Politie, sprookjes en betuttelen
Op weg naar mijn werk werd ik aangehouden door een politieagentje. Hooguit 20 was hij, eerlijk waar. Een schat van een knul, die me prees omdat ik zo netjes in de gordels zat. Toch wel heerlijk voor zo’n joch om de macht te hebben om een vrouw die zijn moeder had kunnen zijn te betuttelen.
Hij wilde ook wel graag mijn kenteken- en rijbewijs zien.
Aiaiai… ik was vandaag op pad in de auto van mijn lief en had wel mijn eigen kentekenbewijs bij me, maar niet dat van mijn lief.
Terwijl ik hem het geval uitlegde wierp hij een blik op het totaal verkeerde kentekenbewijs en meldde mij dat het allemaal helemaal perfect in orde was.
Verbluffend…
Vervolgens zou hij mij wel even terug op de weg begeleiden.
Alsof ik verdorie zelf niet in mijn spiegel kan kijken om te zien of ik veilig kan opstijgen!
Een half uur later moest ik onverwacht even naar een klant. De route daarheen loopt over diezelfde weg, maar dan de andere kant op.
En, ongelofelijk maar waar, de plaatselijke politiemacht was met gevaar voor eigen leven de straat overgestoken en ik werd weer aangehouden door datzelfde politiepiefje!
- Goedemorgen mevrouw.
- Goedemorgen jongeling, wat heb ik deze keer gedaan om je gramschap te wekken?
- Oh, oeps, u heb ik al gehad!
- Nououou… daar kan ik me anders niks van herinneren, hoor!
Hij bloosde allerschattigst. En begeleidde mij de weg op. Dat is een “stukje service, mevrouwâ€.
Welnee, dat is om je te pletter te lachen!
Enige weken later was het weer raak. Deze keer waren de aanhouders twee lieve meisjes.
En weer zat ik in de gordels, maar deze keer gewapend met mijn eigen kentekenbewijs én mijn eigen auto. Ik heb maar eens gevraagd wat nou eigenlijk de gedachte was achter die veelvuldige controles. En wat blijkt? Dat is oefening voor de leerlingen van de politieschool! Leuk hè, dat ik in zo’n project zo’n grote rol speel?
Ik heb ze veel succes gewenst en vele aanhoudingen van mevrouwen met zoveel geduld als ik.
En wéér werd ik de weg op begeleid.
Zo betuttelt jong en oud elkaar. Dat voert mij natuurlijk naar zijpaden, ik kan nou nooit eens to the point blijven.
Voorbeeldjes:
Ik doe de boekhouding voor de band van mijn zoon. Zelf hebben ze geen notie van getallen. Dat is toch schattig?
Als er iets niet goed gaat met zoonliefs computer moet mijn lief dat oplossen, want zelf weet hij er niks van. Volgens mij wil hij het niet weten ook.
En zo’n politiemanneke dat mij aanhoudt en een achterlijke fout maakt vind ik werkelijk een enorm vertederingsgehalte hebben.
Als de in Soest en omstreken wereldberoemde band van mijn zoon moet optreden willen de heren dat wij komen kijken. Nu is het voornamelijk luisteren, iets anders is niet mogelijk, maar dat is weer een ánder verhaal.
Maar áls ik kom, gaat hij achter me staan, slaat zijn lange armen om me heen en zegt zo’n beetje beschermend: Dag moedertje.
Goed, ik ben 32 centimeter kleiner en 50 kilo lichter dan hij, maar daarom hoeft hij toch niet op een dergelijk toontje tegen me te praten? Ik ben toch niet ontoerekeningsvatbaar of zo? Hij zal het beslist goed bedoelen en ik vind het eigenlijk ook wel verschrikkelijk lief, maar toch.
Moedertje… Zo noemen afgezwaaide soldaten in sprookjes stokoude vrouwtjes met takkenbossen op hun rug, die ze eigenlijk niet kunnen dragen. Maar ja, de kachel moet roken. Je weet wel, van die oude kromgetrokken vrouwtjes die in werkelijkheid goede en beeldschone toverfeeën zijn, wat natuurlijk pas blijkt als die soldaten behulpzaam aan het zeulen gaan met die loodzware takkenbossen. En dan mogen ze drie wensen doen, die allemaal vervuld worden. Om vervolgens te trouwen met de prinses en koning te worden.
Maar dat zijn sprookjes.
In het echte leven zegt mijn zoon dus bij tijd en wijle “moedertje†tegen me.
Hij draagt de boodschappen het huis in en andere zware zaken naar binnen of naar buiten, dat is uiteraard afhankelijk van waar ik de zware zaken in kwestie wil hebben. Als het regent of als het erg koud is, doet hij zelfs de boodschappen voor me. Dat soort dingen is zo zijn manier van betuttelen.
Ik ga hem wekken als hij zich dreigt te verslapen. Ik zet zijn fiets op slot als hij dat weer eens vergeten is. Als zijn sigaartjes op zijn en ik weet dat hij voor de zoveelste keer blut is koop ik een doosje Moods voor hem. Dat is zo mijn manier van betuttelen.
Hij is geen soldaat en ik ben geen fee.
Maar we rooien het wel…