Gerda schrijft

28 January 2004

Kerstverhaaltje?

Filed under: Columns — Gerda @ 6:06 pm

Het regende en waaide vanmiddag verschrikkelijk en mijn lief had duidelijk nul komma nul zin om de zaterdagse boodschappen mee te moeten maken.
Nu vindt mijn zoon dat altijd wél een lollig evenement, dus gingen wij gezamenlijk de supermarkt bestormen.
We waren de winkel nog niet binnen of de zoon werd enthousiast begroet door een piepklein, broodmager vrouwtje van mijn leeftijd. Ze wist te melden, dat ze altijd weer blij was als ze hem zag en bond mij op het hart, dat hij een prachtig karakter heeft, een gouden hart en dat ik vooral zeer trots moet zijn op hem.
Ik maakte nog een grapje en vertelde dat hij zijn gouden hart thuis nu niet direct fanatiek manifesteert, maar daarvan schoot de mevrouw helemaal in de stress.
Half in tranen drukte zij mij nogmaals op het hart vooral zeer trots op hem te zijn!
Nu ben ik ook erg trots op hem, laat daar geen misverstand over bestaan, maar ik kon beslist niet begrijpen waarom die mevrouw er nu zo aan hechtte dit gevoel aan mij op te dringen.
Mijn zoon wilde er duidelijk niet écht over praten, al zei hij nog wel, dat dit alles erg goed was voor zijn ego.
Na enig aandringen vertelde hij later in de auto dan toch het achterliggende verhaal.
Hij moest op een dag de winkel afsluiten en hoorde wat vreemde geluiden op het parkeerterrein, waarop hij even ging kijken wat er aan de hand was.
Buiten zag hij dat de kleine mevrouw in kwestie door drie opgeschoten jongens in elkaar werd geslagen.
Zijn woorden: Ik ben er toen maar tussen gesprongen.
Hij heeft haar meegenomen naar binnen, een glaasje water gehaald, een kopje koffie voor haar gezet en de politie gebeld. Hij is samen met haar naar het politiebureau gegaan om aangifte te doen.
Ik heb geweldig veel respect voor dit kind van mij.
Dat al die stoere bravoure gewoon zomaar drie jongens aanspreekt op hun belachelijk wangedrag, met alle risico’s van dien.
Hoe groot kan een moederhart groeien?
Ik begrijp nu waarom die mevrouw zo vreselijk graag wil dat ik trots op hem ben en ik ben blij, dat ik dit verhaal nu ken.
Zonder die ontmoeting in de winkel zou hij het waarschijnlijk nooit verteld hebben.
En als ik er verder over nadenk, begrijp ik die mevrouw ook steeds beter.
Je wordt door drie halve gekken in elkaar geslagen, om de stompzinnige reden dat je door bijwerking van medicijngebruik overtollig haargoei in je gezicht hebt.
Je weet je geen raad van angst en dan, uit het niets, staat er een twee meter hoog en breed obstakel tussen jou en je kwelgeesten, die de “heren” maant: Opflikkeren, bengels!
Wat de bengels vervolgens gelukkig ook deden. Haar opluchting moet wel enorm zijn geweest.
Ik begrijp haar bijna-tranen opeens en ontroerd schiet ik ook een beetje vol.
Ook begrijp ik haar drang om iets terug te doen. Al was het maar de moeder van haar redder in nood te verplichten tróts te zijn op haar zoon!
Maar ja, de schat is al mijn trots en glorie…

21 January 2004

GFT-perikelen

Filed under: Columns — Gerda @ 5:36 pm
Enige tijd geleden heeft een of andere halve zool mijn bruine GFT-vuilnisbak gejat.
Ik kan wérkelijk niet begrijpen waarom iemand op klaarlichte dag met zo’n lelijke bak aan de haal gaat, wie gaat er nou joyriden in een vuilnisbak?
Maar goed, je staat evengoed raar te kijken als je je vuilnisbak wilt binnenhalen en niks, nada, niente, geen bak te zien!
We hebben nog twee weken afgewacht of het ding misschien per ongeluk door iemand was binnengehaald en weer op zou duiken, maar neen evenwel…
Tijd voor actie dus.

Ik zal wel eenvoudig van geest zijn, want ik dacht dat een telefoontje naar de vuilnisbakkenbeheerders van onze kloeke gemeente voldoende was om een nieuwe te scoren.
En weer: maar neen evenwel…
Ik moest aangifte doen bij de politie! Zoiets verzin je toch niet?!?!
Dus ik moest, god betere het, een paar uur vrij nemen en duurbetaalde politietijd in beslag gaan zitten nemen wegens de diefstal van een achterlijke bruine GFT-bak.
Met enige moeite wist de meneer van vuilnisbakkenbeheer mij aan het verstand te brengen, dat de bak kennelijk niet mijn eigendom was.
Ik had, stout stout stout, zomaar het eigendom van de gemeentelijke instanties laten jatten!
Aangezien ik het wel aardig zat was om met mijn aardappelschillen, koffiefilterzakjes en wat dies meer zij in een krant gewikkeld dagelijks bij mijn werkgever de bruine bak te benutten legde ik mij bij de zotte werkelijkheid neer en maakte de gang naar het politiebureau.
Daar zaten twee blauwe bloezen ernstig plezier te hebben achter de balie. Niet vanwege mijn bak, want daar wisten ze nog niks van, maar kennelijk omdat ze erg geestig waren, want het was een giechelig geheel. Als door een wesp gestoken schoten ze overeind, kennelijk blij dat er eindelijk iets te doen was en de vrouwelijke helft van het duo zou de aangifte wel opnemen.
Ik begreep van de blauwe damesbloes dat er wel vaker vuilnisbakken gestolen worden en begon ik daar tóch wel enig begrip voor te krijgen. Het is stukken eenvoudiger ergens een bak te pikken dan via de officiële wegen een vervangende bak te verkrijgen.
Wat een gedoe, zeg.
Het Soester politieapparaat werkt met zwaar verouderde computers. Het duurde en het duurde. Ze heeft twee keer de computer opnieuw moeten starten wegens een geval van hangen. En dan zaten we braaf 3 minuten te babbelen over waar het heen moet met deze verrotte wereld tot het spul weer draaide.
Een uur en een geheel compleet proces-verbaal verder mocht ik mij, met een copie van het laatste, vervoegen aan de balie van de vuilnisbakuitreikdienst.
De meneer achter die balie pikte mijn kostbare proces-verbaal onverbiddelijk in, in ruil voor de belofte dat ik over twee dagen weer in het gelukkige bezit zou zijn van een biobak.
En toen stond ik weer buiten. Geen vuilnisbak, geen proces-verbaal, helemaal niks.
Slechts verbijstering en twijfel aan een succesvolle missie waren het resultaat van een twee uur durende tocht door bureaucratisch Soest.
Gelukkig was het prachtig weer. Ik heb nog maar een half uurtje in de polder gewandeld om mijn boze humeur wat zonniger te laten worden.
Het had me nu toch al twee van mijn schaarse verlofuren gekost.
Twee dagen later stond een nieuwe bruine bak voor mijn deur te fonkelen.
Mijn geluk kon niet op. Het werkt dus écht! Voortaan stort ik mij in voorkomende gevallen vol goede moed in het doolhof van de gemeentelijke gedachtenkronkels! Het wérkt zowaar!
Ik heb weer een GFT-bak. Je moet er wat voor doen, maar dan heb je ook wat…

14 January 2004

Kapsels

Filed under: Columns — Gerda @ 4:43 pm

Mijn zoon heeft ongelofelijk belazerd haar. Sluik, vet en met talloze weerborstels.
Dat heeft hij van mijn genen, de arme schat.Krullenbol
Ik hoor het hem nog zeggen: “Ik heb écht kuthaar, ma!”
Och ja, hij heeft wel vaker van dat soort ongelukkige uitspraken.
Toen hij een peuter was, was dat wel anders. Een prachtige kop met blonde krullen had hij toen. Ergens onderweg is hij dat kwijtgeraakt. En nu zit hij maar met dat onwillige haar.
Nu heb ik het nog makkelijk, ik heb een soort vrouwenkapsel en dan valt het allemaal wat minder op. Mijn zoon daarentegen wil beslist geen lange lokken.
Dus heb ik in de loop der tijd al heel wat kapsels voorbij zien komen.
Het absolute dieptepunt was de dag, 16 was hij, dat hij weer eens naar de kapper ging en met werkelijk het beroerdste kapsel aller tijden thuis kwam. In de jaren 50 liepen ze er hipper bij. De schat was half in tranen en weigerde categorisch zich zó op school te vertonen. Ik gaf hem geen ongelijk.
Geen idee, welke sadistische bevlieging onze vaste (inmiddels ex) coiffeur had, maar dit was werkelijk verschrikkelijk.
Het enige dat ik kon bedenken was dan maar helemaal kaalscheren.
De onbeschrijfelijk opgeluchte blik van het joch! Dát was helemaal de oplossing! Hij was alleen maar bang geweest, dat ik dat niet goed zou vinden.
Nou, van mij hoeft hij niet voor joker te lopen, hoor, liever geen haar dan belachelijk haar.Kale kop
Jaren heeft hij zich kaalgeschoren een weg door het leven geslagen.
Op een dag was het ultieme doel een millimeter haar op de kop te hebben. Die bevlieging duurde niet lang. Een paar maanden of zo.
Halfbakken hanenkamToen liet hij zich door een vriend de kop kaalscheren en een smal strookje haar in het midden mocht blijven.
Een soort halfbakken hanenkammetje.
Het was het niet helemaal en bovendien maakte zijn werkgever ernstige bezwaren. Hij werkt als assistent-bedrijfsleider in een supermarkt.
Mijn zoon vond het maar flauw. Maar goed, weer volgde een volledig kale periode.
Waarom was me lange tijd niet duidelijk, maar opeens ging hij helemaal niet meer naar de kapper. Zijn haar werd langer en langer en het was werkelijk geen gezicht. Het stond alle kanten op en water, gel, haarlak, suikerwater, groene zeep, niets bood soulaas, het was niet in een behoorlijk model te boetseren.
Maar het was allemaal een gemeen plannetje.
Want het kon natuurlijk niet uitblijven dat zijn chef op een dag zou gaan mopperen.
Zielstevreden kwam hij op een avond thuis.

Morgen ga ik een hanenkam laten scheren, mam.
Oh? En dat mocht niet?
Nee, maar ze vinden alles beter dan dit.
Ja, dat vind ik niet gek.
Dus liever een hanenkam dan deze mess.

En ja, hoor, de volgende dag stond hij trots voor mijn neus met een pracht van een kam. Een centimeter of 5 lang en strak in de gel.
Ik vond het verschrikkelijk leuk.

Tim op zijn nekwervels mét hanenkam

Nog leuker is dat hij er gewoon een uur eerder voor uit zijn bed moet komen. Die kam moet natuurlijk omhoog en de hoeveelheid gel die daarvoor nodig is heeft wel enige droogtijd nodig. Zeer geruime tijd zit hij als een dwaas met gebogen nek op de bank te wachten tot het spul hard is.

Zit het nog goed, mam?
Ja lieverd…

En als hij net onder de douche vandaan komt lig ik volledig vlak van het lachen.
Wel eens een natte platte mensenkam gezien?
Ik heb hem twee dagen zien lijden, tot ik me herinnerde dat er nog ergens een föhn in huis moest zijn. Dan droogt een en ander wel aanzienlijk sneller. Maar omdat de kam wél rechtop moet blijven staat hij nu gebogen voor mij, terwijl ik omzichtig zijn haar föhn. Dan is het in vijf minuten gepiept. Hij vindt deze sessies het toppunt van “net een echt gezin”!
Nou ja, dat zeg ik, hij heeft wel vaker ietwat merkwaardige uitspraken.
Op zijn werk krijgt hij tot zijn verrassing louter positieve reacties van de klanten.
Gelukkig maar, want de baas van dat spul kan nu ook goed leven met het kapsel van het wel héél bijzondere manspersoon, dat tot mijn grote vreugde mijn zoon is!

Powered by WordPress