Het kraakt noten
Zondagmorgen, midden in de winter, het is half 9 en er is zonnig weer voorspeld.
Monter krabbelt mijn schat uit bed, steekt zijn kop door de gordijnen en zegt opgewekt: “Ja hoor, de zon schijnt!â€
Ik denk: “Ooooh shit…†en trek het dekbed nog wat verder over mijn oren. Demonstratief draai ik me nog eens lekker om.
Mijn lief zakt op de rand van het bed (en dat is géén sinecure, hoor, hij weegt 90 kilo, dus ik stijg 10 centimeter en rol vanzelf zijn kant op) en vraagt, waar we eens naar toe zullen gaan. Hoe kan iemand ‘s morgens al meteen zo actief zijn?
Ik kreun: “Koffie!!!â€
Kwart voor 9, knarsend sta ik op en strompel de trap af en gelukkig, de koffie is klaar. Sjekkie bouwen en koffie drinken en me geestelijk voorbereiden op een koude dag vogelen. Op zaterdag valt er gelukkig altijd een dikke krant mét een magazine en een berg bijlagen op de mat. Het nieuws lees ik heet van de naald, maar die bijlagen en dat magazine bewaar ik altijd voor de zondag dus dat creëert nog even uitstel. Ook ik heb immers rechten?
11 uur, ontbijt verorberd, ik heb mijn uiterste best gedaan, maar dan word ik toch meegezeuld, het veld in. Tja, zo heet dat nu eenmaal, het veld in… Deze keer blijkt het veld midden in Zeewolde te liggen, lekker landelijk (niet).
Hier moet de Notenkraker regelmatig te zien zijn.
Als we aankomen staat er al een stelletje malloten met verrekijker, telescopen en camera’s met enorme pijpen erop te speuren naar de vogel met de giga snavel. Als je in die buurt woont heb je toch elke dag wel wat te lachen! Ook de camera met de decadent grote lens van mijn lief wordt in stelling gebracht.
Ik hoor vreselijk getik, dus ik zeg wat sullig: “Daar zittieâ€, maar ja, ik heb er geen verstand van, hè, dus de meewarige blikken van “Ja hoor, tis goeoeoed…†zijn niet van de lucht.
Maar hij zit er écht wel…
Ahhh…. de voldoening!!!
Afijn, de Notenkraker is een tamelijk grote en saaie donkerbruine vogel met witte stippen, die met een enorme hoeveelheid lawaai en geweld hazelnoten aan gort hakt. Bovendien doet hij dat kennelijk bij voorkeur diep verscholen in het struikgewas, dus je vangt hooguit een glimp op van het beest.
Wat mij betreft zou het ook best een kip met een ruim bemeten snavel en rare gewoontes kunnen zijn, hoor.
Ik zie inmiddels hartstikke leuke gele vogeltjes. Sijsjes…!
En Koperwieken en Grote Bonte Spechten en een Gaai, strak in het pak met een prachtige pet op.
Maar intussen liggen mijn tenen wel zo’n beetje los in mijn schoenen van de kou en ik ben dus blij als mijn lief besluit op te stappen.
Nét ben ik weer een beetje op een schappelijke temperatuur en dan moet ik weer de auto uit om Ransuilen te gaan bekijken in een Blauwspar ergens in Bunschoten. Foto’s maken is er niet bij, want het is zondag en dit is Bunschoten, ja! Gereformeerder bestaat bijna niet en wij hebben respect voor de gevoelens en principes der autochtonen, dus niks foto.
Maar goed, ik heb de Ransuilen gezien, althans eentje en nu kunnen we naar huis.
Maar nee, eerst nog een weiland vol Kieviten en Goudplevieren. Te ver weg, dus ook weer geen foto’s. De zon neigt ter kimme, dat klinkt mooi maar het is en blijft koud.
En dan toch eindelijk naar huis, alwaar ik mijn half bevroren voeten lekker in bonten pantoffeltjes steek. Behaaglijk dicht bij de verwarming tik ik deze klaagzang.
Ik heb een heerlijke dag gehad…