Bovendien doet hij dat kennelijk bij voorkeur diep verscholen in het struikgewas, dus je vangt hooguit een glimp op van het beest.
Wat mij betreft zou het ook best een kip met een ruim bemeten snavel en rare gewoontes kunnen zijn, hoor.

Ik zie inmiddels hartstikke leuke gele vogeltjes. Sijsjes…!
En Koperwieken en Grote Bonte Spechten en een Gaai, strak in het pak met een prachtige pet op.
Maar intussen liggen mijn tenen wel zo’n beetje los in mijn schoenen van de kou en ik ben dus blij als mijn lief besluit op te stappen.

Nét ben ik weer een beetje op een schappelijke temperatuur en dan moet ik weer de auto uit om Ransuilen te gaan bekijken in een Blauwspar ergens in Bunschoten. Foto’s maken is er niet bij, want het is zondag en dit is Bunschoten, ja! Gereformeerder bestaat bijna niet en wij hebben respect voor de gevoelens en principes der autochtonen, dus niks foto.
Maar goed, ik heb de Ransuilen gezien, althans eentje en nu kunnen we naar huis.

Maar nee, eerst nog een weiland vol Kieviten en Goudplevieren. Te ver weg, dus ook weer geen foto’s. De zon neigt ter kimme, dat klinkt mooi maar het is en blijft koud.
En dan toch eindelijk naar huis, alwaar ik mijn half bevroren voeten lekker in bonten pantoffeltjes steek. Behaaglijk dicht bij de verwarming tik ik deze klaagzang.

Ik heb een heerlijke dag gehad…

3 March 2004

Politie, sprookjes en betuttelen

Filed under: Columns — Gerda @ 6:49 pm

Op weg naar mijn werk werd ik aangehouden door een politieagentje. Hooguit 20 was hij, eerlijk waar. Een schat van een knul, die me prees omdat ik zo netjes in de gordels zat. Toch wel heerlijk voor zo’n joch om de macht te hebben om een vrouw die zijn moeder had kunnen zijn te betuttelen.
Hij wilde ook wel graag mijn kenteken- en rijbewijs zien.
Aiaiai… ik was vandaag op pad in de auto van mijn lief en had wel mijn eigen kentekenbewijs bij me, maar niet dat van mijn lief.
Terwijl ik hem het geval uitlegde wierp hij een blik op het totaal verkeerde kentekenbewijs en meldde mij dat het allemaal helemaal perfect in orde was.
Verbluffend…

Vervolgens zou hij mij wel even terug op de weg begeleiden.
Alsof ik verdorie zelf niet in mijn spiegel kan kijken om te zien of ik veilig kan opstijgen!

Een half uur later moest ik onverwacht even naar een klant. De route daarheen loopt over diezelfde weg, maar dan de andere kant op.
En, ongelofelijk maar waar, de plaatselijke politiemacht was met gevaar voor eigen leven de straat overgestoken en ik werd weer aangehouden door datzelfde politiepiefje!

- Goedemorgen mevrouw.
- Goedemorgen jongeling, wat heb ik deze keer gedaan om je gramschap te wekken?
- Oh, oeps, u heb ik al gehad!
- Nououou… daar kan ik me anders niks van herinneren, hoor!

Hij bloosde allerschattigst. En begeleidde mij de weg op. Dat is een “stukje service, mevrouw”.
Welnee, dat is om je te pletter te lachen!

Enige weken later was het weer raak. Deze keer waren de aanhouders twee lieve meisjes.
En weer zat ik in de gordels, maar deze keer gewapend met mijn eigen kentekenbewijs én mijn eigen auto. Ik heb maar eens gevraagd wat nou eigenlijk de gedachte was achter die veelvuldige controles. En wat blijkt? Dat is oefening voor de leerlingen van de politieschool! Leuk hè, dat ik in zo’n project zo’n grote rol speel?
Ik heb ze veel succes gewenst en vele aanhoudingen van mevrouwen met zoveel geduld als ik.
En wéér werd ik de weg op begeleid.

Zo betuttelt jong en oud elkaar. Dat voert mij natuurlijk naar zijpaden, ik kan nou nooit eens to the point blijven.
Voorbeeldjes:
Ik doe de boekhouding voor de band van mijn zoon. Zelf hebben ze geen notie van getallen. Dat is toch schattig?
Als er iets niet goed gaat met zoonliefs computer moet mijn lief dat oplossen, want zelf weet hij er niks van. Volgens mij wil hij het niet weten ook.
En zo’n politiemanneke dat mij aanhoudt en een achterlijke fout maakt vind ik werkelijk een enorm vertederingsgehalte hebben.
Als de in Soest en omstreken wereldberoemde band van mijn zoon moet optreden willen de heren dat wij komen kijken. Nu is het voornamelijk luisteren, iets anders is niet mogelijk, maar dat is weer een ánder verhaal.
Maar áls ik kom, gaat hij achter me staan, slaat zijn lange armen om me heen en zegt zo’n beetje beschermend: Dag moedertje.

Goed, ik ben 32 centimeter kleiner en 50 kilo lichter dan hij, maar daarom hoeft hij toch niet op een dergelijk toontje tegen me te praten? Ik ben toch niet ontoerekeningsvatbaar of zo? Hij zal het beslist goed bedoelen en ik vind het eigenlijk ook wel verschrikkelijk lief, maar toch.

Moedertje… Zo noemen afgezwaaide soldaten in sprookjes stokoude vrouwtjes met takkenbossen op hun rug, die ze eigenlijk niet kunnen dragen. Maar ja, de kachel moet roken. Je weet wel, van die oude kromgetrokken vrouwtjes die in werkelijkheid goede en beeldschone toverfeeën zijn, wat natuurlijk pas blijkt als die soldaten behulpzaam aan het zeulen gaan met die loodzware takkenbossen. En dan mogen ze drie wensen doen, die allemaal vervuld worden. Om vervolgens te trouwen met de prinses en koning te worden.
Maar dat zijn sprookjes.

In het echte leven zegt mijn zoon dus bij tijd en wijle “moedertje” tegen me.
Hij draagt de boodschappen het huis in en andere zware zaken naar binnen of naar buiten, dat is uiteraard afhankelijk van waar ik de zware zaken in kwestie wil hebben. Als het regent of als het erg koud is, doet hij zelfs de boodschappen voor me. Dat soort dingen is zo zijn manier van betuttelen.
Ik ga hem wekken als hij zich dreigt te verslapen. Ik zet zijn fiets op slot als hij dat weer eens vergeten is. Als zijn sigaartjes op zijn en ik weet dat hij voor de zoveelste keer blut is koop ik een doosje Moods voor hem. Dat is zo mijn manier van betuttelen.

Hij is geen soldaat en ik ben geen fee.
Maar we rooien het wel…

Powered by WordPress