Gerda schrijft

25 February 2004

Gevonden voorwerpen

Filed under: Columns — Gerda @ 6:33 pm

Wij zijn veel op pad, we gaan graag en vaak op mooie plekken genieten van al wat groeit en bloeit en mooie liedjes zingt of loeit.
Zo struinend door bos, hei en wei komen we vaak de raarste dingen tegen.
Zo vonden wij op een moeilijk bereikbare dijk langs de Eem een boxershort. Ik kan er niks aan doen, maar dan gaat mijn fantasie aan het werk. Hoe komt dat ding daar?
Heeft een stelletje daar een prettige wip gemaakt en in het stikdonker kon de knul na gedane zaken nergens meer zijn onderbroek vinden? Heeft hij de lange wandeling terug naar de bewoonde wereld zonder onderbroek, in een waarschijnlijk veel te strakke spijkerbroek, moeten afleggen?
Ik zal het nooit zeker weten, maar mijn hart gaat beslist naar hem uit. Het zal geen comfortabele tocht geweest zijn.

Kapotte stoel, midden in het bosOf die stoel met drie poten, die provisorisch gerepareerd met een boomtak, langs een bospad staat opgesteld. Wie verzint zoiets? Wie gebruikt die stoel?
Is er misschien iemand die daar regelmatig gaat zitten en vogels observeert?
Of een jogger die op een vast punt even wil uitblazen?
Of was het gewoon een grappenmaker, die die stoel daar heeft neergezet en mensen zoals ik aan het piekeren wilde zetten?

Een paar hartstikke nieuwe gympen, precies mijn maatOp Ameland stond ‘s morgens vroeg aan het begin van een duinpad een paar splinternieuwe gymschoenen, maatje 39. Nou ja, misschien van een wandelaarster, die haar frivole nieuwe schoenen had uitgetrokken en met stevige wandelkisten op pad was gegaan.
Maar ’s avonds stonden ze er nog. Best leuke gympen, precies mijn maat… ik beken, ik heb ze meegenomen. Ze zitten als gegoten, maar lopen niet erg comfortabel. Misschien heeft de vorige eigenares na een enorme wandeling op die gympen wel besloten dat een ander er misschien gelukkiger mee zou zijn.
Nou ja, als dat zo is, dan had ze gelijk, het zijn beslist leuke schoenen. Je moet er alleen niet mee aan de wandel gaan, dat breekt je al op na 200 meter.
Een paar kindersandalen
Dan dat paar kindersandaaltjes op een parkeerplaats bij het Lauwersmeer.
Daar was vast en zeker gepootjebaad, want het was heerlijk weer.
Na de pret de voetjes afgedroogd en ergens onderweg de schrik: Oeps, mijn sandalen!!!
Ik vraag me af of het arme kind er nog erg veel gezeur over heeft gehad. We hebben ze maar achtergelaten, het zou best kunnen dat pa en ma toch nog even terug zijn gegaan om te zoeken.

Ook grappig: Één enorme laars aan de kant van de weg ergens in Noord-Brabant. Hoezo één laars? Waar is die andere? Is iemand een laars kwijtgeraakt en al hinkstappend naar huis gegaan?
Hoe raakt een mens in vredesnaam een laars kwijt?
Ik heb een rijke fantasie, maar hier houdt het even op.Vuurrode handschoenen in het dierenpark

Een paar vuurrode handschoenen, zorgvuldig weggelegd onder een reclamebord. Iemand die even een foto maakte en daarna zijn handschoenen is vergeten?

Een donkerrode muts op het hek van de notaris gezet. Op de heenweg zag ik ‘m al en op de terugweg heb ik ‘m er afgehaald. Lekker in de wasmachine en mijn zoon heeft er weer plezier van. Zeker als zijn hanenkam even niet met gel is bewerkt.
Maar hoe komt dat ding daar? Geintje tussen een stel vrienden? Pesterij tegen een weerloos slachtoffer? Iemand die opeens bedacht dat het een achterlijk ding was, waar hij geen seconde meer mee wenste rond te lopen?

Een gescheurd t-shirt bungelend aan een tak in een bos. Daar kan elke gek wel een verhaal bij bedenken. Ik denk meteen aan nare zaken als aanranding en zo. Maar er kan best eenzelfde verhaal achtersteken als bij die onderbroek.

Een eenzame spruitEen spruit. Langs de kant van de weg. Onmiddellijk krijg ik visioenen van een vrachtwagen vol spruiten, waar één avontuurlijk exemplaar van de kar rolt en de wijde wereld in trekt. Om tot de ontdekking te komen dat rollen net zo lang duurt als de helling lang is. Nu ligt die spruit daar. Heimwee naar de rest en helemaal alleen. En spruitjes hebben geen beentjes, dus veel verder zal de wereldreis niet gaan.
Maar och, spruitjes hebben ook geen hersentjes, dus is het ding natuurlijk gewoon van de vrachtwagen gevallen en dat is dat.

In een park in Nieuwegein een eenzame wandelschoen. Ik vind dat zo raar, hoe kan iemand nu de helft van zijn schoeisel zomaar ergens achterlaten?
Hoewel… mijn oudste zoon heeft eens op een luie zondagmorgen een schoenenpaar van mijn ex-echtgenoot uit het slaapkamerraam gegooid. Hij was toen pas anderhalf jaar of zo, maar het is typisch Tim, hij houdt wel van verdwijntrucs. Helaas kwamen we er pas later op de dag achter, toen we één van de schoenen in een plantsoen zagen liggen. De ander is nooit boven water gekomen. Meegenomen door een hond om lekker op te kluiven?
Maar ja, zo kan het dus bijvoorbeeld gebeuren, dat ergens zomaar één schoen ligt of staat.
Voor alles is een verklaring en als ik die niet weet, verzin ik er eentje.
Maar die laars, hè, die zit me dwars…

18 February 2004

Optreden en knuffels

Filed under: Columns — Gerda @ 6:24 pm

Mijn zoon speelt basgitaar in een band. En ze worden bekender en bekender, dus moeten ze steeds vaker optreden.
Een aankomend optreden heeft een behoorlijk grote invloed op de schat. Het betekent dat hij voortdurend in beweging is en me aldoor beknuffelt. En dat betekent weer dat hij zenuwachtig is. Vervelender is dat hij ook steeds mijn lief wil knuffelen, die daar allemaal niks van moet hebben.

Maar goed, er staat weer een optreden aan te komen. En de komende 4 weken nog een stuk of 8.
Zucht… Ik moet uiteraard zijn hanenkam iedere keer föhnen, ook dat nog! Die moet dan op zijn allermooist zijn, want soms staan ze voor zo’n 300 man. Goed, het is geen Kuip en ook geen Ahoy, maar P60 en Tivoli Oude Gracht hebben ze al gehaald.

Soms heeft hij er verschrikkelijk zin in. Dan weer heeft hij er maar dan ook ábsólúút geen zin in, want “zo’n stom klein Tim bastpodium”. Hij kan ook zomaar plankenkoorts hebben, dat is meestal als het een wedstrijd betreft.
Maar altijd is hij even druk en knuffelig.
Ik laat hem meestal maar. Ooit heb ik eens gevraagd of hij nerveus was en toen vrat hij me bijna op. Natuurlijk was hij niet zenuwachtig! Wackmobil is de beste band van de wereld en er gingen wel 50 fans mee. Om vervolgens op de bank neer te storten en net te doen alsof hij totaal relaxed was.
Drie minuten.
Want toen begon het gedreutel weer. Maar ik vraag maar niet meer of hij nerveus is.
En ik zeg ook maar niet meer, dat Frans Bauer, om maar eens iemand te noemen, wel een paar méér dan 50 fans meeneemt naar een optreden.
Dat is spelen met mijn voortanden.

Soms word ik helemaal niet goed van dat gedoe en verzoek ik hem iets nuttigs te gaan doen. Boodschappen of zo. Vervolgens vertrekt hij met een grote boodschappentas en mijn bankpasje naar de winkel waar hij werkt en schaft daar zaken aan, die ik eigenlijk niet zo héél erg nodig heb.

Ik ben altijd een beetje opgelucht, als de bel gaat en de rest van de band binnenkomt om alle attributen op te halen, die hier met enige regelmaat in de huiskamer in de weg staan.
Met deze kwalificatie bedoel ik uiteraard niet mijn zoon, al wordt hij wel meegenomen. Dan rest mij niets meer dan hopen, dat het allemaal weer helemaal goed gaat. Plus de schrik, dat hij mij mijn bankpasje niet heeft teruggegeven.

Soms heb ik “pech” en ben ik nog niet naar bed als hij thuiskomt.
Want dan volgt de ontlading.
Alweer knuffels, vooral als het heel erg goed is gegaan.
En geloof me, dat is niet altijd fijn. Voor zijn optreden is hij schoon en droog, na zijn optreden is hij klam en zoutig. Soms komen er wat bandleden mee naar binnen, die ook zo nodig even moeten kussen, omdat het allemaal zo goed is gegaan. Vooral de drummer is erg zweterig. Die heeft een sikje en dat voelt dan een beetje viezig. Het is natuurlijk wel erg leuk, dat ze mij zo lief vinden, maar al die klamme wangen, mwoah…
Maar als het hele spul de deur weer uitgewerkt is, tja, dan komt de broodnodige ontspanning. En is het geknuffel ook afgelopen, goddank.

- Mama, mag ik een biertje van je?

Een ferme klop op mijn rug als ik ja zeg.

- Jij ook eentje?

Nog een klop als ik ja zeg.
Hij kent helaas zijn eigen kracht niet. Het is lief bedoeld, maar ik donder bijna van de bank.
Dan wordt verslag gedaan van al het leuks en onleuks van de afgelopen avond. Jury’s worden geprezen of afgekraakt. Het publiek wordt altijd geprezen.
Maar vooral wordt er veel gegeeuwd, zodat ik voortdurend tegen zijn huig aan zit te kijken. Halverwege zijn biertje haakt hij meestal doodmoe af en gaat hij douchen en naar bed.

Onlangs kreeg ik voor hij naar boven ging nog gauw even een schattig compliment.

- Je bent een hartstikke toffe moeder, mam!
- Ja schat, jij bent ook een hartstikke toffe zoon. Mag ik mijn bankpasje terug?

Schaapachtig en enigszins teleurgesteld grijnzend overhandigde hij mij het kostbare kleinood. Dat werd wéér geen sigaartjes scoren op moeders kosten. Lief compliment of niet, ik ben zuinig op mijn pasje. Had hij die sigaartjes vanmiddag maar moeten scoren, toen hij de kans had.
Ik kon er niks aan doen, ik moest hém deze keer even knuffelen.

- Truste lieverd!
- Truste mam…

Hij stommelde naar boven.
Moeder zijn is soms zomaar helemaal feest!

11 February 2004

Jagers

Filed under: Columns — Gerda @ 6:21 pm

Wij vertoeven graag en vaak in Gods mooie natuur, waar we genieten van alles dat leeft.
Daar maken we geen geheim van, dus bijna iedereen zal dat inmiddels wel begrepen hebben.
En dientengevolge hebben we nogal een verschrikkelijke pesthekel aan jagers.
Niet aan die jagers, die leuk achter een koeienpens aangalopperen, al lijkt me dat die koe haar maag ook niet vrijwillig zal hebben afgestaan.
Maar goed, die mensen, paarden en honden vinden gewoon de opwinding, het gezamenlijke doel en het lekker buiten zijn fijn. En het kost in de regel geen levens.
Behalve dan dat van die koe.
Nee, wij hebben speciaal een hekel aan die jagers die onder het mom van wildbeheer hun, in onze bevooroordeelde ogen, misselijke bloeddorst botvieren en in weilanden hazen en Houtduiven en wat nog meer gaan afschieten.
En dan vooral als ze door die weilanden struinen in rijen van 20 man lang en zo de dieren geen enkele kans geven. En altijd schieten ze met hagel, dat mist niet zo makkelijk.
Je moet er toch niet aan denken zo’n schot voor je donder te krijgen, maar met dieren hebben ze geen enkel medelijden. Het is de tijd van het jaar dat het mag, dus gaan we knallen.
Helaas wordt de jacht weer steeds meer geaccepteerd, vroeger deden ze het in het geniep. Nu lopen ze in alle openlijkheid de dieren bij elkaar te drijven en schieten vervolgens het hele spulletje overhoop.
Nu zagen we een poosje geleden weer een rij van die engerds door een wei struinen. Velen hadden al een stuk of wat dode hazen bij zich.
Maar toen doemde er een sloot op. En dan niet zo’n lullig smal slootje.
Nee, zo eentje van Kijk-Mij-Eens-Een-Geweldige-Sloot-Zijn!
Er moest dus gesprongen worden.
Tot onze immense vreugde haalden drie van de twaalf de overkant niet en plonsden uitermate bevredigend pardoes in de plomp. Nog drie haalden natte voeten.
Wij hadden ernstig plezier.
En dan komen nu natuurlijk de betogen, dat het allemaal nodig is.
Dat kan best. Er zullen vast wel teveel Houtduiven, hazen, vossen, Kraaien, Kauwen, ganzen en dergelijke zijn. En het zal ook vast wel schadelijk zijn voor de gewassen en de winsten van de boeren.
Maar dan nóg kan ik me, al zou ik het willen, niet voorstellen dat iemand voor zijn plezier een beetje op dieren gaat staan schieten.
Want laat er geen misverstand over bestaan, jagen is een hobby. Een liefhebberij. Jagers gaan voor de kick het veld in en schieten dieren dood.
En ik laat me niet wijsmaken, dat ze dat alleen maar doen omdat het allemaal zo vreselijk nodig is.
Ik vind vissen ook een bezigheid, waar ik niets mee heb, maar daar kan ik nog enigszins vrede mee hebben. De vis heeft in ieder geval een kans te overleven.
Vissers krijgen nooit applaus van mij, dat niet, maar nou ja, het kan nog nét.
Maar jagers mogen van mij best een onschuldig doch hardnekkig kwaaltje krijgen, waardoor ze thuis bij de open haard willen blijven zitten.
Kruitdampallergie of zo, dat ze daar vréselijk van moeten niezen.
Schieteczeem.
Hagelpuisten.
Kogelgatfistels.
Geweerloopneuzen.
Nou ja, zoiets, niet iets ernstigs, maar wel héél lastigs.
En dan doen de boswachters wel wat er, indien absoluut noodzakelijk, gedaan moet worden.
Die doen dat tenminste nog met pijn in het hart en niet voor de lol.

4 February 2004

Vogel EHBO

Filed under: Columns — Gerda @ 6:16 pm

Wij hebben onze tuin ingericht als een soort Luilekkerland voor vogels.
Er hangen voedersilo’s, vetbollen, pindazakjes en nog van alles en ik strooi elke dag trouw om half 1 een royale hoeveelheid voer op de stoep.
Er is voldoende dichte begroeiing in buurt, waar het pluimvee bij onraad in kan vluchten.
Elke dag ververs ik het bakje water.
Incidenteel inkomend kattenverkeer wordt linea recta weer buitengejaagd.
Aan alle richtlijnen van Vogelbescherming Nederland is voldaan.
Tot onze vreugde is het gevolg dat we dagelijks vele vogels over de tuinvloer hebben.
Voornamelijk Huismussen, we hebben een kolonie van ongeveer 50 zeer luidruchtige en kogelronde exemplaren in de Blauwe Regen, maar ook Houtduiven, Turkse Tortels, Roodborsten, Heggenmussen en allerhande Mezen en Vinken. Geen spectaculair gevogelte, maar erg leuk. Zelfs Kauwen en Gaaien wagen zich met regelmaat in onze tuin.
Zonder uitzondering zijn ze zéér weldoorvoed.
Voorts hebben we een opvangcentrum voor zielige vogels. Actief grijpen we niet in, de natuur is de natuur, maar we proberen wel altijd wat hulp te bieden.
Enkele jaren geleden landde er een Houtduif in de tuin met een wel érg zielig pootje. Wij hebben ter versterking van zijn conditie met gulle hand duivenvoer gestrooid, maar het beestje werd steeds manker en de poot ging er steeds akeliger uitzien.
GuusWe waren hoogst bezorgd. Gelukkig, na 3 tenen geheel te zijn verloren knapte hij weer helemaal op en werd Guus, zoals wij hem hebben genoemd, een vervaarlijke Houtduif die zijn allereigenste Luilekkerland te vuur en te zwaard tegen soortgenoten verdedigt. Afgelopen voorjaar heeft zijn echtgenote in onze pergola een nest gebouwd en ze hebben met succes twee jongen grootgebracht.
Kijk, dat vervult ons met grote trots.
Nog gekker maakte ik het met een Sijs, die ook al een zielig pootje had. We zagen er niets aan, maar het was kennelijk toch niet helemaal jofel.
Het had tot gevolg dat het arme diertje, dat wij Henkie hebben gedoopt zich niet kon vastgrijpen aan het netje met pinda’s. De rest van de horde Sijzen hakte met smaak in de pinda’s, maar Henkie hinkelde rond op de grond en moest zich behelpen met wat er per ongeluk viel en dat was droevig weinig.
Het duurde even maar we hebben gelukkig bijtijds iets kunnen bedenken om hem de helpende hand te bieden. Wekenlang heb ik drie maal daags enkele pinda’s met een hamertje op de grond geplet, zodat de Houtduiven niet direct de complete pinda weg konden schrokken en Henkie genoeg te eten had. Henkie
En dat werkte nog ook.
Elk dag scharrelde hij daar rond, hapte geplette pinda en op een feestelijke dag klemde hij zich nog wat onzeker voor het eerst weer vast aan het netje. Alweer een leventje gered, ik was uiterst tevreden met mezelf en mijn hameracties. Voor alle zekerheid heb ik toch nog een extra weekje op pinda’s getimmerd, maar het was niet meer nodig.
Henkie was opgegaan in de grote troep Sijzen die onze tuin tijdelijk bevolkte en onderscheidde zich in onze mensenogen niet meer van de rest.
Guus herkennen we wel, die heeft links maar 1 teen en bezoekt al jaren trouw elke dag de door ons rijkelijk voorziene dis, maar ik vind het jammer, dat Henkie er zo’n beetje net zo uitziet als alle andere Sijzenmannen.
Prachtige vogeltjes, ze komen jaarlijks aan het eind van de winter bij ons pinda’s eten als er in het bos geen eten meer te vinden is, maar ik zou hem gewoon niet meer herkennen.
En wat ik ook jammer vind is dat de vogels ondanks de goede zorgen en toewijding nog altijd bang voor me zijn en direct op de wieken gaan als ik buiten kom met de dagelijkse hap.

Ik ben het maar, jongens en meisjes, jullie eigen cateringservice!

Powered by WordPress