Het regent mot
Lekker een weekje vroege voorjaarsvakantie op Terschelling.
Het door ons gehuurde huisje bleek een verbouwd schuurtje in de achtertuin van een mevrouw met een enorme vogelpoep op haar schouder.
Geen van ons twee durfde haar er op attent te maken.
Het was maar goed, dat wij meestal de gehele dag op pad zijn, want het huisje was van beroerde kwaliteit. De badkamer
was rijkelijk voorzien van rottend hout. Alles was klam en schimmelig, de bedden konden bijna doorgaan voor een welgevuld ligbad, maar dan wel met ijskoud water. De keuken was duidelijk op een rommelmarkt aangeschaft, een van de deurtjes donderde soms spontaan van zijn scharnieren. Maar de spinnen waren van topkwaliteit en in elk geval groot, maar ja, ik houd nu eenmaal niet zo van spinnen. Mijn lief heeft de foto’s van diverse enorme exemplaren, die hij na het fotograferen gelukkig wel verwijderde, wijselijk pas ná de vakantie aan mij laten zien, anders had ik beslist geen oog meer dichtgedaan.
Maar niet gezeurd over huisjes en spinnen, de zon scheen, dus gingen we wandelen! Lekker de duinen in! Zo’n eerste vakantiedag dient genoten te worden.
Na een kilometer of drie lopen door overigens prachtige duinen begon het te betrekken. Vervolgens begon het héél subtiel te regenen. Je weet wel, van die miezerige motregen, waarvan je in eerste instantie denkt, och…
Tja, wat te doen? Terug of verder, de afstand maakte niet zoveel uit. Dus maar verder, wie weet zou het nog droog worden. Maar nee, het bleef maar doordruppelen. Bovendien bleek al snel, dat onze jassen niet waterdicht waren.
Terwijl het regenwater zachtjes in onze nek droop en we steeds natter en kouder werden sjokten we zwijgend in een traag doch gestaag tempo in de richting van het parkeerterrein waar ons trouwe autootje stond te wachten.
Een groot gevoel van saamhorigheid had ons bevangen. Allebei zijknat en koud tot op het bot. Wat kan een huwelijk mooier maken dan gezamenlijk leed?
Nou, geloof me, ik kan zó tientallen zaken opnoemen!
En toen kwam ons een monter stappend heerschap tegemoet in korte broek en met een grote rugtas om de schouders.
Beroerd weer, hè?
Bwoah…
Allang onderweg?
Bwoah…
Nog iets op de foto gezet?
Bwoah…
Nou, fijne dag verder!
Bwoah…
Zo’n beetje een uur na de aanvang van de bui arriveerden we bij onze Cinquecento, doornat en verkleumd tot op het
bot.
We hebben ons een beetje drooggewreven met papieren zakdoekjes. Meer dan twee waren er helaas niet voorradig. Na enige opwarmtijd zagen we de humor van het geval in en konden we weer lachen om onze treurige toestand. En om die malloot van een dappere wandelaar. Die was heel wat meer gewend dan wij, dat was wel duidelijk!
De rest van de week scheen de zon, maar waaide het als een gek. En wel zo hard, dat ik mijn gering gewicht er écht niet tegenin kon krijgen. En op de laatste dag ontdekten wij een allerprachtigst bloemetje, dat alleen op Terschelling en in Schotland blijkt voor te komen: de Gevlekte Duinorchis.
Dus krijgt Terschelling van ons een tweede kans, maar wanneer weten we nog niet.
Doe ons voorlopig maar Texel…