Gerda schrijft

21 February 2006

Koud, hè?

Filed under: Columns — Gerda @ 8:39 pm

Dat zul je nou altijd zien, wordt er ijs en sneeuw voorspeld en dan doet de verwarming het opeens niet meer. En nog erger, ook geen warm water tijdens de ochtenddouche. Een nare zaak, om het maar eens mild uit te drukken.

Gelukkig ontdekten we het al ’s morgens, dus alle tijd om actie te nemen, gehuld in een dikke trui uiteraard. En ook al gelukkig is goede raad in ons geval niet zo heel duur, want ik ben wel mooi getrouwd geweest met een loodgieter annex cv-monteur, met wie ik nog uitstekend uit de voeten kan.
Dus heb ik hem maar eens gebeld. Helaas kon hij niet aangeven of hij diezelfde dag nog kon komen. Dat was toch wel een teleurstelling, maar ik hield me dapper en zei, dat ik dan wel een verwarmingsmonteur zou bellen of zo. Maar nee, dat vond hij een slecht idee, dat kon makkelijk 250 Euro gaan kosten en dat was tóch zonde. Hij zou wel kijken wat hij kon doen.

Nou, die dag kon hij kennelijk dus nog niks doen, we hebben de avond kleumend doorgebracht en zijn maar vroeg naar bed gegaan.
De volgende morgen moesten we allebei weer blauw van de kou douchen. Ik had het helemaal gehad en stond op het punt een verwarmingsinstallatiebedrijf te bellen, toen de bel ging.
Ik deed open en daar stond een gereedschapskist. Een hoopvolle blik om het hoekje van de deur leerde mij, dat mijn allerliefste ex nog even wat uit zijn auto haalde, maar dan toch in aantocht was om ons uit onze treurige situatie te helpen.

Natuurlijk moest hij eerst weer zo nodig koffie, maar daarna klepperde hij dan toch de trap op om eens een blik op onze onwillige verwarmingsketel te gaan werpen. Binnen vijf minuten hoorde ik de thermostaat met een tik aanspringen en tien seconden later kwam mijn ex schaterend naar beneden. Hij had even water bijgevuld, want de manometer stond op nul. Fluitje van een cent, dat kon ik zelf ook wel, meende hij.

Nu dacht ik altijd, dat een manometer niet bestond, dat dat een grapje was van de Gebroeders Bever uit De Fabeltjeskrant, maar dat bleek een misvatting. Dat ding dient in de gaten gehouden te worden, moet op ongeveer anderhalf staan en als dat niet zo is moet je water bijvullen.
Hij heeft me nog even voorgedaan hoe dat moest, maar ja, Gerda en techniek, hè, het bleef niet hangen.

Dus toen twee weken later de radiator weer een ijskoude plaat ijzer bleef en we weer moesten douchen onder vrieskoud water heb ik een kwartier zwijgend naar allerlei slangen en zo onder de verwarmingsketel zitten staren. En vervolgens mijn ex maar weer gebeld, al was het weekend.
Nou, dat was toch niet echt normaal, dat er alweer water bij moest, hij kwam nog wel eens kijken. Ik hoorde zijn vriendin op de achtergrond nog bekken, dat hij meer voor mij over had dan voor haar. Zijn verweer was, dat hún verwarming het wél deed en dat ze niet moest zeuren, zolang zij het lekker warm had.

Afijn, er was lekkage op de kamer van mijn oudste zoon, maar zolang die half verteerde dooie muis daar lag, ging hij daar niks aan doen. Ik wist natuurlijk van geen dooie muis, want ik kom nooit op de kamer van mijn oudste zoon, maar het beest lag er inderdaad, in een plas water en in verregaande staat van ontbinding. Gadver…
Met zijn allen hebben we het kadaver verwijderd met stoffer en blik, een plastic zak en veel gegriezel. Geen plechtige begrafenis voor het arme diertje, slechts een doffe plof in de biobak werd zijn deel.
De lekkage werd verholpen, water werd bijgevuld en we hadden weer warmte.

Twee weken later…
Nogmaals die gereedschapskist met mijn ex eraan vast voor de deur. Deze keer water genoeg.
Hij heeft iets vervangen dat 65 Euro moest kosten, maar nu hebben we weer warmte. Geen idee voor hoe lang.

Ik wil dus maar even zeggen, dat een goed functionerende verwarmingsketel niet zo heel gewoon is, hoor!
Het is een Godsgeschenk als het zonder gezeur warmte afgeeft, maar dat weet je pas als het kreng het opgeeft…

5 February 2006

Mijn ex

Filed under: Columns — Gerda @ 11:13 pm

Ik wilde het eens een keer over iets anders hebben dan over mijn niet aflatende blijdschap met mijn huidige echtgenoot en mijn kids.
Ik wilde het eens over mijn ex hebben…

Mijn ex heeft een enigszins bizar gevoel voor humor. Niet dat dat de oorzaak was van het stranden van ons langjarig huwelijk, we hebben heel wat afgelachen, maar soms werd ik er niet helemaal vrolijk van.

Zo liep hij ooit naar de keuken om een biertje te scoren. Aangezien hij toch die kant op ging vroeg ik hem of hij de aardappelen even laag wilde zetten, als het water al kookte. Kwam ik 5 minuten later in de keuken, stond de pan aardappelen op de grond. Inderdaad, dat is lager dan het fornuis… Lachen, hoor!
Hij lag geheel in een deuk vanwege mijn nijd, maar er zat wel een rare smeltplek in het zeil en de aardappelen waren niet meer gaar te krijgen. Dan zat hij daar nog over te mopperen ook! Al met al vond ik het een prijzig geintje, het zeil was écht helemaal verpest.

Of hij debiteerde van die schattige complimenten zoals: Ach, zo stom als je eruitziet wordt je toch nooit, zo stom is niemand.
Het woordje “stom” is naar believen te vervangen door het woordje “oud”. Hij noemde me ook altijd “slome”, of soms “dooie” het zal wel zijn versie van “lieverd” zijn, want zijn huidige partner noemt hij ook zo. Zij is er, volgens mij, al net zo ongelukkig mee als ik was.
Hij legde dan wel liefhebbend een arm om me heen, maar toch klinkt “lieffie” leuker dan “slome”.

Ook irritant was het feit, dat hij heel natuurgetrouw net kon doen alsof hij viel en dat deed hij dan ook te pas en te onpas. Als ik dan bezorgd toeschoot om te kijken wat hij mankeerde en of ik kon helpen stond hij wijd grijnzend op en liep zonder een woord ginnegappend door. Het kon uiteraard niet uitblijven, dat hij op een dag een enorme smak maakte en ik er gewoon langsliep, terwijl hij, naar later bleek, zijn enkel gebroken had. Die keer was het dus écht. Razend was hij, dat ik hem zomaar had laten liggen! Maar met dat “grapje” heeft hij me daarna nooit meer geconfronteerd.

Hij reageerde ook wel eens wat onredelijk, zie onder andere bovenstaand voorbeeld.

Op een dag had ik boodschappen gedaan en was boter vergeten. Hij had het nog gevraagd voordat ik ging, maar inderdaad, zo stom als ik eruitzie word ik nooit, dus tóch vergeten, hè… Dat had ik dus expres gedaan, volgens hem en hij heeft me de rest van de dag doodgezwegen. Er zijn geen woorden om mijn verbazing en woede te beschrijven over dat soort onzinnige beschuldigingen, juist omdat hij het uit de grond van zijn hart meende.

Achteraf kan ik er allemaal best om lachen, maar ik ben toch blij dat ik zijn flauwe practical jokes en rare woede-aanvallen niet meer mee hoef te maken. Het is erg vermoeiend om nooit te weten hoe je echtgenoot zal reageren en je dus altijd wat voorzichtig moet zijn met wat je zegt of doet.

Helaas zie ik in mijn jongste zoon diezelfde rare neigingen. Sinds kort heeft hij een vriendin en behalve die rare val-grap gaat hij net zo met haar om als voorheen zijn vader met mij.

Ik moet daar maar eens een ernstig gesprek met hem over voeren…

 

16 January 2006

Ik ben goed in soep

Filed under: Columns — Gerda @ 8:42 pm

Op een of andere manier zijn mijn mannen helemaal blij als ik aankondig dat ik de volgende dag soep ga maken. Onwillekeurig wat voor soep. De aangeschafte ingrediënten worden kritisch bekeken en vervolgens geprezen. Nogmaals, het maakt niet uit wat voor soep.

Tomaten, kippen, groenten, champignons, verzin het maar, ze zijn er verzot op. En het komt toch bijna allemaal uit pakjes en zakjes, hoor. Neemt niet weg, dat het iedere keer een hele ceremonie schijnt te moeten worden.

Het feest vangt meestal aan op zaterdag, ik moet tenslotte ook de hele week gewoon werken. ’s Morgens zet ik dan lekker poulet op. Met bouillonblokjes en kruidenbuiltjes, en oeh, wat gaat het dan lekker ruiken in huis. Dan scharrelt mijn zoon in de loop van de dag binnen en kreunt: Oh, wat ruikt het lekker hier. Is de soep al klaar?

Nee dus.
Vooral runderpoulet moet, wat mij betreft, ettelijke uren zachtjes koken en ontzettend lekkere geuren door het huis verspreiden. En dan rond 6 uur gaan de aanvullende ingrediënten er in. Natuurlijk niet voordat beide mannen een kopje pure bouillon hebben gekregen, dat vinden ze ook al erg lekker.
En dan keutelt het spul rondom me in de keuken om het verloop van de verdere soepbereiding te volgen.

De toevoeging van de pakjes tomatensoep, de verse groenten in geval van groentensoep, de prei en champignons in geval van kippensoep en zakjes champignonsoep en champignons als het champignonsoep moet worden. Maar vooral de toevoeging van de vermicelli, want dat moet ruimhartig gestrooid worden. En ruimhartig gestrooide vermicelli betekent dat de soep een tamelijk stijve massa wordt. Dat vinden ze lekker, dat is kennelijk het succes van mijn soep. Veel vlees, veel vermicelli en veel smaak. Mijn mannen zijn bepaald geen vegetariërs noch fijnproevers.

Ik maak meestal een liter of acht soep. Veel, ja, voor twee grote mannen en een klein vrouwtje…

De volgende dag kook ik dan een liter of twee pittige bouillon van blokjes plus een zakje Knorr en na afkoelen gooi ik die bij de rest van de soep, zodat het weer een beetje schepbaar wordt.
Dan heb ik toch tien liter soep gekookt en dat gaat in twee dagen schoon op!

Erwtensoep en bruine bonensoep zijn wat minder geliefd, dan is een litertje of 6 wel genoeg.
En dat is wel jammer, want die vind ík nou net het lekkerst…

Maar het is wel grappig om te zien dat er ’s morgen met soep wordt ontbeten, rond 1 uur met soep wordt gelunched en er ’s avonds wordt gebaald dat de soep op is!

Dan bak ik tosti’s, vinden ze ook lekker.

Voor de goede orde, dit culinaire evenement vindt hooguit een keer per kwartaal plaats, als ik een aanval van huishoudelijke aard krijg. Meestal moeten ze het gewoon doen met een makkelijke hap.

Zoals Chinees of Italiaan.

Maar verdomd als het niet waar is, ik kook enorm lekkere soep!

26 September 2005

Een frisse wind door je haar

Filed under: Columns — Gerda @ 8:36 pm

Nee, ik heb het niet over een weekend uitwaaien op de Wadden. Ik heb het over naar de kapper gaan. En de vreselijke hekel die ik daaraan heb.Ik heb bijzonder zielig dun haar, de kapper noemt het eufemistisch “erg fijn haar”. Het wordt enorm snel vet en moet dus dagelijks gewassen worden. Veel is er niet mee te beginnen, maar het groeit veel te hard naar mijn zin.

Soms is het heel erg warm weer en gaat het zo akelig in mijn nek plakken. Dan wil ik wel naar de kapper, maar het is zo heet daarbinnen! Dus stel ik het even uit en vervolgens af, als het weer afkoelt, want dan is het niet meer zo dringend nodig. Of het is inmiddels zo lang dat mijn pony in het midden gescheiden moet worden en ik de hele dag met van die dunne sliertjes haar voor mijn ogen loop. Gék word ik daarvan, maar ik ga niet naar de kapper.Pas als mijn zoon me Ma Flodder begint te noemen en mijn lief toch wat voorzichtige suggesties gaat doen, okok, dan ga ik wel naar de kapper… En dan kan het nog wel een poosje duren voor ik daar écht zit.

Maar waaróm heb ik zo’n hekel aan naar de kapper gaan?Het kost allemaal maar tijd waarin ik leuke dingen had kunnen doen. Nou ja, niet zoveel tijd, want ik zorg ervoor mijn haar gewassen te hebben en föhnen helpt bij mijn haar niks, dus laat dat ook maar zitten. Dus is het is achterlijk duur, want ze zijn hooguit 20 minuten met dat fluthaar van mij bezig.

Maar het ergste is, dat ik nog niet in die kappersstoel zit of de knipster vraagt me mijn bril af te zetten.Nou, dan ben ik aan haar humeur en haar mening over mijn kapsel overgeleverd. Ik ben zo kippig als een mol, (nee, niet mollig als een kip!), dus ik zie werkelijk niet wat ze allemaal aan het uitspoken is, al babbelend over ditjes en datjes en met een plantenspuit koud water op mijn kop sproeiend.

Ze trekt wat aan mijn haren, knipt wat en kletst over niks. Ze bedoelt het natuurlijk lief en ik waardeer het echt, maar intussen zit ik met kromme tenen af te wachten, wat ze ervan maakt. En soms als ik dan mijn bril weer op mag, schrik me kapot! Meestal omdat het veel te kort is en daar helpt helaas alleen de tijd. Het groeit wel weer aan, maar tot het zover is loop ik met een slecht passend kapsel, dat net zo vervelend voelt als iets te kleine schoenen.Gelukkig is het ook wel eens te lang en dan kan er ter plekke nog iets aan gedaan worden. Wel is het zaak om in exacte milimeters te melden wat er nog af moet, want uiteraard moet de bril weer op het kaptafeltje bivakkeren. En nee, contactlenzen zijn geen optie, dat experiment is helaas hopeloos mislukt wegens continue brandende ogen. Allergisch helaas.

Afijn, de laatste keer ging het zowaar in één keer goed.Het wordt inmiddels alweer wat te lang, maar ik kan de pony nog gewoon laten hangen, want die heb ik extra kort laten knippen. Helaas is de wonderdoende kapster inmiddels met zwangerschapsverlof, dus op haar kan ik voorlopig geen beroep doen.

Onlangs vroeg iemand, die mij nog nooit gezien heeft, dat zijn zo de wonderen van het internet, hoe ik mijn haar draag. Mijn antwoord was: Ik draag mijn haar zuchtend. En hierboven staan de diverse redenen!

16 September 2005

Rolgordijntje

Filed under: Columns — Gerda @ 8:32 pm

Het gaat nergens over, ik waarschuw u allen maar even.

Dus, het rolgordijntje in onze badkamer… het hangt daar al een jaar of twintig. Het ding is dus op en volledig gaar. We hadden al een scheur provisorisch gedicht met een stuk tape , maar gisteren viel de oudste zoon een beetje om, schoot met de elleboog door het gordijntje en de hele onderkant scheurde onbarmhartig af. Daar stond hij in zijn blote voortplantingsaangelegenheid te kijk voor het badkamerraam, dat zich aan de straatkant bevindt.
Gelukkig voor hem was zijn gezicht níét zichtbaar.

Maar goed, van dit gebeuren meende hij ons niet op de hoogte te moeten brengen, we kwamen er achter toen we enige tandenpoetswerkzaamheden en zo gingen plegen, alvorens te gaan slapen.
Oh ja, was hij helemaal vergeten, zeg!
Gdvrdgdvr… Takkenjong!

Kijk, het is niet zo dat het met opzet is gebeurd of zo, maar je kunt zoiets toch even melden?
Afijn, wij weer met tape in de slag om het zaakje weer af te dichten voor kijkgraag publiek.
Goed, wanneer wordt het interessant? Niet… Echt niet…

Vanmorgen zat ik rond 8 uur aan de koffie, me wezenloos ergerend aan de Turkse Tortels in mijn tuin. Die vechten zich momenteel helemaal de veren uit het pak. Volgens mij ligt Cyprus gedeeltelijk in mijn achtertuin en komen daar Griekse én Turkse Tortels foerageren. Duivenoorlog genoeg…

Maar ja, de dagelijkse dingen op mijn vrije vrijdag moeten toch gebeuren, dus ik ging maar eens douchen. De tapesporen aanschouwend dacht ik slim te zijn en het rolgordijntje een stukje te laten zakken, zodat de reparatie van buitenaf niet meer zichtbaar zou zijn. Dus ik trek aan het touwtje, kloenk tik, het gordijntje laat totaal los en daar sta ik, met het complete gordijn in mijn handen en volledig blootgesteld aan de uiterst verbaasde blik van onze buurman, die net in zijn auto wilde stappen.
Zelden heb ik helemaal in mijn eentje zo staan lachen.

Aangezien het rotgordijn aan het plafond hangt kon ik er niet bij, plus hoogtevrees, zodat het krukje ook niet in aanmerking kwam en dus de oudste zoon, aanstichter van al deze ellende en 2 meter lang, maar eens uit bed getrokken om het geval weer op zijn plaats aan te brengen. In de eerste instantie kwam hij nog bloot naar beneden, maar halverwege de trap bedacht zich toch en trok zijn badjas aan en klikte het geval weer op zijn plaats.
We hebben verschrikkelijk gelachen, het gaat inderdaad helemaal nergens over, maar het was gewoon een ontzettend melige situatie.

Nou ja, vanmiddag maar een vervangend luxaflexje aangeschaft. Nu nog iemand vinden die het even ophangt, want een boor bezitten wij niet en enige handigheid ook niet. En het geplakte gordijntje hangt nog wel een poosje, als iedereen er nu maar afblijft.

Ik vraag het mijn ex wel, je weet wel, MZ te A., die heeft een boor en veel handigheid!

25 November 2004

Vragen en antwoorden

Filed under: Columns — Gerda @ 8:25 pm

Je kent dat alweer wel…

Ik kom uit bed en mijn lief vraagt: Lekker geslapen?
Nu ik er over nadenk, ik heb geen idee, ik sliep. Geen idee of het lekker was, ik weet alleen dat opstaan altijd minder leuk is.
Maar ik zeg ja.

Aangezien hij ’s morgens altijd koffie voor me zet (wat overigens zéér gewaardeerd wordt!), luidt na de eerste slok, soms zelfs nog daarvóór de vraag: Is de koffie lekker?
Ja, waarom niet, ze is altijd lekker en het maatschepje is niet groter of kleiner geworden sinds gisteren.
Ik zeg maar weer ja.

Mijn zoon komt binnen en vraagt: Alles goed?
Nee, natuurlijk niet, in welk mensenleven is álles goed?
Maar wederom zeg ik ja.

Ik sta op en loopt richting toilet en dan vragen ze nog: Wat ga je doen?
Nou, wat denk je?
Maar ik geef nog antwoord ook…

Ik zeg, dat ik boodschappen ga doen, ik trek mijn jas aan, pak de boodschappentas en dan, verdomd als het niet waar is: Ga je nú boodschappen doen?
Nee, ik dacht, ik ga even een beetje in de tuin staan met mijn jas aan en de boodschappentas in mijn hand. Lijkt me leuk…
En als klap op de vuurpijl: Moet ik mee?
Nee, natuurlijk moet hij niet mee, maar het zou wel zo gezellig zijn.

Ik sta op en zeg: Ik ga naar bed.
Vraagt hij: Nu al?
Nee, ik ga nog een uurtje hier staan en dán ga ik naar bed.

Ik kom binnen na even weg geweest te zijn.
Ah, ben je daar weer?
Gut, ik geloof het wel, ja…

Dan staait mijn collega naar het openstaande raam, doet het dicht en vraagt vervolgens, of het goed is dat ze het raam dicht doet, want ze wordt een beetje “stijfjes”. Tja… het raam is nu al dicht, hoor, ik heb kennelijk geen stem in het kapittel.
En weer zeg ik ja. Al bedoel ik een luid en duidelijk nee, wat zij donders goed weet.

En zo zijn er allemaal van die vragen waarop je automatisch toch een antwoord geeft. Hoe nietszeggend ook.
Maar het ergst is wel de vraag: Hoe is het met je?
Geen mens dat daar oprecht een antwoord op wil. Stel je voor, dat dan de sluizen van alle onvrede opengaan!
Maar dan zegt de gemiddelde mens: Prima. En met jou?
Dat is dus dom… Doe dat niet!
Beperk je antwoord tot het woordje “prima”.
Want anders breekt vaak het onweer van alle ellende pas echt los.
Alle kwalen en narigheid die je maar kunt bedenken worden over je uitgestort.

Tante Toos heeft reumatiek en oom Harry heeft astma. Allemaal erg rottig, maar eigenlijk wilde je het niet écht weten.
De stuitbevalling van nicht Coby en de beenbreuk van neef Hendrik, allemaal bijster zielig, maar je kent die lieden niet of nauwelijks.
Zelf lijdt verteller minstens aan galstenen, een wankel huwelijk, kinderen die niet willen deugen of andere kommervolle zaken.
Én de persoon in kwestie weet niet wanneer een vraag retorisch is en slechts met een kort “goed” beantwoord kan zijn.

Maar zelf kan ik er ook wat van, hoor. Een paar van mijn domste vragen:

Welke idioot zet dáár nou een basversterker neer?
Welke ellendeling heeft mijn laatste biertje opgedronken?
Welke geilbuik heeft een shortcut naar een pornosite op mijn bureaublad gezet?
Welke viespeuk heeft zijn remsporen niet verwijderd?
Welke minkukel heeft mijn fiets lek gereden?

Ik vraag het en verwacht geen antwoord, want het antwoord is bekend.
En mijn zoon weet wél wanneer een vraag retorisch is, hij geeft dan ook geen sjoege, hij grijnst alleen een beetje.

27 October 2004

Van die kleine ergernissen

Filed under: Columns — Gerda @ 8:20 pm

Je kent dat wel… Het gaat nergens over, maar je ergert je er kapot aan.
Mijn zoon is wereldkampioen kleine ergernissen veroorzaken.

Elke dag moet er een anderhalve literfles cola aangeschaft worden en elke dag blijft er een halve liter in de fles zitten. Na twee dagen koop ik dus geen nieuwe cola en is hij pissig. Terwijl er toch heus nog een liter staat! Maar dat is dan niet meer lekker genoeg. Elk voorstel om dan voortaan gewoon een literfles te kopen wordt weggehoond.
Maar die niet goede halve liters drinkt hij gelukkig wel morrend op.

Ook zoiets: de kraan van de douche is al jaren kapot, de knop van het kreng zit los. Dus meng je het water tot het de goede temperatuur heeft en zet dan even de losse knop van de kraan in het zeepbakje of zo. Zo niet mijn zoon. Als hij staat te douchen dan horen we elke avond per douchebeurt 3 of 4 keer die knop met veel gekletter op de grond vallen. Grrrrrrr… Straks valt het ding echt kapot en dan kunnen we niet meer douchen zonder een waterpomptang mee te nemen!
Afijn, mijn ex komt komend weekend de douchekraan vervangen. En dan wil ik ook meteen een lekker luxe exemplaar, zo’n thermostaatkraan!
En liefst zonder knoppen.

Nog een kleine ergernis zijn zijn vreselijke zweetschoenen. Dat hij stinkpoten heeft, daar kan hij niks aan doen, maar hoeveel moeite is het om even je schoenen in een plastic tas te schuiven, voordat je ze midden in de kamer neerzet? Of zet ze in je eigen kamer, dan ben je de enige die er last van heeft.

Of die rottige gewoonte zijn sigarenpeuken in lege bierflesjes te gooien. Gadverdamme, zeg, wat een viezigheid!
En als er nou geen asbakken in huis zouden staan, okay, maar ik rook ook en er zijn er ruim voldoende.

En ook die ellendige hebbelijkheid de deur onder aan de trap dicht te smijten. Men kan een deur ook gewoon dicht doen, hoor, het hoeft niet altijd van KLABAM!!!
Als ik daarover mopper kijkt hij me altijd aan met een gezicht van: Huh?

En wat mij ook ergert en dat is geen kleine ergernis, dat is een enorme ergernis, is dat als hij thuis komt meteen vraagt: “Wat eten we?”
Dat is natuurlijk zo erg nog niet.
Maar vervolgens gaat negen van de tien keer zijn mobiel, vijf minuten voordat het eten klaar is, vervolgens trekt hij een jas aan, roept doei!!! en vertrekt met onbekende bestemming!
Hallo!!!
Ik heb net óók voor jou staan koken, gek!
Zit ik hier met een enorme pan macaroni, nasi goreng of what so ever.
Lummel…

En dan hebben wij de volgende dag die pan dus maar leeggegeten, komt hij doodgemoedereerd binnen en vraagt of er nog wat te bikken is!
Nee, dus… En dan ben ik nog zo stom om dan een uitsmijter voor hem te bakken of zo.

Andere ergernissen hebben ook hun handige kant.
Ligt zijn jas ’s morgens op de stoel in de huiskamer en staan er een paar, mij niet toebehorende, schoenen maat 37 onder de salontafel geschoven, dan is hij thuisgekomen vannacht en heeft zijn vriendin bij zich, dus moet ik zorgen dat ik voor half negen onder de douche ben geweest. Het feit dat die jas daar op die stoel ligt vind ik heel vervelend, we hebben namelijk ook een kapstok in de hal, maar toch… dat paar schoenen maakt het een beetje goed, want als zij gaat douchen is daar al gauw een uur mee weg en ik moet toch ook op tijd op mijn werk zijn. Dus die ergernis is dan toch wel weer handig.

Ik kan nog vele bladzijden vol schrijven met dit soort dingen, maar dan wordt het een boek en geen column.
Conclusie is wel, dat het nog niet meevalt om in één huis te leven met een volwassen zoon, maar toch… het heeft vaak ook zo zijn leuke kanten.

En daarover wellicht later… of had ik daar al vele malen iets over geschreven?
Nee… kan nooit!

6 October 2004

De politie is uw beste vriend… of zo…

Filed under: Columns — Gerda @ 8:16 pm

Tussen de politie en mij zal het wel nooit helemaal goed komen.
Na het gedoe met mijn GFT-bak en het herhaaldelijk aangehouden worden door leerlingen van de politieschool had ik weer een “heerlijk” intermezzo.

Mijn autootje moest geparkeerd worden, want ik moest even in een winkel zijn. Afijn, ik signaleer een politiewagen in de berm en parkeer het bakje er netjes achter. Kom ik uit de winkel en wandel onbekommerd richting auto, staat daar een buitengewoon jonge politieman uitgebreid te schrijven.
Ik was op zijn zachtst gezegd ietwat verbaasd en vroeg dan ook wat er te schrijven viel.

- U mag hier niet parkeren, mevrouw.
- O?
- Hier geldt een parkeerverbod.
- Ja, maar jullie staan hier toch ook, dus ik zou denken dat het dan wel moet mogen.
- Nee, zo werkt dat niet, mevrouwtje.

En dat laatste zo van: Daar heb je weer zo’n gansje…
Nou, als je mij kwaad wilt hebben, dan moet je me op een dergelijke neerbuigende toon “mevrouwtje” noemen!
Dus ik schoot uit mijn slof en siste nijdig.

- Sssnotpegel!
- Maar, mevrouwtje!
- Noem mij niet zo!!!

Intussen lag een iets oudere agent ongeveer slap van het lachen over de politiewagen gebogen. Hij sleurde de beginnende wetshandhaver zo’n beetje de politieauto in. Bij het wegrijden lachte die gast nog! Het jonkie keek een beetje verdwaasd. Ik heb nog lang nageprutteld van nijd.
Maar van een parkeerbon heb ik nooit iets vernomen.

Nog zoiets…
Afgelopen weekend hadden wij een feestje bij mijn bijna jarige zusjes. Nee, geen tweeling, ze schelen 10 jaar en 2 dagen in leeftijd. Het was een waar drink- en vreetgelag en het was verschrikkelijk gezellig.
Mijn allerliefste weigert gelukkig nog steeds ook maar één druppel alcohol te nuttigen en dat is altijd erg handig, want ik lust wel een biertje of wat.
Na afloop van het festijn gingen wij dus zonder enige schroom met de auto huiswaarts.
En verdomd! We werden aangehouden!

We werden van de weg afgeleid en mijn lief mocht in zo’n apparaat blazen. Niks natuurlijk, want van dubbeldrank perzik-sinaasappel zul je geen groene uitslag krijgen.
Vervelender was, dat we niet terug de weg op mochten. Nee, we moesten op aanwijzing van een agent verder rijden en kwamen terecht in een industrieterrein.
Heel fijn… maar hoe komen we hier nu weer uit?

Kort en goed, we hebben een heel stuk industrie van Amersfoort bij nacht bezichtigd, tot we weer een bekend gebouw zagen en de weg naar huis hadden hervonden.
Wat is dat nou toch allemaal voor publieksonvriendelijk gedoe?

Staat de politie verkeerd geparkeerd, geven ze je bijna een bon, omdat jij dat in alle onschuld ook doet.
Moet je blazen in zo’n alcoholpercentagemeetding en als je dan niet gedronken hebt wordt je gewoon de wildernis in gestuurd. Niks verkeerd gedaan en toch nog straf!

Nee, de politie is niet altijd mijn beste vriend, hoor…

21 July 2004

Overal brand

Filed under: Columns — Gerda @ 8:11 pm

Ons favoriete restaurant ’t Luykje is afgelopen weekend uitgebrand.

Zo zo, nou nou, poe poe, zal de lezer nu ongetwijfeld denken, dat zijn nog eens zorgen die wereldschokkend zijn.
En inderdaad, nog afgezien van het feit, dat mijn stukjes nooit bijster wereldschokkend zijn, het is een klein zorgje.
Maar ja, waar kan ik verder in of in de buurt van Soest een eenpersoons kaasfondue eten? Mijn mannen lusten dat geen van allen en om nu voor mezelf al die moeite te doen, nee… Daarom was het zo heerlijk, dat ik daar een buitensporig lekkere en uitgebreide kaasfondue kon smikkelen.
Helaas, de komende 3 á 4 maanden zal dat dus geen optie zijn.
Bovendien hebben wij in het betreffende restaurant onze bescheiden “bruiloft” gevierd. Slecht 20 héél goede vrienden hadden wij uitgenodigd en geen enkel familielid. Maar dat terzijde, dat is weer stof voor een andere column, misschien, ooit…
Maar goed, uitgebrand dus.

Nu hebben wij een geschiedenis in dat soort dingen. Hebben wij een etablissement of iets dergelijks bezocht houd dan je hart maar vast. Vaak vindt kort daarna een vervelend of zelfs rampzalig incident plaats.
Enkele maanden nadat wij er een bijzonder fijne week hadden doorgebracht brandde Hotel De Plasmolen in Mook geheel af.
Na een plezierig Iers festival brandde enige weken later Evenementencentrum De Bonte Wever in Slagharen volledig uit.
We waren in de botanische tuinen in Haren, korte tijd later ging de subsidiekraan dicht en so much voor de fraaie tuinen van Haren.
Een week na een wandeling op de Pyramide van Austerlitz brak daar een bosbrand uit. Blushelicopters moesten worden ingezet.
Het Italiaanse restaurantje waar we graag kwamen eten, ging een paar dagen na ons laatste bezoek failliet.
Lekker gehapt in de Spaanse Tapasbar… een weekje later vond er een steekpartij plaats en de tent moest dicht op last van de politie en die klap is het barretje nooit te boven gekomen.
Enkele weken na onze wandeling in het gebied Het Groene Strand op Terschelling overstroomde het hele gebied en gingen talloze vogels dood.
Afijn, ik kan zo nog wel even doorgaan.
Dus als ik de laatste tijd in een onroerend goed ben geweest waar u, waarde lezer, woont of werkt, let dan op dat de brandblusapparatuur getest en paraat is.
Bij aardbevingen is het verstandig in de deuropening te gaan wachten tot het over is.
Weer iedereen die ook maar een béétje op een messentrekker lijkt.
Aan water en faillissementen is weinig te doen, maar je kunt alvast naar Zuid Amerika vertrekken. Al kun je daar ook verdrinken of failliet gaan.
En nu is dus ons favoriete restaurant het laatste slachtoffer. Maar deze keer is het beslist niet onze schuld, want ja, hoewel het erg lekker bier is, hun huismerk Brand is vrágen om moeilijkheden!
En wie zet dat dan óók nog eens zo prominent op de gevel?!?

www.luykje.nl

14 July 2004

Weerpraatje

Filed under: Columns — Gerda @ 8:08 pm

Wij wonen in het midden van het land.
Weerkundig gezien is dat geen onverdeeld feest.
Als het in het noorden regent, wonen wij plotseling in het noorden.
Als het in het zuiden regent, wonen we opeens weer in het zuiden.
Hetzelfde gaat op voor regen in het westen en oosten. Waar het ook regent, wij lijken er te wonen.
Wat betreft de zonnige dagen geldt hetzelfde maar dan net andersom. Schijnt de zon in het noorden, dan wonen we zomaar opeens in het zuiden van het land. Enzovoorts enzovoorts.
Héél frustrerend!Dreigende wolken boven ons huis

Dat is eigenlijk pas sinds afgelopen voorjaar zo. Voor die tijd bestond voor de meteorologen ook nog het midden van het land. Waarom wij plotseling zo mobiel door Nederland schichten, daar heb ik geen verklaring voor, maar het is beslist een feit.
Storm aan de kust? Soest ligt aan zee.
Onweer op Texel? Soest is een Waddeneiland.
Motregen in het oosten van het land? Soest ligt in de Achterhoek.
Is het droog in Nederland? Soest is verhuisd naar Duitsland.
En inderdaad, daar ligt er ook eentje en wij zijn geannexeerd of zo.

Afijn, allemaal onzin natuurlijk, ik heb gewoon de pest in de zomer van 2004.
Ik blijf er bij, dat het midden van het land meteorologisch gezien kennelijk is afgeschaft, maar dat doet aan mijn onvrede over de huidige zomer niets af.
Is me dat een afgang in vergelijking met voorgaande jaren! Ik heb allerlei leuke frisse hemdjes aangeschaft in de verwachting, dat het gewoon weer lekker warm weer zou worden.
Nou, tot nu toe is het bijna alleen maar lange-mouwen-weer.Ons besneeuwde tuinpad met de reusachtige voetafdrukken van mijn zoon

Nu hoor ik ook regelmatig zuchten van opluchting omdat het niet zo heet is als vorig jaar. Vaak van mensen die graag naar Spanje en Italië en zo gaan om de warmte op te zoeken. Héél vreemd…
Maar, zeggen ze dan, daar is de warmte heel anders dan in Nederland.
Oh ja, joh?
Daar zijn afgelopen jaren ook tig mensen overleden van de hitte, hoor. Niet dat ze daarvan zijn afgekoeld, welnee, het is véél te heet!
En daar is het zo mogelijk de laatste zomers nog droger geweest dan hier. Fijn, alweer een bosbrandje. Het was zeker nog niet warm genoeg.

Nee, volgens mij hebben die zonzoekers gewoon de pest in, dat het in Spanje 38 graden was en in Nederland óók, zodat ze voor Jan Doedel naar het zuiden zijn gereisd voor een heleboel geld.
Maar ik wil weer zo’n zomer als vorig jaar.
Heet! Te heet om eten te koken, ik schaf wel een of andere salade aan.
Te heet om je hoe dan ook te bewegen, rustig in de schaduw blijven zitten met een ventilator in je nek en een goed boek.
Prachtig weer voor koud bier en ijsjes. En vooral weinig doen.
Een lekker luie lome zomer.
Nu nog de siësta in Nederland invoeren…

7 July 2004

Impetigo

Filed under: Columns — Gerda @ 8:00 pm

Mijn oudste zoon had weer eens wat.

Grote blaren verschenen op zijn gezicht en bovenarmen. Om vervolgens allemaal vrijwel tegelijk te knappen en zijn bovenlijf in één grote open wond te veranderen. Alleen zijn neus stak als een witte oase puntgaaf uit de etterende puinhoop naar voren.
Excuses voor deze onsmakelijke details, maar ik hecht er belang aan dat de lezer mee kan leven, schreef zij grijnzend…

Natuurlijk kreeg hij dat op vrijdagavond, als de huisarts niet bereikbaar is en de huisartsenpost, zo wij dachten, het geval vast niet dringend genoeg zou vinden om er de weekendrust voor op te offeren.
Kortom, het was afzien tot hij maandagmiddag dan bij een huisarts terecht kon om zijn ellende te laten beschouwen. En geloof me gerust, het wás doffe ellende.
Het scheen verschrikkelijk te jeuken en het zag er allerwalgelijkst uit.

Hij zag er dan ook erg tegenop de weg naar de huisarts in de openbaarheid per fiets te moeten afleggen, dus heb ik hem maar even gebracht met de auto.
En dan nog had je de mensen bij de verkeerslichten moeten zien staren…
Maar ja, in de wachtkamer zat hij natuurlijk gewoon te kijk.

En dan is het heel typisch, dat mensen plotseling heel gewoon doen over zoiets. Allemaal zieligerds onder elkaar natuurlijk. Er zat bijvoorbeeld een mevrouw met een open been. Och ja, ook niet erg esthetisch. Dus Tim was gewoon een patiënt onder de rest van de patiënten. Daar werd hij wel iets vrolijker van.

De assistente wist mij te melden dat we absoluut naar de huisartsenpost hadden moeten gaan en dat hij daar beslist wel geholpen zou zijn.
Een mede-wachtende viel haar bij en deelde ons mee dat ze er altijd zo vriendelijk werd geholpen en als er een test was gedaan kreeg ze vaak dezelfde dag nog uitslag.
Nou, uitslag had de schat al meer dan genoeg, vond ik eigenlijk en zei dat dan ook..
De pret was groot. Zelfs mijn zoon moest grinniken en daar werd ik redelijk blij van, het was het eerste lachje in drie dagen.

Eindelijk mocht hij dan het heilige der heiligen betreden en brutaalweg stapte ik achter hem aan de spreekkamer in. Ja, ok, hij is bijna 24, maar als ik niet meega zal ik nooit weten wat hij nou eigenlijk precies heeft, hij is namelijk niet altijd even mededeelzaam.
De dokter had het in één oogopslag gezien, het was impetigo.
Nou, dat klinkt toch eigenlijk wel interessant, niet dan?

Helaas bleek de Nederlandse vertaling “krentenbaard” te luiden. Zowel Tim als ik hebben ter plaatse besloten, dat dat een officieel scheldwoord móét zijn!
Hoe dan ook, het stelde in feite niet veel voor, allemaal redelijk onschuldig, alleen wel erg veel impetigo in 1 keer. Meer een soort krentenbivakmuts en krentenshirt met lange mouwen. Een enorme krent, zal ik maar zeggen.
Erg besmettelijk, dat ook nog, maar als mijn lief en ik binnen drie dagen geen verschijnselen hadden dan was er niks aan de hand.
Kuurtje Prednison dan maar…

Pardon? Prednison? Dat is toch verschrikkelijk heftige troep?
Viel wel mee, het waren maar 5 mg pilletjes. Nou, ok ok ok!

Maar jeetje, dat Prednison is een soort chemisch dunschilmesje, zeg! Binnen een dag waren de blaren weg, twee dagen later zag het egaal rood en nu, 5 dagen later is het egaal roze. Kortom, hij is weer redelijk toonbaar, terwijl we echt dachten, dat het nooit meer goed zou kunnen komen.

Volgens mij is Prednison absoluut verschrikkelijk heftige troep.
En mijn lief en ik zijn gelukkig niet besmet… een hele opluchting!

23 June 2004

Dubbel

Filed under: Columns — Gerda @ 7:56 pm

Voetballen… wat heb ik er een hekel aan.

Dat heeft uiteraard wel een aantal oorzaken en de belangrijkste daarvan stamt uit mijn voormalig huwelijk.
Zodra er voetballen op de televisie was, was het van nul en generlei belang wat ik wilde zien, er was voetballen… punt!
Dus zat ik dan op de bank met een boek en probeerde me af te sluiten voor die druk pratende verslaggever, die zich werkelijk over alles opwond en met overslaande stem melding maakte van alle minimale feitjes die op dat grasveld plaatsvonden. Mijn ex zat intussen mee te pruttelen met die verslaggever en als er dan een doelpunt viel sprong hij op, stak zijn handen richting plafond en riep: JAAAA!!!

Dat zal hij ongetwijfeld nog steeds doen, maar ik hoef me er niet meer aan te storen.
Ik vind dit namelijk zeer vreemd gedrag.

Dan lopen daar 22 wildvreemde meneren in een grasveld achter een bal aan te draven met als ultiem doel die bal in een netje te schoppen en daarbij zijn dan allerhande hinderlijke regels van toepassing, die de boel verschrikkelijk bemoeilijken. En als dan één van die malloten daar eindelijk in slaagt, is dat reden tot diepe treurnis of grote vreugde, dat is geheel afhankelijk van de kleur van het T-shirt, dat de malloot in kwestie draagt.
Ik moet daar vreselijk van zuchten…

Maar nu is daar dan weer een EK. Ik heb nog geen seconde van een wedstrijd gezien, want mijn lief heeft net zo’n gruwhekel aan voetbal als ik. Met dit verschil, dat hij openlijk en oprecht hoopt, dat Nederland maar zo rap mogelijk zal zijn uitgeschakeld en ik stiekem toch hoop, dat ze héél ver gaan komen. Als ik het maar niet hoef te zien.
En als ik maar niet voortdurend word geconfronteerd met de maffe randverschijnselen. Mijn zoon, die opeens meent oranje kousen en een oranje shirt aan te moeten trekken. Om zich in Amersfoort in een kroeg tijdens de wedstrijd geheel te moeten bezatten.

Ook heb ik geen zin om mijn hele woning met oranje vlaggen te behangen of rood-wit-blauwe vlaggetjes op mijn wangen te schilderen.
In elk geval is er niets dat mij er toe zal kunnen brengen ooit nog naar een voetbalwedstrijd te gaan kijken, tenzij één van mijn zonen onverhoopt voetballer wordt. Maar dat zit er niet in, gelukkig.

Ik geef toe, dit is wel heel erg dubbel.
Aan de ene kant interesseert het me geen fluit en als Nederland zou zijn uitgeschakeld lag ik daar geen tel van wakker.
Maar aan de andere kant vind ik het toch wel leuk dat ze een ronde verder zijn gekomen. Al is daar verschrikkelijk veel geluk aan te pas gekomen, als ik het allemaal goed begrepen heb.

Grenzeloos Europa, ik lijk er nog niet aan toe te zijn…

10 June 2004

Sterren kijken

Filed under: Columns — Gerda @ 7:47 pm

Zo af en toe kijken mijn lief en ik eendrachtig naar de nachtelijke hemel. Dat doen we vooral graag op Texel waar strooilicht nog niet zo storend is.
Ik zie dan gewoMaanon een prachtige hemel met geheimzinnige lichten en vind het zonder meer prachtig. Ik kan daar heerlijk over fantaseren.

Zo niet mijn lief. Die ziet de Andromedanevel, de Magelhaense Wolk en allerhande andere verschijnselen.
En wil mij daar hardnekkig deelgenoot van maken.

Dit nu irriteert mij mateloos. Ik hoef helemaal niet te weten dat er een stuk of wat van die sterren bij elkaar horen en dan ook nog een naam hebben. Ik wil kijken en genieten. Ik kan nog net de Grote Beer herkennen, zoals de meeste sukkels onder ons en daar houdt het mee op. Wat mij betreft is dat een uitstekende situatie.
Ik bedoel, de Grote Beer is voor mij gewoon die “steelpan” en ik zie in de verste verte niet wat dat rijtje sterren nou met een beer van doen kan hebben.
De ongebreidelde fantasie waarmee vroege astronomen een zwikje sterren bij elkaar raapten, er een soort tekening bij bedachten en dan een naam aan die zwik sterren gaven, ik heb bewondering voor hun verbeeldingskracht, maar ik heb er niets mee.

Ook verwacht mijn lief van mij, dat ik Venus, Mars en dat soort hemels geschitter direct herken. Nou, vergeet dat maar. Ik herken de Maan en dat vind ik mooi genoeg.
En uiteraard de Zon en dat vind ik nog vele malen beter.

Klein hoefbladDatzelfde, maar dan net omgekeerd, heb ik met bloemen.
Ik zie allerlei fraai bloeiend spul en wil mijn lief onmiddellijk vertellen wat wij daar allemaal staan te bekijken.
Dat nu irriteert hém mateloos. Het groeit en bloeit en ruikt (soms) lekker, maar het kan hem werkelijk niet schelen of we naar Klein Hoefblad of Speenkruid staan te kijken. Hij wil er een mooie foto van maken. Punt.

En dan overhoren we elkaar. Hij wijst naar een plek aan de hemel en vraagt of ik weet wat het is. En, eerlijk is eerlijk, ik weet het nooit, tenzij hij naar de Maan of de Grote Beer wijst.
Ik wijs naar een bloemetje en vraag of hij weet wat het is en verdorie, verdorie, vaak heeft hij het wél onthouden.

Maar ja, ik kan wél op mijn rug in een ligstoel naar de hemel staren en fantaseren over het misschien krioelende leven daar ver weg waar wij helemaal niets van weten.
Ik zie mijn lief nog niet naar een bloemetje staren en bedenken wat daar allemaal op krioelt. Behalve als het leven in kwestie een zodanig formaat heeft, dat hij er een foto van kan maken.

Terwijl hier op Aarde toch allerlei leven is waar wij totaal geen weet van hebben.
De mens steekt de nieuwsgierige neus soms wel eens een beetje érg ver uit.
Leer eerst je eigen wereld en medebewoners maar eens kennen en kijk dan omhoog.
Ik kan het vaak gewoon niet uitstaan, dat men naar buitenaards leven op zoek is en geen oog heeft voor het prachtige leven dat op Aarde nog zwemt, vliegt, loopt, kruipt, groeit en bloeit.
Dat men hoopt ET te vinden, terwijl hier op onze eigen Aarde veel mensen niets weten van al het moois dat onder Atalanta en Gehakkelde aureliaoogbereik is. En daar ook helemaal niet in geïnteresseerd zijn.

Weet je wel hoeveel soorten vogels, insecten, bloemen en zo er in ons eigen stukje heelal leven?
Kijk daar ook eens naar, nu kan het nog. We hebben de wereld nog niet helemaal verkloot, al schiet het wel hard op.

Naar de sterren reiken en kijken, daar is niets mis mee, het is alleen zo jammer, dat het wonder van onze eigen natuur zo weinig mensen boeit.
De nachtelijke hemel zal mij altijd in verwondering en bewondering brengen, maar de dagelijkse flora en fauna van mijn eigen wereldje nog veel meer.
Wie reikt naar wat hij niet heeft, ziet vaak niet meer wat hij (nog) wel heeft…

2 June 2004

Vader

Filed under: Columns — Gerda @ 7:43 pm

Ergens in 1983, precies wanneer weet ik niet meer, maar mijn oudste zoon was een kleine blonde krullenbol en de jongste groeide in mijn buik, ging de telefoon.
Mijn vader lag op sterven.

Onmiddellijk veranderden mijn knieën in een soort gelei.
Hoewel mijn vader al 15 jaar, met dank aan Alzheimer, zo dement was als een deur en we al die tijd al nauwelijks tot geen contact hadden met hem wilde ik hem toch niet zo 1, 2, 3 missen.

Afijn, wat gedaan? Ik had geen auto tot mijn beschikking, dus ik heb mijn zoon in tijdelijke bewaring gegeven aan de buurvrouw en de buurman reed mij naar het verpleegtehuis.
Daar lag mijn vader, piepklein en rochelend naar adem. Ik had meteen het gevoel, dat het absoluut loos alarm was.
En inderdaad… de volgende dag zat hij gewoon weer in zijn rolstoel en voerde mijn moeder hem stukjes chocolade en partjes sinaasappel.

Dat geintje heeft hij ons in totaal 7 keer geflikt. Iedere keer ging ik weer met bevende benen naar dat verpleegtehuis en ’s anderendaags zat hij gewoon weer mummelend in zijn rolstoel.
Je zou ‘m!

Maar de 8e keer, in 1986, was het dan toch raak. Of mis, hoe je het maar wil zien.
Hij was helemaal geel, want de arme lieverd had ook nog leverkanker opgedaan. Maar die keer was hij ook totaal buiten bewustzijn en wist ik dat dat de laatste keer was dat ik hem “levend” zag.
Ik heb hem gedag gezegd en ik weet zeker dat hij daar niets van heeft gemerkt.
Hij was al zoveel jaren weg en nu was hij nog wegger dan anders.
Niemand huilde, afscheid hadden we al zo lang geleden genomen.

Mijn zusje tuimelde totaal overwacht om 11 uur binnen. Ze was niet bereikbaar geweest, maar had het gevoel dat ze beslist naar het verpleeghuis moest. Ze zal wel een sterkere band hebben gehad met hem dan ik, ik vind het nog steeds een wonder.
Haar vriend moest ernstig naar het toilet en vroeg waar die faciliteit zich bevond. En ik kon het niet laten en zei: Hier het hoekje om.
Mijn oudste zusje moest daar zwaar haar wenkbrauwen van fronsen.

En zo zaten we daar, te wachten in die nare kille hal. Te wachten tot vader dood zou gaan.
Wat hij dan uiteindelijk om 1 uur ook deed.
Een raar gevoel, plotseling is één van de poten onder je bestaan weg.

De volgende dag werden we geacht in de aula nog een keer afscheid van hem te nemen.
Dat was pas écht ellendig. Daar lag hij dan, een klein geel vogeltje. Iedereen was opgelucht, dat pa eindelijk uit zijn ellende was verlost, maar niemand durfde dat toe te geven. Iedereen was blij van die wekelijkse gang naar het verpleegtehuis af te zijn, want enig respons was er nooit, maar niemand die dat ook durfde te zeggen. En toch was het akelig en verdrietig.

Mijn moeder zei ietwat weemoedig: Och gut, en gistermiddag zat ik hem nog een sinaasappeltje te voeren.
En ik kon wéér het niet laten, ik ben helaas onverbeterlijk en zei: Tja, als je dat nou niet had gedaan dan was hij nu zo geel niet geweest.
De enige die er vreselijk om moest lachen was mijn moeder… en mijn vader vast en zeker ook. Mijn oudste zusje fronste wederom enorm haar wenkbrauwen.

Och ja…

19 May 2004

Vakantie op Texel – 1 -

Filed under: Columns — Gerda @ 7:39 pm

Wij zijn verslingerd aan Texel en dus zal het geen verbazing wekken dat we afgelopen vakantie weer daar hebben doorgebracht.
Ook zijn we nogal behoudend, dus verblijven wij meestal in hetzelfde vakantieverblijf helemaal in het noorden en wel in De Cocksdorp.
Deze keer echter wilden we eens aan de zuidkant van het eiland zitten en hadden een huisje midden in Den Hoorn gehuurd.
Nooit meer doen dus!

Het huisje was prachtig. Alles erop en eraan, afwasmachine, oven, magnetron, vloerverwarming, ligbad, allemaal heerlijk!
Maar wel recht tegenover een café met terras gesitueerd. En midden in het historische deel, zodat iedere toerist wel even langs komt fietsen.

Nu waren we vroeg dit jaar en dus waren er de eerste dagen nog weinig toeristen en het café was nog dicht, maar in de loop van de eerste week zagen we Texel veranderen in een Duitse kolonie en ging het café ook open. Veel dronken gebral op het terras aan de overkant, want het was weliswaar vroeg in het jaar, maar wél mooi weer. In het noorden van het eiland is het toch een stuk rustiger.

Ook hebben we nog een nieuwe trend gesignaleerd. Men komt tegenwoordig naar Texel om te joggen.
Waar we dachten lekker rustig te vertoeven, hoorden we na verloop van (helaas korte) tijd: “klosklosklosklos” en kwamen er twee hardrenners aan draven, intussen volop in het Duits ouwehoerend!
Ze komen, God betere het, helemaal vanuit Duitsland om op Texel een stukje hard te rennen, zeg! Ze zijn niet goed snik! Ze hebben daar toch zelf Waddeneilanden zat?

Maar nee, zitten wij lekker op een bankje, komen er twee, tijdelijk uitgedraafde, Duitse hijgers ter linker en ter rechter zijde van ons bankje rekken en strekken, steunend op ónze bankleuning, intussen hijgend en babbelend en ons bedwelmend met hun droge buiten-adem-adem. De neiging mijn Tic-tacs tevoorschijn te trekken en ze er eentje aan te bieden kon ik maar nauwelijks onderdrukken.
Mijn neiging om demonstratief een shagje te bouwen heb ik niet onderdrukt. Vol walging over zulk ongezond gedrag draafden ze weer verder en ik had mijn shagje nog niet eens in brand hoeven zetten. Nu doe ik dat toch al niet in natuurgebieden, maar dat konden ze niet weten natuurlijk.

En deze twee drafpaarden waren bij lange na niet de enigen, het wemelde van de hardlopers op Texel. Bijna allemaal in koppels en Duits kwekkend. De enkele alleen-lopers heb ik uiteraard niet kunnen determineren, Nederlands hijgen of Duits hijgen is niet echt van elkaar te onderscheiden. Maar het zullen dan ook voor het merendeel wel Duitsers geweest zijn.

Wij zijn niet blij met deze trend, want alle vogels verschieten van schrik van al dat rare gedraaf.
Persoonlijk vinden wij dat Texel verboden moet worden voor joggers.
En ook voor loslopende honden en hun baasjes en bazinnetjes, als we dan toch bezig zijn.
Nou ja, eigenlijk voor iedereen, behalve voor ons!

5 May 2004

Grote honden en ik

Filed under: Columns — Gerda @ 7:36 pm

Ik ben verschrikkelijk bang voor honden. Mijn lief is er ook niet dol op, maar is toch niet zo panisch angstig als ik.
Nu verblik of verbloos ik niet van een lullig klein hondje en een middelgroot exemplaar kan ik ook nog wel redelijk behappen al word ik daar ook niet vrolijk van. Maar die heel grote jongens, zoals Duitse Herders of Rottweilers en dergelijke, ik verstijf ter plekke van angst en wacht met gesloten ogen en ingehouden adem tot ze voorbij zijn, mij onderwijl dicht tegen mijn lief aandrukkend. Die mij geruststellend op de rug klopt, terwijl hij zelf ook geen feestgevoel ervaart, de schat.
Wij proberen dan ook om slechts dáár te wandelen waar honden alleen aangelijnd zijn toegestaan. Helaas houden vele hondenbezitters geen enkele rekening met welk verbod dan ook.
Ik kan niet begrijpen dat het in de hersens (?) van dat soort wetsovertreders nou nooit opkomt, dat er ook mensen zijn, die gewoon bang zijn voor honden.

Dat die types dus rustig met bijvoorbeeld drie loslopende Labradors door een natuurgebied lopen te baggeren, waar die beesten kuilen graven, konijntjes opjagen en vogels verschrikken.
En mensen tegenkomen, die er op vertrouwen dat ze geen loslopend hondenspul tegenkomen en dan plotseling worden geconfronteerd met een uit de kluiten gewassen carnivoor met blikkerende tanden en een ongezonde belangstelling, waar geen corrigerend baasje bij in de buurt loopt. Of die voor geen meter naar het corrigerend baasje luisteren.
Kom hier, Tarzan!
Hier, Bello!
Nero, kom je nou of kom je niet!
Nou, in het laatste geval gehoorzaamt zo’n hond natuurlijk altijd: hij komt wel of hij komt niet…

En ik durf er ook nooit iets van te zeggen. Voor je het in de gaten hebt is het van “Attack and kill!” (Dus niet “kill and attack”, dat is net verkeerd om, het heeft toch geen enkele zin iemand te attacken die je net gekilled hebt?) Ik sta regelmatig met het zweet in de handen en koud van angst ergens in een bos te wachten, tot die figuren met hun honden voorbij zijn.
En honden weten dat, hoor!

Nu zijn die beesten van nature toch al gruwelijk opdringerig en hebben ze kennelijk een of andere oerdrang aan alles en iedereen te moeten snuffelen, maar juist omdat ik bang ben lijken ze me dubbel zo lollig te vinden. Ik vind dat, behalve eng, ook nogal walgelijk. Ik snap niet, dat hondenbezitters hun viervoeters hoe dan ook toestaan, dat die tegen wildvreemde mensen opspringen of in het kruis gaan staan wroeten, al snuivend en snorkend. Vooral Boxers vind ik op dat gebied uitermate weerzinwekkend, met die vieze flapwangen en dat eeuwige gezever.
Verbied die hond dat! Leer hem dat af! Dat kan best!

En ik kan het weten, want ik heb zelf een verschrikkelijk grote hond gehad.
Schofthoogte 55 centimeter en 55 kilo zwaar. Een kanjer. Volgens de dierenarts machtige gespierd. Maar wij hadden hem wél afgeleerd tegen vreemde mensen op te springen of in het kruis te wroeten. En wij hielden hem aan de lijn, waar hij niet los mocht lopen.Tegen ons mocht hij wel opspringen, dan had ik zijn kop in mijn nek, maar ook bij ons was kruisgewroet ten strengste verboden. Nou, zijn humeur heeft daar nooit onder geleden, hoor.
Maar nimmer heeft het feit, dat wij zelf een waanzinnig grote hond hadden mijn angst voor andere honden kunnen verdrijven. Mijn eigen hond kende ik, al weet je nooit wat er in die kop omgaat.
Maar van andere honden weet ik dat nog veel minder.

Ik vind honden gewoon doodeng en zou hondenbezitters enorm dankbaar zijn als ze ook eens rekening hielden met mij en hun “hij doet niks, hoor!”-hond netjes aan de lijn houden waar dat verplicht is.
Voordat het een “goh, dat doet hij anders nooit, hoor!”-hond wordt.

Bij voorbaat dank.

En excuses aan Boxerbezitters/liefhebbers, het is slechts mijn persoonlijke mening, dat dat behoorlijk onsmakelijke honden zijn.
Ze zullen ongetwijfeld trouw en vriendelijk zijn, maar dat doet, in mijn ogen, aan hun onsmakelijkheid niets af. Sorry…

28 April 2004

Tja…

Filed under: Columns — Gerda @ 7:31 pm

Zaterdagochtend, 9 uur…

Ik zit op de bank met koffie en de krant, vagelijk geplaagd door schuldgevoelens.
Eigenlijk moeten we namelijk onkruid wieden.
Het is droog, de zon schijnt, maar niet zodanig, dat men derdegraads brandwonden zal oplopen tijdens het wieden, maar ik heb er gewoon helemaal geen zin in.
En er ligt nog een afgrijselijke hoeveelheid was, ik moet dringend stofzuigen, de badkamer wil, behalve mij, ook wel weer eens een échte dweil zien, maar ik zit op de bank mijn krantje te lezen en koffie te leuten en heb het uitstekend naar mijn zin.

Mijn lief zit aan zijn pc foto’s te bewerken. Waarschijnlijk voelt hij zich ook vagelijk schuldig, want we hadden toch écht afgesproken dat we van allerlei nuttigs zouden gaan doen vandaag.
Er wordt van alles door ons gebabbeld, maar met geen woord wordt gerept van onkruid, vuile was, dweilen en andere barre zaken.
Ja, we kijken wel uit, voor we het in de gaten hebben zitten we straks nog op handen en voeten in de tuin!

Dus heb ik schuldgevoelens, want ik weet nu al dat er vandaag weer niks van komt.
We zouden natuurlijk een hulp in de huishouding en een tuinman kunnen inhuren. Want we zijn wérkelijk uitermate hulpbehoevend betreffende voornoemde en andere zaken in en rond het huis. Maar ja, dat kost het nodige en we zeggen telkens tegen elkaar dat het niet nodig is en ook niet nodig zou mogen zijn, omdat we dat soort dingen prima zelf kunnen.
Ongetwijfeld is dat ook zo. Probleem is dat we het wel zouden kunnen, maar het gewoon niet doen.
Na mijn krantje, de koffie en het foto bewerken zijn we een stuk gaan wandelen in het zonnetje. Lekker gelummeld op een bankje. Foto’s gemaakt, die morgen natuurlijk weer bewerking nodig hebben. Je kunt immers niet bijtijds genoeg een alibi regelen?

Zaterdagavond, 9 uur…

Helaas, vandaag weer niks huishoudelijks gedaan, behalve boodschappen.
Morgen gaat het volgens de berichten regenen, dus komt er van wieden niks, maar de was en de badkamer, echt, echt en écht, dat gaan we doen, zo hebben we afgesproken.

Zondagmorgen, 9 uur…

De foto’s van gisteren worden bewerkt. Op de televisie is een leuke documentaire, die ik zit te kijken terwijl ik koffie drink. Het weer valt enorm mee, dus misschien kunnen we nog even naar de Oostvaardersplassen of zo?
Wij roepen onszelf tot orde, vandaag moet het echt gaan gebeuren, hoor!
Maar ja, je kunt maar tegengewerkt worden in je goede voornemens.
Er ligt een volwassen alp vuile was, maar als ik op kleur sorteer heb ik steeds nét geen wasmachine vol.
Toen mijn lief de badkamer wilde gaan dweilen stond toevallig mijn zoon te douchen.
Het heeft vannacht toch best geregend, het is in de tuin een modderpoel.
En zodoende staat het onkruid nog steeds 50 cm hoog, waarbij we als smoes kunnen aanvoeren, dat het dan makkelijker wiedt.

Zondagavond, 9 uur…

Het was heerlijk in de Oostvaardersplassen.

Tja…

21 April 2004

Hoe makkelijk is makkelijk?

Filed under: Columns — Gerda @ 7:26 pm

Wie mijn stukjes regelmatig leest zou zomaar in de veronderstelling kunnen verkeren, dat ik een makkelijke moeder ben. In veel opzichten is dat ook zo. Maar ik kan ongelofelijk zeuren om de kleinste kleinigheden.
Tenminste, mijn zoon vindt het kleinigheden, ik heb er vaak een andere mening over.
Houd me ten goede, soms heeft hij gelijk, maar meestal heb ik gelijk.
Vind ik…

Een paar voorbeelden? Bereidt u voor op schokkende familietaferelen!

Ik kom ’s morgens uit bed, er van overtuigd dat ik nog genoeg shag heb voor mijn ochtendpeukje. Op mijn werk mag ik niet roken en dat vind ik geen punt, maar ik wil ’s morgens wel graag even een teugje nicotine tot mij nemen. Maar nee, ergens gedurende de nacht, terwijl ik in dromenland vertoefde, heeft een vriend van mijn zoon de laatste kruimels de lucht in geblazen.
Dames en heren, ik kan u melden, dat dat enorm afzien is! En dat daar ook grote commotie over is geweest!

Nog zoiets, ik kom uit mijn werk en denk dat er nog genoeg te eten en drinken in huis is en dat ik dus geen boodschappen hoef te doen. Fout! Meneer Zoon heeft vrijwel de complete voorraad geconsumeerd. En het is raar maar waar, het regent dan altijd. Kan ik in de stromende rotregen alsnog naar de winkel, waar hij werkt en waar ik hem dus pisnijdig tegenkom, om te foerageren.
Neenee, hij niet pisnijdig, maar ik!
Je zou de onschuldige grijns eens moeten zien, die hij dan etaleert. Ja, ik had honger, ma!
Manman, die moet een berenhonger gehad hebben, dat staat vast!

Of dan liggen we in bed en plotsklaps klinkt vanaf zijn zolderkamer luid gebas. Er moet zomaar even geoefend worden.
- Hallo, gek! Het is 2 uur!
- Oh sorry, mam…
- Gromgrom…
Hij is verdomme 23, op welke leeftijd worden hersens actief?

Onlangs schoot me opeens verschrikkelijk in het verkeerde keelgat, dat twee dames uit zijn kennissenkring hier aan mijn pc hebben zitten vlooien en mijn twee dierbare Sinterklaaskikkertjes hebben opgegeten.
Het is misschien flauw voor twee volwassen mensen, maar die stomme chocoladekikkertjes waren voor ons een fijne herinnering aan een bijzonder leuk weekend.
Bewust hebben we ze meegenomen en nooit opgegeten. Ze stonden tussen onze pc’s gewoon gezellig te staan, samen met twee sinterklaasmuisjes.
En dan blijken twee, mij wildvreemde dametjes hun hagelwitte tandjes in onze kikkertjes te hebben gezet en de glimmende verpakking achteloos op de grond te hebben gegooid.
Jawel, op de grond gegooid, de prullenbak staat een hele meter verderop, hè…
Ook hebben ze een halve zak Milky Ways weggevreten en daarvan ook overal de verpakkingen rondgestrooid. Ze hebben de defragmentatie van mijn E-schijf (en die is gróót, kan ik u vertellen, dus dat is een langdurige grap, die ik daarom ’s nachts uitvoer) afgebroken omdat internet zo traag was.
En waar was in die tijd mijn zoon? Geen idee! Hij was er niet bij, wist hij te vertellen, maar hij had ze daar gestationeerd dus hij wist wel dat de meiden daar zaten.

Het zal wel een stomme vraag zijn, hoor, maar hoe krijgt iemand het in zijn/haar hoofd zomaar ergens zonder vragen van alles op te gaan zitten eten en zo?
Het klinkt misschien overdreven, maar het voelt een beetje alsof er is ingebroken.
Dat wildvreemde mensen in jouw spullen hebben zitten potelen.
Dat twee van die giechelgrieten misschien wel de liefdevolle mails hebben zitten lezen, die mijn lief en ik elkaar sturen. De persoonlijke columns die ik heb geschreven, hebben zitten doorlezen. Dat ze dus, verdorie, zonder enige schroom aan MIJN spullen zitten en MIJN dierbare herinneringen opeten.

Ben ik dan flauw, als ik mijn zoon vertel dat als zoiets ooit weer gebeurt, mijn pand voortaan voor al die rare mensen gesloten gebied is?
Nou, hij vindt van wel en ik vind van niet.

En ben ik dan flauw, als ik eigenlijk toch wel een excuus verwacht? Nou, vergeet het gerust, niks excuses. Maar als ze even willen vertellen waar zij fijne en onvervangbare herinneringen aan hebben, dan kom ik dat ook even lekker stuk maken!

Ik heb een wachtwoord op mijn pc gezet. Groot was de ontsteltenis.
Na enig uitpraten en wederzijds mekkeren hebben we ons geschil bijgelegd.
Het wachtwoord is weer van de pc en er komen geen vreemde dames meer in mijn bestanden graven.
En anders komt er definitief een wachtwoord voor.

Ook toffe moeders zijn soms zeurpieten.
Het zij zo…

14 April 2004

Dikke bakken en wij

Filed under: Columns — Gerda @ 7:20 pm

Nederland telt toch wel een redelijk groot aantal héél vervelende mensen.
En dan bedoel ik niet die pubers, die hun leraren mishandelen en zelfs overhoop schieten.
Ook niet die vreemde figuren die hun buren om zeep helpen en vervolgens jarenlang hun plantjes water geven en hun post sorteren.
Dat is niet te begrijpen tuig.

Het volk waar ik het over heb is, zolang het goed gaat, minder schadelijk maar evenmin helemaal te begrijpen.
Ik heb het over menig bestuurder van zo’n enorme Landrover en hoe die andere grootgewielde bakken ook mogen heten. Motorrijders hebben er ook weleens een handje van, maar toch een stuk minder.
Ik zal mijn grief even uitleggen.

Wij kijken graag naar vogels en andere natuur. Althans, ik kijk en mijn lief fotografeert. Kortom, we vallen in de categorie “vogelaars”.
Vaak, en ik bedoel écht vaak, staan we ergens in een berm door onze verrekijker vogels te kijken en dan scheurt er weer zo’n enorme 4-wheel-drive met een rotgang voorbij. Als toppunt van humor luid claxonnerend en zo dicht langs ons heen, dat onze haren er van wapperen en de kluiten berm ons rond de oren vliegen.
Niet dat de vogels zich er iets van aantrekken, die vinden alles best, als er maar eten is. Dus die eikels schieten hun doel geheel voorbij. Maar irritant is het wel, want het is in feite natuurlijk levensgevaarlijk.

Vogelaars worden op alle plekken in Nederland zo bejegend. Misschien in andere landen ook, maar dat weet ik zo niet. Maar wij kijken altijd even om, voor we een stapje naar achteren zetten, je weet immers nooit, straks komt er weer zo’n idioot opzettelijk met een bloedgang op een afstand van 10 centimeter langsraggen.

Zoiets heeft natuurlijk twee kanten.
De bestuurder die onze enkels en levens bedreigt denkt natuurlijk: “Daar staan weer zo’n stelletje halve garen met een verrekijker naar vogels te staren. Ik zal ze eens lekker de stuipen op het lijf jagen. Get a life, folks!”
En wij staan daar lekker te genieten, we vallen niemand lastig en krijgen die gek bijna in onze schoenen. En dan denken wij toch ook: “Daar heb je weer zo’n halve zool die zich denkt te moeten bewijzen door veel te hard te scheuren in een veel te grote lawaaibak, die denkt dat hij grappig is. En dat verdorie in een natuurgebied! Get a life, man!”
Natuurlijk doen niet alle bestuurders van een dikke auto zo. De meeste auto’s, groot en klein, rijden normaal langs ons heen. Bijna allemaal kijken ze wel wat smalend, maar het is nu eenmaal zo, dat onze hobby als nogal sullig wordt beschouwd.

Dat wij vaak voor dag en dauw in weer en wind door de polder sjouwen om maar een of andere vogel te zien is uiteraard geheel vrijwillig en wellicht raar, maar ik zie het niet iedereen doen.
Maar goed, terwijl wij daar staan te genieten van de eindelijk ontdekte, door ons gezochte vogel en niemand kwaad doen wordt ons leven min of meer bedreigd door een soort would-be-macho’s. Rond een uur of twee in de middag lijken ze uitgeslapen genoeg te zijn om anderen lastig te vallen. Dan hebben we gelukkig al vele uren ongestoord pret gehad, maar vervolgens breekt dan ook de pleuris uit.

Ik weet werkelijk niet wat stompzinniger is.
Keuze a: Naar veel te ver weg zittende vogels kijken met een verrekijker.
Keuze b: Een medemens, die iets volstrekt onschuldigs aan het doen is waar jij geen begrip voor hebt, bijna van zijn/haar sokken scheuren.

Ik vind persoonlijk toch dat dat laatste de stompzinnigheidsprijs verdient.
Laat ons toch lekker met rust!

24 March 2004

Het regent mot

Filed under: Columns — Gerda @ 7:12 pm

Lekker een weekje vroege voorjaarsvakantie op Terschelling.
Het door ons gehuurde huisje bleek een verbouwd schuurtje in de achtertuin van een mevrouw met een enorme vogelpoep op haar schouder.
Geen van ons twee durfde haar er op attent te maken.

Het was maar goed, dat wij meestal de gehele dag op pad zijn, want het huisje was van beroerde kwaliteit. De badkamerEnge spin!!! was rijkelijk voorzien van rottend hout. Alles was klam en schimmelig, de bedden konden bijna doorgaan voor een welgevuld ligbad, maar dan wel met ijskoud water. De keuken was duidelijk op een rommelmarkt aangeschaft, een van de deurtjes donderde soms spontaan van zijn scharnieren. Maar de spinnen waren van topkwaliteit en in elk geval groot, maar ja, ik houd nu eenmaal niet zo van spinnen. Mijn lief heeft de foto’s van diverse enorme exemplaren, die hij na het fotograferen gelukkig wel verwijderde, wijselijk pas ná de vakantie aan mij laten zien, anders had ik beslist geen oog meer dichtgedaan.

Maar niet gezeurd over huisjes en spinnen, de zon scheen, dus gingen we wandelen! Lekker de duinen in! Zo’n eerste vakantiedag dient genoten te worden.
De BrandarisNa een kilometer of drie lopen door overigens prachtige duinen begon het te betrekken. Vervolgens begon het héél subtiel te regenen. Je weet wel, van die miezerige motregen, waarvan je in eerste instantie denkt, och…
Tja, wat te doen? Terug of verder, de afstand maakte niet zoveel uit. Dus maar verder, wie weet zou het nog droog worden. Maar nee, het bleef maar doordruppelen. Bovendien bleek al snel, dat onze jassen niet waterdicht waren.
Terwijl het regenwater zachtjes in onze nek droop en we steeds natter en kouder werden sjokten we zwijgend in een traag doch gestaag tempo in de richting van het parkeerterrein waar ons trouwe autootje stond te wachten.
Een groot gevoel van saamhorigheid had ons bevangen. Allebei zijknat en koud tot op het bot. Wat kan een huwelijk mooier maken dan gezamenlijk leed?
Nou, geloof me, ik kan zó tientallen zaken opnoemen!

En toen kwam ons een monter stappend heerschap tegemoet in korte broek en met een grote rugtas om de schouders.

Beroerd weer, hè?
Bwoah…
Allang onderweg?
Bwoah…
Nog iets op de foto gezet?
Bwoah…
Nou, fijne dag verder!
Bwoah…

Zo’n beetje een uur na de aanvang van de bui arriveerden we bij onze Cinquecento, doornat en verkleumd tot op het Gevlekte duinorchisbot.
We hebben ons een beetje drooggewreven met papieren zakdoekjes. Meer dan twee waren er helaas niet voorradig. Na enige opwarmtijd zagen we de humor van het geval in en konden we weer lachen om onze treurige toestand. En om die malloot van een dappere wandelaar. Die was heel wat meer gewend dan wij, dat was wel duidelijk!

De rest van de week scheen de zon, maar waaide het als een gek. En wel zo hard, dat ik mijn gering gewicht er écht niet tegenin kon krijgen. En op de laatste dag ontdekten wij een allerprachtigst bloemetje, dat alleen op Terschelling en in Schotland blijkt voor te komen: de Gevlekte Duinorchis.

Dus krijgt Terschelling van ons een tweede kans, maar wanneer weten we nog niet.
Doe ons voorlopig maar Texel…

17 March 2004

Stinkzalf, spinazie en spelling

Filed under: Columns — Gerda @ 7:08 pm

Vandaag de dag is mijn zoon een beer van een vent met een enorme hoeveelheid vrienden en kennissen.Mooi is anders, helaas...
Maar ooit was hij een gepest kind.

Hij had (en heeft) namelijk al vanaf zijn geboorte een nogal opvallend eczeem in zijn gezicht en op zijn armen en benen.
Daar moest ik van de huidspecialist een teerzalf opsmeren die wel zo gruwelijk stonk, dat het me werkelijk niet verbaasde dat het kind gepest werd. Maar ja, het was natuurlijk wel zielig en als ouder sta je ook geheel machteloos.

Dus toen het zijn beurt was om een spreekbeurt te houden was het niet zo moeilijk een onderwerp te bedenken. Eczeem zou het onderwerp zijn en het gedoe dat je daaromheen hebt.
Wat je wel en niet mag eten en die stinkzalf onder dikke verbanden en dat zeeppoeders behoorlijk slecht kunnen zijn voor eczeem, om van wasverzachters maar niet te spreken. Dus bijvoorbeeld leuk bij oma logeren resulteerde steeds in een wekenlang jeukende nachtmerrie.

Weet een gemiddelde niet-eczeem-lijder wel dat aardbeien en spinazie verrekte slecht kunnen zijn voor eczeem? Twee van de lievelingskostjes van mijn zoon! En chocolade is ook al zo’n uitslagbevorderaar.
Het pesten kreeg een prominente plaats in zijn spreekbeurt.
Toen hij een paar dagen na die spreekbeurt opeens in het ziekenhuis belandde met vage, maar wel gigantische buikklachten, schokte dat de klas enorm. Hadden ze die arme zielenpiet het ziekenhuis in gepest?
Drie dagen heeft hij in het ziekenhuis gelegen en nooit zijn de artsen er achter gekomen wat hij mankeerde. Ik was uiteraard verschrikkelijk bezorgd, de dienstdoende arts wist me nauwelijks gerust te stellen. Mijn grootste zorgen waren dat er kennelijk geen diagnose te stellen was en dat hij zo verschrikkelijk veel pijn had.

Pas 3 jaar later kwam ik er achter wat hij nou eigenlijk mankeerde. Hij had zijn eigen diagnose gesteld en die lijkt me werkelijk niet onwaarschijnlijk.
Want hij had die dag drie zakjes groentjes weggevreten.

Groentjes?
Ja, groentjes… van die zachte mentholsnoepjes met een laagje suiker erop. Drie zakjes!!!

Zijn (pas 9 jaar oude) maag en darmen hadden al die menthol en eucalyptus natuurlijk gewoon niet kunnen verwerken en wegens drie zakken snoepjes heeft mijn zoon een heel team specialisten een hele zondagnacht lang op de been gekregen en heeft hij drie dagen in het ziekenhuis gelegen. Met dank aan Venco…
Hij had na al die toestanden het niet meer aangedurfd de simpele oorzaak te melden, hij had trouwens in eerste instantie niet eens het verband gezien.

Maar het hele gedoe heeft wél gewerkt. Hij is nooit meer gepest en zijn zelfbewustzijn groeide tot bijna onuitstaanbare hoogte.
Eczeem heeft hij nog steeds. Hij vertikt het om er nog mee naar een arts te gaan, maar dat is geheel zijn zaak.

Wat mij wel enorm heeft gestoord is dat zijn onderwijzeres meende dat “eczeem” als “exceem” gespeld moest worden en dit in zijn conceptspreekbeurt steeds met dikke rode letters corrigeerde. Ik heb de Dikke van Dale tevoorschijn moeten halen om het goede mens van mijn gelijk te overtuigen.

Tim is nooit een spelwonder geworden. Wat wil je ook met een schooldirecteur die in een voorwoord van de schoolkrant weet te melden dat “het pijl van het onderwijs” behoorlijk was gestegen.
Het onderwijs is niet altijd ook van boven wijs…

10 March 2004

Het kraakt noten

Filed under: Columns — Gerda @ 6:57 pm

Zondagmorgen, midden in de winter, het is half 9 en er is zonnig weer voorspeld.
Monter krabbelt mijn schat uit bed, steekt zijn kop door de gordijnen en zegt opgewekt: “Ja hoor, de zon schijnt!”
Ik denk: “Ooooh shit…” en trek het dekbed nog wat verder over mijn oren. Demonstratief draai ik me nog eens lekker om.
Mijn lief zakt op de rand van het bed (en dat is géén sinecure, hoor, hij weegt 90 kilo, dus ik stijg 10 centimeter en rol vanzelf zijn kant op) en vraagt, waar we eens naar toe zullen gaan. Hoe kan iemand ‘s morgens al meteen zo actief zijn?
Ik kreun: “Koffie!!!”

Kwart voor 9, knarsend sta ik op en strompel de trap af en gelukkig, de koffie is klaar. Sjekkie bouwen en koffie drinken en me geestelijk voorbereiden op een koude dag vogelen. Op zaterdag valt er gelukkig altijd een dikke krant mét een magazine en een berg bijlagen op de mat. Het nieuws lees ik heet van de naald, maar die bijlagen en dat magazine bewaar ik altijd voor de zondag dus dat creëert nog even uitstel. Ook ik heb immers rechten?

11 uur, ontbijt verorberd, ik heb mijn uiterste best gedaan, maar dan word ik toch meegezeuld, het veld in. Tja, zo heet dat nu eenmaal, het veld in… Deze keer blijkt het veld midden in Zeewolde te liggen, lekker landelijk (niet).
Hier moet de Notenkraker regelmatig te zien zijn.

Als we aankomen staat er al een stelletje malloten met verrekijker, telescopen en camera’s met enorme pijpen erop te speuren naar de vogel met de giga snavel. Als je in die buurt woont heb je toch elke dag wel wat te lachen! Ook de camera met de decadent grote lens van mijn lief wordt in stelling gebracht.
Ik hoor vreselijk getik, dus ik zeg wat sullig: “Daar zittie”, maar ja, ik heb er geen verstand van, hè, dus de meewarige blikken van “Ja hoor, tis goeoeoed…” zijn niet van de lucht.
Maar hij zit er écht wel…

Ahhh…. de voldoening!!!
Afijn, de Notenkraker is een tamelijk grote en saaie donkerbruine vogel met witte stippen, die met een enorme hoeveelheid lawaai en geweld hazelnoten aan gort hakt. Bovendien doet hij dat kennelijk bij voorkeur diep verscholen in het struikgewas, dus je vangt hooguit een glimp op van het beest.
Wat mij betreft zou het ook best een kip met een ruim bemeten snavel en rare gewoontes kunnen zijn, hoor.

Ik zie inmiddels hartstikke leuke gele vogeltjes. Sijsjes…!
En Koperwieken en Grote Bonte Spechten en een Gaai, strak in het pak met een prachtige pet op.
Maar intussen liggen mijn tenen wel zo’n beetje los in mijn schoenen van de kou en ik ben dus blij als mijn lief besluit op te stappen.

Nét ben ik weer een beetje op een schappelijke temperatuur en dan moet ik weer de auto uit om Ransuilen te gaan bekijken in een Blauwspar ergens in Bunschoten. Foto’s maken is er niet bij, want het is zondag en dit is Bunschoten, ja! Gereformeerder bestaat bijna niet en wij hebben respect voor de gevoelens en principes der autochtonen, dus niks foto.
Maar goed, ik heb de Ransuilen gezien, althans eentje en nu kunnen we naar huis.

Maar nee, eerst nog een weiland vol Kieviten en Goudplevieren. Te ver weg, dus ook weer geen foto’s. De zon neigt ter kimme, dat klinkt mooi maar het is en blijft koud.
En dan toch eindelijk naar huis, alwaar ik mijn half bevroren voeten lekker in bonten pantoffeltjes steek. Behaaglijk dicht bij de verwarming tik ik deze klaagzang.

Ik heb een heerlijke dag gehad…

3 March 2004

Politie, sprookjes en betuttelen

Filed under: Columns — Gerda @ 6:49 pm

Op weg naar mijn werk werd ik aangehouden door een politieagentje. Hooguit 20 was hij, eerlijk waar. Een schat van een knul, die me prees omdat ik zo netjes in de gordels zat. Toch wel heerlijk voor zo’n joch om de macht te hebben om een vrouw die zijn moeder had kunnen zijn te betuttelen.
Hij wilde ook wel graag mijn kenteken- en rijbewijs zien.
Aiaiai… ik was vandaag op pad in de auto van mijn lief en had wel mijn eigen kentekenbewijs bij me, maar niet dat van mijn lief.
Terwijl ik hem het geval uitlegde wierp hij een blik op het totaal verkeerde kentekenbewijs en meldde mij dat het allemaal helemaal perfect in orde was.
Verbluffend…

Vervolgens zou hij mij wel even terug op de weg begeleiden.
Alsof ik verdorie zelf niet in mijn spiegel kan kijken om te zien of ik veilig kan opstijgen!

Een half uur later moest ik onverwacht even naar een klant. De route daarheen loopt over diezelfde weg, maar dan de andere kant op.
En, ongelofelijk maar waar, de plaatselijke politiemacht was met gevaar voor eigen leven de straat overgestoken en ik werd weer aangehouden door datzelfde politiepiefje!

- Goedemorgen mevrouw.
- Goedemorgen jongeling, wat heb ik deze keer gedaan om je gramschap te wekken?
- Oh, oeps, u heb ik al gehad!
- Nououou… daar kan ik me anders niks van herinneren, hoor!

Hij bloosde allerschattigst. En begeleidde mij de weg op. Dat is een “stukje service, mevrouw”.
Welnee, dat is om je te pletter te lachen!

Enige weken later was het weer raak. Deze keer waren de aanhouders twee lieve meisjes.
En weer zat ik in de gordels, maar deze keer gewapend met mijn eigen kentekenbewijs én mijn eigen auto. Ik heb maar eens gevraagd wat nou eigenlijk de gedachte was achter die veelvuldige controles. En wat blijkt? Dat is oefening voor de leerlingen van de politieschool! Leuk hè, dat ik in zo’n project zo’n grote rol speel?
Ik heb ze veel succes gewenst en vele aanhoudingen van mevrouwen met zoveel geduld als ik.
En wéér werd ik de weg op begeleid.

Zo betuttelt jong en oud elkaar. Dat voert mij natuurlijk naar zijpaden, ik kan nou nooit eens to the point blijven.
Voorbeeldjes:
Ik doe de boekhouding voor de band van mijn zoon. Zelf hebben ze geen notie van getallen. Dat is toch schattig?
Als er iets niet goed gaat met zoonliefs computer moet mijn lief dat oplossen, want zelf weet hij er niks van. Volgens mij wil hij het niet weten ook.
En zo’n politiemanneke dat mij aanhoudt en een achterlijke fout maakt vind ik werkelijk een enorm vertederingsgehalte hebben.
Als de in Soest en omstreken wereldberoemde band van mijn zoon moet optreden willen de heren dat wij komen kijken. Nu is het voornamelijk luisteren, iets anders is niet mogelijk, maar dat is weer een ánder verhaal.
Maar áls ik kom, gaat hij achter me staan, slaat zijn lange armen om me heen en zegt zo’n beetje beschermend: Dag moedertje.

Goed, ik ben 32 centimeter kleiner en 50 kilo lichter dan hij, maar daarom hoeft hij toch niet op een dergelijk toontje tegen me te praten? Ik ben toch niet ontoerekeningsvatbaar of zo? Hij zal het beslist goed bedoelen en ik vind het eigenlijk ook wel verschrikkelijk lief, maar toch.

Moedertje… Zo noemen afgezwaaide soldaten in sprookjes stokoude vrouwtjes met takkenbossen op hun rug, die ze eigenlijk niet kunnen dragen. Maar ja, de kachel moet roken. Je weet wel, van die oude kromgetrokken vrouwtjes die in werkelijkheid goede en beeldschone toverfeeën zijn, wat natuurlijk pas blijkt als die soldaten behulpzaam aan het zeulen gaan met die loodzware takkenbossen. En dan mogen ze drie wensen doen, die allemaal vervuld worden. Om vervolgens te trouwen met de prinses en koning te worden.
Maar dat zijn sprookjes.

In het echte leven zegt mijn zoon dus bij tijd en wijle “moedertje” tegen me.
Hij draagt de boodschappen het huis in en andere zware zaken naar binnen of naar buiten, dat is uiteraard afhankelijk van waar ik de zware zaken in kwestie wil hebben. Als het regent of als het erg koud is, doet hij zelfs de boodschappen voor me. Dat soort dingen is zo zijn manier van betuttelen.
Ik ga hem wekken als hij zich dreigt te verslapen. Ik zet zijn fiets op slot als hij dat weer eens vergeten is. Als zijn sigaartjes op zijn en ik weet dat hij voor de zoveelste keer blut is koop ik een doosje Moods voor hem. Dat is zo mijn manier van betuttelen.

Hij is geen soldaat en ik ben geen fee.
Maar we rooien het wel…

25 February 2004

Gevonden voorwerpen

Filed under: Columns — Gerda @ 6:33 pm

Wij zijn veel op pad, we gaan graag en vaak op mooie plekken genieten van al wat groeit en bloeit en mooie liedjes zingt of loeit.
Zo struinend door bos, hei en wei komen we vaak de raarste dingen tegen.
Zo vonden wij op een moeilijk bereikbare dijk langs de Eem een boxershort. Ik kan er niks aan doen, maar dan gaat mijn fantasie aan het werk. Hoe komt dat ding daar?
Heeft een stelletje daar een prettige wip gemaakt en in het stikdonker kon de knul na gedane zaken nergens meer zijn onderbroek vinden? Heeft hij de lange wandeling terug naar de bewoonde wereld zonder onderbroek, in een waarschijnlijk veel te strakke spijkerbroek, moeten afleggen?
Ik zal het nooit zeker weten, maar mijn hart gaat beslist naar hem uit. Het zal geen comfortabele tocht geweest zijn.

Kapotte stoel, midden in het bosOf die stoel met drie poten, die provisorisch gerepareerd met een boomtak, langs een bospad staat opgesteld. Wie verzint zoiets? Wie gebruikt die stoel?
Is er misschien iemand die daar regelmatig gaat zitten en vogels observeert?
Of een jogger die op een vast punt even wil uitblazen?
Of was het gewoon een grappenmaker, die die stoel daar heeft neergezet en mensen zoals ik aan het piekeren wilde zetten?

Een paar hartstikke nieuwe gympen, precies mijn maatOp Ameland stond ‘s morgens vroeg aan het begin van een duinpad een paar splinternieuwe gymschoenen, maatje 39. Nou ja, misschien van een wandelaarster, die haar frivole nieuwe schoenen had uitgetrokken en met stevige wandelkisten op pad was gegaan.
Maar ’s avonds stonden ze er nog. Best leuke gympen, precies mijn maat… ik beken, ik heb ze meegenomen. Ze zitten als gegoten, maar lopen niet erg comfortabel. Misschien heeft de vorige eigenares na een enorme wandeling op die gympen wel besloten dat een ander er misschien gelukkiger mee zou zijn.
Nou ja, als dat zo is, dan had ze gelijk, het zijn beslist leuke schoenen. Je moet er alleen niet mee aan de wandel gaan, dat breekt je al op na 200 meter.
Een paar kindersandalen
Dan dat paar kindersandaaltjes op een parkeerplaats bij het Lauwersmeer.
Daar was vast en zeker gepootjebaad, want het was heerlijk weer.
Na de pret de voetjes afgedroogd en ergens onderweg de schrik: Oeps, mijn sandalen!!!
Ik vraag me af of het arme kind er nog erg veel gezeur over heeft gehad. We hebben ze maar achtergelaten, het zou best kunnen dat pa en ma toch nog even terug zijn gegaan om te zoeken.

Ook grappig: Één enorme laars aan de kant van de weg ergens in Noord-Brabant. Hoezo één laars? Waar is die andere? Is iemand een laars kwijtgeraakt en al hinkstappend naar huis gegaan?
Hoe raakt een mens in vredesnaam een laars kwijt?
Ik heb een rijke fantasie, maar hier houdt het even op.Vuurrode handschoenen in het dierenpark

Een paar vuurrode handschoenen, zorgvuldig weggelegd onder een reclamebord. Iemand die even een foto maakte en daarna zijn handschoenen is vergeten?

Een donkerrode muts op het hek van de notaris gezet. Op de heenweg zag ik ‘m al en op de terugweg heb ik ‘m er afgehaald. Lekker in de wasmachine en mijn zoon heeft er weer plezier van. Zeker als zijn hanenkam even niet met gel is bewerkt.
Maar hoe komt dat ding daar? Geintje tussen een stel vrienden? Pesterij tegen een weerloos slachtoffer? Iemand die opeens bedacht dat het een achterlijk ding was, waar hij geen seconde meer mee wenste rond te lopen?

Een gescheurd t-shirt bungelend aan een tak in een bos. Daar kan elke gek wel een verhaal bij bedenken. Ik denk meteen aan nare zaken als aanranding en zo. Maar er kan best eenzelfde verhaal achtersteken als bij die onderbroek.

Een eenzame spruitEen spruit. Langs de kant van de weg. Onmiddellijk krijg ik visioenen van een vrachtwagen vol spruiten, waar één avontuurlijk exemplaar van de kar rolt en de wijde wereld in trekt. Om tot de ontdekking te komen dat rollen net zo lang duurt als de helling lang is. Nu ligt die spruit daar. Heimwee naar de rest en helemaal alleen. En spruitjes hebben geen beentjes, dus veel verder zal de wereldreis niet gaan.
Maar och, spruitjes hebben ook geen hersentjes, dus is het ding natuurlijk gewoon van de vrachtwagen gevallen en dat is dat.

In een park in Nieuwegein een eenzame wandelschoen. Ik vind dat zo raar, hoe kan iemand nu de helft van zijn schoeisel zomaar ergens achterlaten?
Hoewel… mijn oudste zoon heeft eens op een luie zondagmorgen een schoenenpaar van mijn ex-echtgenoot uit het slaapkamerraam gegooid. Hij was toen pas anderhalf jaar of zo, maar het is typisch Tim, hij houdt wel van verdwijntrucs. Helaas kwamen we er pas later op de dag achter, toen we één van de schoenen in een plantsoen zagen liggen. De ander is nooit boven water gekomen. Meegenomen door een hond om lekker op te kluiven?
Maar ja, zo kan het dus bijvoorbeeld gebeuren, dat ergens zomaar één schoen ligt of staat.
Voor alles is een verklaring en als ik die niet weet, verzin ik er eentje.
Maar die laars, hè, die zit me dwars…

18 February 2004

Optreden en knuffels

Filed under: Columns — Gerda @ 6:24 pm

Mijn zoon speelt basgitaar in een band. En ze worden bekender en bekender, dus moeten ze steeds vaker optreden.
Een aankomend optreden heeft een behoorlijk grote invloed op de schat. Het betekent dat hij voortdurend in beweging is en me aldoor beknuffelt. En dat betekent weer dat hij zenuwachtig is. Vervelender is dat hij ook steeds mijn lief wil knuffelen, die daar allemaal niks van moet hebben.

Maar goed, er staat weer een optreden aan te komen. En de komende 4 weken nog een stuk of 8.
Zucht… Ik moet uiteraard zijn hanenkam iedere keer föhnen, ook dat nog! Die moet dan op zijn allermooist zijn, want soms staan ze voor zo’n 300 man. Goed, het is geen Kuip en ook geen Ahoy, maar P60 en Tivoli Oude Gracht hebben ze al gehaald.

Soms heeft hij er verschrikkelijk zin in. Dan weer heeft hij er maar dan ook ábsólúút geen zin in, want “zo’n stom klein Tim bastpodium”. Hij kan ook zomaar plankenkoorts hebben, dat is meestal als het een wedstrijd betreft.
Maar altijd is hij even druk en knuffelig.
Ik laat hem meestal maar. Ooit heb ik eens gevraagd of hij nerveus was en toen vrat hij me bijna op. Natuurlijk was hij niet zenuwachtig! Wackmobil is de beste band van de wereld en er gingen wel 50 fans mee. Om vervolgens op de bank neer te storten en net te doen alsof hij totaal relaxed was.
Drie minuten.
Want toen begon het gedreutel weer. Maar ik vraag maar niet meer of hij nerveus is.
En ik zeg ook maar niet meer, dat Frans Bauer, om maar eens iemand te noemen, wel een paar méér dan 50 fans meeneemt naar een optreden.
Dat is spelen met mijn voortanden.

Soms word ik helemaal niet goed van dat gedoe en verzoek ik hem iets nuttigs te gaan doen. Boodschappen of zo. Vervolgens vertrekt hij met een grote boodschappentas en mijn bankpasje naar de winkel waar hij werkt en schaft daar zaken aan, die ik eigenlijk niet zo héél erg nodig heb.

Ik ben altijd een beetje opgelucht, als de bel gaat en de rest van de band binnenkomt om alle attributen op te halen, die hier met enige regelmaat in de huiskamer in de weg staan.
Met deze kwalificatie bedoel ik uiteraard niet mijn zoon, al wordt hij wel meegenomen. Dan rest mij niets meer dan hopen, dat het allemaal weer helemaal goed gaat. Plus de schrik, dat hij mij mijn bankpasje niet heeft teruggegeven.

Soms heb ik “pech” en ben ik nog niet naar bed als hij thuiskomt.
Want dan volgt de ontlading.
Alweer knuffels, vooral als het heel erg goed is gegaan.
En geloof me, dat is niet altijd fijn. Voor zijn optreden is hij schoon en droog, na zijn optreden is hij klam en zoutig. Soms komen er wat bandleden mee naar binnen, die ook zo nodig even moeten kussen, omdat het allemaal zo goed is gegaan. Vooral de drummer is erg zweterig. Die heeft een sikje en dat voelt dan een beetje viezig. Het is natuurlijk wel erg leuk, dat ze mij zo lief vinden, maar al die klamme wangen, mwoah…
Maar als het hele spul de deur weer uitgewerkt is, tja, dan komt de broodnodige ontspanning. En is het geknuffel ook afgelopen, goddank.

- Mama, mag ik een biertje van je?

Een ferme klop op mijn rug als ik ja zeg.

- Jij ook eentje?

Nog een klop als ik ja zeg.
Hij kent helaas zijn eigen kracht niet. Het is lief bedoeld, maar ik donder bijna van de bank.
Dan wordt verslag gedaan van al het leuks en onleuks van de afgelopen avond. Jury’s worden geprezen of afgekraakt. Het publiek wordt altijd geprezen.
Maar vooral wordt er veel gegeeuwd, zodat ik voortdurend tegen zijn huig aan zit te kijken. Halverwege zijn biertje haakt hij meestal doodmoe af en gaat hij douchen en naar bed.

Onlangs kreeg ik voor hij naar boven ging nog gauw even een schattig compliment.

- Je bent een hartstikke toffe moeder, mam!
- Ja schat, jij bent ook een hartstikke toffe zoon. Mag ik mijn bankpasje terug?

Schaapachtig en enigszins teleurgesteld grijnzend overhandigde hij mij het kostbare kleinood. Dat werd wéér geen sigaartjes scoren op moeders kosten. Lief compliment of niet, ik ben zuinig op mijn pasje. Had hij die sigaartjes vanmiddag maar moeten scoren, toen hij de kans had.
Ik kon er niks aan doen, ik moest hém deze keer even knuffelen.

- Truste lieverd!
- Truste mam…

Hij stommelde naar boven.
Moeder zijn is soms zomaar helemaal feest!

11 February 2004

Jagers

Filed under: Columns — Gerda @ 6:21 pm

Wij vertoeven graag en vaak in Gods mooie natuur, waar we genieten van alles dat leeft.
Daar maken we geen geheim van, dus bijna iedereen zal dat inmiddels wel begrepen hebben.
En dientengevolge hebben we nogal een verschrikkelijke pesthekel aan jagers.
Niet aan die jagers, die leuk achter een koeienpens aangalopperen, al lijkt me dat die koe haar maag ook niet vrijwillig zal hebben afgestaan.
Maar goed, die mensen, paarden en honden vinden gewoon de opwinding, het gezamenlijke doel en het lekker buiten zijn fijn. En het kost in de regel geen levens.
Behalve dan dat van die koe.
Nee, wij hebben speciaal een hekel aan die jagers die onder het mom van wildbeheer hun, in onze bevooroordeelde ogen, misselijke bloeddorst botvieren en in weilanden hazen en Houtduiven en wat nog meer gaan afschieten.
En dan vooral als ze door die weilanden struinen in rijen van 20 man lang en zo de dieren geen enkele kans geven. En altijd schieten ze met hagel, dat mist niet zo makkelijk.
Je moet er toch niet aan denken zo’n schot voor je donder te krijgen, maar met dieren hebben ze geen enkel medelijden. Het is de tijd van het jaar dat het mag, dus gaan we knallen.
Helaas wordt de jacht weer steeds meer geaccepteerd, vroeger deden ze het in het geniep. Nu lopen ze in alle openlijkheid de dieren bij elkaar te drijven en schieten vervolgens het hele spulletje overhoop.
Nu zagen we een poosje geleden weer een rij van die engerds door een wei struinen. Velen hadden al een stuk of wat dode hazen bij zich.
Maar toen doemde er een sloot op. En dan niet zo’n lullig smal slootje.
Nee, zo eentje van Kijk-Mij-Eens-Een-Geweldige-Sloot-Zijn!
Er moest dus gesprongen worden.
Tot onze immense vreugde haalden drie van de twaalf de overkant niet en plonsden uitermate bevredigend pardoes in de plomp. Nog drie haalden natte voeten.
Wij hadden ernstig plezier.
En dan komen nu natuurlijk de betogen, dat het allemaal nodig is.
Dat kan best. Er zullen vast wel teveel Houtduiven, hazen, vossen, Kraaien, Kauwen, ganzen en dergelijke zijn. En het zal ook vast wel schadelijk zijn voor de gewassen en de winsten van de boeren.
Maar dan nóg kan ik me, al zou ik het willen, niet voorstellen dat iemand voor zijn plezier een beetje op dieren gaat staan schieten.
Want laat er geen misverstand over bestaan, jagen is een hobby. Een liefhebberij. Jagers gaan voor de kick het veld in en schieten dieren dood.
En ik laat me niet wijsmaken, dat ze dat alleen maar doen omdat het allemaal zo vreselijk nodig is.
Ik vind vissen ook een bezigheid, waar ik niets mee heb, maar daar kan ik nog enigszins vrede mee hebben. De vis heeft in ieder geval een kans te overleven.
Vissers krijgen nooit applaus van mij, dat niet, maar nou ja, het kan nog nét.
Maar jagers mogen van mij best een onschuldig doch hardnekkig kwaaltje krijgen, waardoor ze thuis bij de open haard willen blijven zitten.
Kruitdampallergie of zo, dat ze daar vréselijk van moeten niezen.
Schieteczeem.
Hagelpuisten.
Kogelgatfistels.
Geweerloopneuzen.
Nou ja, zoiets, niet iets ernstigs, maar wel héél lastigs.
En dan doen de boswachters wel wat er, indien absoluut noodzakelijk, gedaan moet worden.
Die doen dat tenminste nog met pijn in het hart en niet voor de lol.

4 February 2004

Vogel EHBO

Filed under: Columns — Gerda @ 6:16 pm

Wij hebben onze tuin ingericht als een soort Luilekkerland voor vogels.
Er hangen voedersilo’s, vetbollen, pindazakjes en nog van alles en ik strooi elke dag trouw om half 1 een royale hoeveelheid voer op de stoep.
Er is voldoende dichte begroeiing in buurt, waar het pluimvee bij onraad in kan vluchten.
Elke dag ververs ik het bakje water.
Incidenteel inkomend kattenverkeer wordt linea recta weer buitengejaagd.
Aan alle richtlijnen van Vogelbescherming Nederland is voldaan.
Tot onze vreugde is het gevolg dat we dagelijks vele vogels over de tuinvloer hebben.
Voornamelijk Huismussen, we hebben een kolonie van ongeveer 50 zeer luidruchtige en kogelronde exemplaren in de Blauwe Regen, maar ook Houtduiven, Turkse Tortels, Roodborsten, Heggenmussen en allerhande Mezen en Vinken. Geen spectaculair gevogelte, maar erg leuk. Zelfs Kauwen en Gaaien wagen zich met regelmaat in onze tuin.
Zonder uitzondering zijn ze zéér weldoorvoed.
Voorts hebben we een opvangcentrum voor zielige vogels. Actief grijpen we niet in, de natuur is de natuur, maar we proberen wel altijd wat hulp te bieden.
Enkele jaren geleden landde er een Houtduif in de tuin met een wel érg zielig pootje. Wij hebben ter versterking van zijn conditie met gulle hand duivenvoer gestrooid, maar het beestje werd steeds manker en de poot ging er steeds akeliger uitzien.
GuusWe waren hoogst bezorgd. Gelukkig, na 3 tenen geheel te zijn verloren knapte hij weer helemaal op en werd Guus, zoals wij hem hebben genoemd, een vervaarlijke Houtduif die zijn allereigenste Luilekkerland te vuur en te zwaard tegen soortgenoten verdedigt. Afgelopen voorjaar heeft zijn echtgenote in onze pergola een nest gebouwd en ze hebben met succes twee jongen grootgebracht.
Kijk, dat vervult ons met grote trots.
Nog gekker maakte ik het met een Sijs, die ook al een zielig pootje had. We zagen er niets aan, maar het was kennelijk toch niet helemaal jofel.
Het had tot gevolg dat het arme diertje, dat wij Henkie hebben gedoopt zich niet kon vastgrijpen aan het netje met pinda’s. De rest van de horde Sijzen hakte met smaak in de pinda’s, maar Henkie hinkelde rond op de grond en moest zich behelpen met wat er per ongeluk viel en dat was droevig weinig.
Het duurde even maar we hebben gelukkig bijtijds iets kunnen bedenken om hem de helpende hand te bieden. Wekenlang heb ik drie maal daags enkele pinda’s met een hamertje op de grond geplet, zodat de Houtduiven niet direct de complete pinda weg konden schrokken en Henkie genoeg te eten had. Henkie
En dat werkte nog ook.
Elk dag scharrelde hij daar rond, hapte geplette pinda en op een feestelijke dag klemde hij zich nog wat onzeker voor het eerst weer vast aan het netje. Alweer een leventje gered, ik was uiterst tevreden met mezelf en mijn hameracties. Voor alle zekerheid heb ik toch nog een extra weekje op pinda’s getimmerd, maar het was niet meer nodig.
Henkie was opgegaan in de grote troep Sijzen die onze tuin tijdelijk bevolkte en onderscheidde zich in onze mensenogen niet meer van de rest.
Guus herkennen we wel, die heeft links maar 1 teen en bezoekt al jaren trouw elke dag de door ons rijkelijk voorziene dis, maar ik vind het jammer, dat Henkie er zo’n beetje net zo uitziet als alle andere Sijzenmannen.
Prachtige vogeltjes, ze komen jaarlijks aan het eind van de winter bij ons pinda’s eten als er in het bos geen eten meer te vinden is, maar ik zou hem gewoon niet meer herkennen.
En wat ik ook jammer vind is dat de vogels ondanks de goede zorgen en toewijding nog altijd bang voor me zijn en direct op de wieken gaan als ik buiten kom met de dagelijkse hap.

Ik ben het maar, jongens en meisjes, jullie eigen cateringservice!

28 January 2004

Kerstverhaaltje?

Filed under: Columns — Gerda @ 6:06 pm

Het regende en waaide vanmiddag verschrikkelijk en mijn lief had duidelijk nul komma nul zin om de zaterdagse boodschappen mee te moeten maken.
Nu vindt mijn zoon dat altijd wél een lollig evenement, dus gingen wij gezamenlijk de supermarkt bestormen.
We waren de winkel nog niet binnen of de zoon werd enthousiast begroet door een piepklein, broodmager vrouwtje van mijn leeftijd. Ze wist te melden, dat ze altijd weer blij was als ze hem zag en bond mij op het hart, dat hij een prachtig karakter heeft, een gouden hart en dat ik vooral zeer trots moet zijn op hem.
Ik maakte nog een grapje en vertelde dat hij zijn gouden hart thuis nu niet direct fanatiek manifesteert, maar daarvan schoot de mevrouw helemaal in de stress.
Half in tranen drukte zij mij nogmaals op het hart vooral zeer trots op hem te zijn!
Nu ben ik ook erg trots op hem, laat daar geen misverstand over bestaan, maar ik kon beslist niet begrijpen waarom die mevrouw er nu zo aan hechtte dit gevoel aan mij op te dringen.
Mijn zoon wilde er duidelijk niet écht over praten, al zei hij nog wel, dat dit alles erg goed was voor zijn ego.
Na enig aandringen vertelde hij later in de auto dan toch het achterliggende verhaal.
Hij moest op een dag de winkel afsluiten en hoorde wat vreemde geluiden op het parkeerterrein, waarop hij even ging kijken wat er aan de hand was.
Buiten zag hij dat de kleine mevrouw in kwestie door drie opgeschoten jongens in elkaar werd geslagen.
Zijn woorden: Ik ben er toen maar tussen gesprongen.
Hij heeft haar meegenomen naar binnen, een glaasje water gehaald, een kopje koffie voor haar gezet en de politie gebeld. Hij is samen met haar naar het politiebureau gegaan om aangifte te doen.
Ik heb geweldig veel respect voor dit kind van mij.
Dat al die stoere bravoure gewoon zomaar drie jongens aanspreekt op hun belachelijk wangedrag, met alle risico’s van dien.
Hoe groot kan een moederhart groeien?
Ik begrijp nu waarom die mevrouw zo vreselijk graag wil dat ik trots op hem ben en ik ben blij, dat ik dit verhaal nu ken.
Zonder die ontmoeting in de winkel zou hij het waarschijnlijk nooit verteld hebben.
En als ik er verder over nadenk, begrijp ik die mevrouw ook steeds beter.
Je wordt door drie halve gekken in elkaar geslagen, om de stompzinnige reden dat je door bijwerking van medicijngebruik overtollig haargoei in je gezicht hebt.
Je weet je geen raad van angst en dan, uit het niets, staat er een twee meter hoog en breed obstakel tussen jou en je kwelgeesten, die de “heren” maant: Opflikkeren, bengels!
Wat de bengels vervolgens gelukkig ook deden. Haar opluchting moet wel enorm zijn geweest.
Ik begrijp haar bijna-tranen opeens en ontroerd schiet ik ook een beetje vol.
Ook begrijp ik haar drang om iets terug te doen. Al was het maar de moeder van haar redder in nood te verplichten tróts te zijn op haar zoon!
Maar ja, de schat is al mijn trots en glorie…

21 January 2004

GFT-perikelen

Filed under: Columns — Gerda @ 5:36 pm
Enige tijd geleden heeft een of andere halve zool mijn bruine GFT-vuilnisbak gejat.
Ik kan wérkelijk niet begrijpen waarom iemand op klaarlichte dag met zo’n lelijke bak aan de haal gaat, wie gaat er nou joyriden in een vuilnisbak?
Maar goed, je staat evengoed raar te kijken als je je vuilnisbak wilt binnenhalen en niks, nada, niente, geen bak te zien!
We hebben nog twee weken afgewacht of het ding misschien per ongeluk door iemand was binnengehaald en weer op zou duiken, maar neen evenwel…
Tijd voor actie dus.

Ik zal wel eenvoudig van geest zijn, want ik dacht dat een telefoontje naar de vuilnisbakkenbeheerders van onze kloeke gemeente voldoende was om een nieuwe te scoren.
En weer: maar neen evenwel…
Ik moest aangifte doen bij de politie! Zoiets verzin je toch niet?!?!
Dus ik moest, god betere het, een paar uur vrij nemen en duurbetaalde politietijd in beslag gaan zitten nemen wegens de diefstal van een achterlijke bruine GFT-bak.
Met enige moeite wist de meneer van vuilnisbakkenbeheer mij aan het verstand te brengen, dat de bak kennelijk niet mijn eigendom was.
Ik had, stout stout stout, zomaar het eigendom van de gemeentelijke instanties laten jatten!
Aangezien ik het wel aardig zat was om met mijn aardappelschillen, koffiefilterzakjes en wat dies meer zij in een krant gewikkeld dagelijks bij mijn werkgever de bruine bak te benutten legde ik mij bij de zotte werkelijkheid neer en maakte de gang naar het politiebureau.
Daar zaten twee blauwe bloezen ernstig plezier te hebben achter de balie. Niet vanwege mijn bak, want daar wisten ze nog niks van, maar kennelijk omdat ze erg geestig waren, want het was een giechelig geheel. Als door een wesp gestoken schoten ze overeind, kennelijk blij dat er eindelijk iets te doen was en de vrouwelijke helft van het duo zou de aangifte wel opnemen.
Ik begreep van de blauwe damesbloes dat er wel vaker vuilnisbakken gestolen worden en begon ik daar tóch wel enig begrip voor te krijgen. Het is stukken eenvoudiger ergens een bak te pikken dan via de officiële wegen een vervangende bak te verkrijgen.
Wat een gedoe, zeg.
Het Soester politieapparaat werkt met zwaar verouderde computers. Het duurde en het duurde. Ze heeft twee keer de computer opnieuw moeten starten wegens een geval van hangen. En dan zaten we braaf 3 minuten te babbelen over waar het heen moet met deze verrotte wereld tot het spul weer draaide.
Een uur en een geheel compleet proces-verbaal verder mocht ik mij, met een copie van het laatste, vervoegen aan de balie van de vuilnisbakuitreikdienst.
De meneer achter die balie pikte mijn kostbare proces-verbaal onverbiddelijk in, in ruil voor de belofte dat ik over twee dagen weer in het gelukkige bezit zou zijn van een biobak.
En toen stond ik weer buiten. Geen vuilnisbak, geen proces-verbaal, helemaal niks.
Slechts verbijstering en twijfel aan een succesvolle missie waren het resultaat van een twee uur durende tocht door bureaucratisch Soest.
Gelukkig was het prachtig weer. Ik heb nog maar een half uurtje in de polder gewandeld om mijn boze humeur wat zonniger te laten worden.
Het had me nu toch al twee van mijn schaarse verlofuren gekost.
Twee dagen later stond een nieuwe bruine bak voor mijn deur te fonkelen.
Mijn geluk kon niet op. Het werkt dus écht! Voortaan stort ik mij in voorkomende gevallen vol goede moed in het doolhof van de gemeentelijke gedachtenkronkels! Het wérkt zowaar!
Ik heb weer een GFT-bak. Je moet er wat voor doen, maar dan heb je ook wat…

14 January 2004

Kapsels

Filed under: Columns — Gerda @ 4:43 pm

Mijn zoon heeft ongelofelijk belazerd haar. Sluik, vet en met talloze weerborstels.
Dat heeft hij van mijn genen, de arme schat.Krullenbol
Ik hoor het hem nog zeggen: “Ik heb écht kuthaar, ma!”
Och ja, hij heeft wel vaker van dat soort ongelukkige uitspraken.
Toen hij een peuter was, was dat wel anders. Een prachtige kop met blonde krullen had hij toen. Ergens onderweg is hij dat kwijtgeraakt. En nu zit hij maar met dat onwillige haar.
Nu heb ik het nog makkelijk, ik heb een soort vrouwenkapsel en dan valt het allemaal wat minder op. Mijn zoon daarentegen wil beslist geen lange lokken.
Dus heb ik in de loop der tijd al heel wat kapsels voorbij zien komen.
Het absolute dieptepunt was de dag, 16 was hij, dat hij weer eens naar de kapper ging en met werkelijk het beroerdste kapsel aller tijden thuis kwam. In de jaren 50 liepen ze er hipper bij. De schat was half in tranen en weigerde categorisch zich zó op school te vertonen. Ik gaf hem geen ongelijk.
Geen idee, welke sadistische bevlieging onze vaste (inmiddels ex) coiffeur had, maar dit was werkelijk verschrikkelijk.
Het enige dat ik kon bedenken was dan maar helemaal kaalscheren.
De onbeschrijfelijk opgeluchte blik van het joch! Dát was helemaal de oplossing! Hij was alleen maar bang geweest, dat ik dat niet goed zou vinden.
Nou, van mij hoeft hij niet voor joker te lopen, hoor, liever geen haar dan belachelijk haar.Kale kop
Jaren heeft hij zich kaalgeschoren een weg door het leven geslagen.
Op een dag was het ultieme doel een millimeter haar op de kop te hebben. Die bevlieging duurde niet lang. Een paar maanden of zo.
Halfbakken hanenkamToen liet hij zich door een vriend de kop kaalscheren en een smal strookje haar in het midden mocht blijven.
Een soort halfbakken hanenkammetje.
Het was het niet helemaal en bovendien maakte zijn werkgever ernstige bezwaren. Hij werkt als assistent-bedrijfsleider in een supermarkt.
Mijn zoon vond het maar flauw. Maar goed, weer volgde een volledig kale periode.
Waarom was me lange tijd niet duidelijk, maar opeens ging hij helemaal niet meer naar de kapper. Zijn haar werd langer en langer en het was werkelijk geen gezicht. Het stond alle kanten op en water, gel, haarlak, suikerwater, groene zeep, niets bood soulaas, het was niet in een behoorlijk model te boetseren.
Maar het was allemaal een gemeen plannetje.
Want het kon natuurlijk niet uitblijven dat zijn chef op een dag zou gaan mopperen.
Zielstevreden kwam hij op een avond thuis.

Morgen ga ik een hanenkam laten scheren, mam.
Oh? En dat mocht niet?
Nee, maar ze vinden alles beter dan dit.
Ja, dat vind ik niet gek.
Dus liever een hanenkam dan deze mess.

En ja, hoor, de volgende dag stond hij trots voor mijn neus met een pracht van een kam. Een centimeter of 5 lang en strak in de gel.
Ik vond het verschrikkelijk leuk.

Tim op zijn nekwervels mét hanenkam

Nog leuker is dat hij er gewoon een uur eerder voor uit zijn bed moet komen. Die kam moet natuurlijk omhoog en de hoeveelheid gel die daarvoor nodig is heeft wel enige droogtijd nodig. Zeer geruime tijd zit hij als een dwaas met gebogen nek op de bank te wachten tot het spul hard is.

Zit het nog goed, mam?
Ja lieverd…

En als hij net onder de douche vandaan komt lig ik volledig vlak van het lachen.
Wel eens een natte platte mensenkam gezien?
Ik heb hem twee dagen zien lijden, tot ik me herinnerde dat er nog ergens een föhn in huis moest zijn. Dan droogt een en ander wel aanzienlijk sneller. Maar omdat de kam wél rechtop moet blijven staat hij nu gebogen voor mij, terwijl ik omzichtig zijn haar föhn. Dan is het in vijf minuten gepiept. Hij vindt deze sessies het toppunt van “net een echt gezin”!
Nou ja, dat zeg ik, hij heeft wel vaker ietwat merkwaardige uitspraken.
Op zijn werk krijgt hij tot zijn verrassing louter positieve reacties van de klanten.
Gelukkig maar, want de baas van dat spul kan nu ook goed leven met het kapsel van het wel héél bijzondere manspersoon, dat tot mijn grote vreugde mijn zoon is!

3 December 2003

Klagen

Filed under: Columns — Gerda @ 9:51 pm

Het feest in volle gang, wat een slagveld...Ga er maar even voor zitten, ik heb van alles te klagen.
Het is zondagmorgen en het regent pijpenstelen. Dat is alvast niet fijn.
Maar binnenskamers heeft klaarblijkelijk een storm huisgehouden.
Het is hier een gruwelijke puinhoop. De as van shag, sigaretten en sigaartjes ligt een centimeter of wat hoog rondom de asbakken. De asbakken zelf zijn hoog opgetast met peuken. Tissues slingeren over de grond in het gezelschap van lege bierblikjes. Er liggen nog net geen volgedingeste condooms tussen. Wel veel kleingeld. Plus platgetrapte chips en pinda’s. De salontafel is een oerwoud van bruine lege blikken Exportbier. Dat iemand dat kan drinken … Boursin en andere ondefinieerbare massa kleeft aan bank en tafel. Halve toastjes met tonijnsalade zijn met de vloerbedekking in een integratieproces verwikkeld. Diverse lege wietzakjes liggen alom. En er zitten brandvlekken in mijn tapijt. Maar goed, dat was toch al niks meer.

Mijn oudste zoon heeft een feestje gegeven. Wat een slagveld laat zoiets achter. En dan moet het ergste nog komen.

De zoon in kwestie komt rond 4 uur ’s middags uit bed en als gewoonlijk komt hij halfnaakt de kamer binnen. Uit principe heb ik zijn klerezooi niet opgeruimd, dus is hij pissig. Vervolgens kwakt hij nog halfvolle blikken bier in de vuilnisbak. Die is meteen boordevol. De platgetrapte troep en de toastjes laat hij liggen. Hij gaat op zijn nekwervels op de bank zitten. Op de plaats die is vrijgekomen door het verwijderen van de bierblikjes liggen nu zijn voeten, maat 47.
Mijn echtgenoot, die uiteindelijk niet de vader van mijn zoon is en zich er niet mee bemoeit, kijkt het allemaal aan in verwonderde afwachting van de milde confrontatie, want tja… ik ben een makkelijke moeder.

Maar ik ben ook wel een gewóne moeder, dus maan ik de zoon tot enig schoonmaken.
Mijn beloning is een pissige blik over wallen heen, waar een middelgroot middeleeuws kasteel trots op zou zijn.

Niet zijken, ma…

Maar dan komen de lolverhalen.
Hoe ze leuk elkaar hebben bekogeld met pinda’s.
Dat ze zo stoned waren als ik weet niet wat.
Dat er 80 liter bier doorheen is gegaan.
Dat Tommy op de stoep heeft gekotst. (Dat had ik gelukkig nog niet geconstateerd, wegens het pokkenweer was ik nog niet buiten geweest.)
Dat Ruben in slaap was gevallen met zijn kop in mijn boekenkast. Blij dat díé niet heeft gekotst.

En is er ook iets te eten?
Ja, brood en ik ga zo preistamppot maken.
Gedver.
Nou, maak een pizza. Er liggen nog in de diepvries.
Te veel werk. Duurt te lang.
Nou, ruim dan de zooi maar op.
Ja, daaaag. Ik bestel wel Italiaan.
Pizza maken is goedkoper en duurt net zo lang.
Ja, maar zoveel werk. Willen jullie ook pizza?
Och…
Want dan kunnen jullie mooi betalen.
Grmbl…
Ok, dan niet! Gezijk hier altijd…

Dan gaat hij douchen.
Je snapt niet dat zoiets zo’n karakterverandering tot stand kan brengen.

Hè, lekker… Ik betaal de pizza’s wel, hoor!
Hoeft niet, je weet best dat Peter aan de lijn is.
O ja… sorry, Peet!

In vervolgens gaat hij aan het opruimen en schoonmaken!
En nog meer vervolgens gaat hij zitten kijken wanneer ik eindelijk eens begin aan de preistamppot.

Honger, ma!
Jaja…

Dus verdwijn ik in de keuken, ik ben toch wel een redelijk ouderwets exemplaar. Maar ik kan wel verdraaid lekker koken, al zeg ik het zelf. De preistamp was weer heerlijk!

Lekker, ma.
Fijn, jongen.
Ik neem nog een beetje.
Zucht…..

Onze hulp in de huishouding zei het vroeger al: Kinderen! Je naait ze, maar je kunt ze beter breien, dan kun je ze weer uithalen.

Afijn, het huis is weer redelijk opgeruimd. Nu nog stofzuigen…
En hoe krijg ik die tonijn uit de vloerbedekking?
Och, laat maar zitten, het is toch al niks meer.

2 November 2003

Mereldrama

Filed under: Columns — Gerda @ 1:26 am

De Merelman op wacht.In onze pergola heeft een Merelpaar een poging gedaan tot broeden te komen.
Twee meter vanaf het raam.
Nou, dat lijkt leuk, maar dat was het dus niet.

In het begin was het enig om te zien. De Merelman zat op de rand van de schuur en stak geen vleugel uit. Nee, hij hield toezicht, terwijl zijn echtgenote af en aan vloog en een bijzonder fraai rond nest fabriceerde. Wij verheugden ons al op het gezellige Merelkuikengepiep.
Maar helaas… wat bezielt zo’n Merel om een nest te bouwen op een zo makkelijk toegankelijke plaats als onze pergola?
De Gaaien, Eksters en Kraaien zaten als het ware likkebaardend op de dakgoot van het huis achter ons. Het paadje naar het nest met al dat lekkers lag gewoon helemaal open voor de struikrovers.
Zij legt een ei, Gaai komt het opvreten, zij legt een ei, Ekster komt het opvreten, enzovoorts enzovoorts…

Merels zijn vaak tamelijk dom in de keuze van hun nestelplaats en toch gedijt de soort prima.
Maar ja, ze broeden ook wel 4 tot 5 keer per jaar. De gemiddelde Mensenvrouw moet er niet aan denken, maar een Merelvrouw legt per jaar een ei of 30!
Niet in één keer natuurlijk.
In natte zomers, als de pieren voor het opscheppen liggen zo’n 5 keer. In droge zomers pakweg 3 keer.
De jongen vallen, als ze nog lang niet vliegvlug zijn – als regel – uit het nest en worden verder op de grond gevoerd, waar ze natuurlijk veel kwetsbaarder zijn voor katten en andere vogelliefhebbers.
Maar als elk Merelpaar (en dit geldt uiteraard voor alle vogels) slechts twee jongen grootbrengt, dan hebben ze al genoeg gedaan om de soort in stand te houden.

Tot zover het leerzame gedeelte. Hoe ging het verder met onze jonge geliefden?

Na 5 dagen hebben ze het opgegeven…
Wat ons rest is een keurig rond maar helaas leeg nestje in de pergola en wat lichtgroene resten van Het restant van een Mereleieierschaaltjes op de grond.

En het is gek, maar ik ben er best een beetje treurig van. Zij deed zo haar best heimelijk in te vliegen en hij hing bijna in ons kapsel als we ons maar in onze eigen tuin durfden te vertonen.
De enige hulp die ze kregen bij het beschermen van de vers gelegde eitjes werd aangevallen en nu zijn ze weggepest door grote boze vogels.
Maar ja, ook grote boze vogels hebben kleine babyvogeltjes die moeten eten en die hebben nu eenmaal dierlijke eiwitten nodig.
Het zal allemaal de natuur wel zijn, maar ik had die Mereltjes graag zien uitvliegen.

Nou ja, misschien volgend jaar?

Powered by WordPress