Kerstverhaaltje?
Het regende en waaide vanmiddag verschrikkelijk en mijn lief had duidelijk nul komma nul zin om de zaterdagse boodschappen mee te moeten maken.
Nu vindt mijn zoon dat altijd wél een lollig evenement, dus gingen wij gezamenlijk de supermarkt bestormen.
We waren de winkel nog niet binnen of de zoon werd enthousiast begroet door een piepklein, broodmager vrouwtje van mijn leeftijd. Ze wist te melden, dat ze altijd weer blij was als ze hem zag en bond mij op het hart, dat hij een prachtig karakter heeft, een gouden hart en dat ik vooral zeer trots moet zijn op hem.
Ik maakte nog een grapje en vertelde dat hij zijn gouden hart thuis nu niet direct fanatiek manifesteert, maar daarvan schoot de mevrouw helemaal in de stress.
Half in tranen drukte zij mij nogmaals op het hart vooral zeer trots op hem te zijn!
Nu ben ik ook erg trots op hem, laat daar geen misverstand over bestaan, maar ik kon beslist niet begrijpen waarom die mevrouw er nu zo aan hechtte dit gevoel aan mij op te dringen.
Mijn zoon wilde er duidelijk niet écht over praten, al zei hij nog wel, dat dit alles erg goed was voor zijn ego.
Na enig aandringen vertelde hij later in de auto dan toch het achterliggende verhaal.
Hij moest op een dag de winkel afsluiten en hoorde wat vreemde geluiden op het parkeerterrein, waarop hij even ging kijken wat er aan de hand was.
Buiten zag hij dat de kleine mevrouw in kwestie door drie opgeschoten jongens in elkaar werd geslagen.
Zijn woorden: Ik ben er toen maar tussen gesprongen.
Hij heeft haar meegenomen naar binnen, een glaasje water gehaald, een kopje koffie voor haar gezet en de politie gebeld. Hij is samen met haar naar het politiebureau gegaan om aangifte te doen.
Ik heb geweldig veel respect voor dit kind van mij.
Dat al die stoere bravoure gewoon zomaar drie jongens aanspreekt op hun belachelijk wangedrag, met alle risico’s van dien.
Hoe groot kan een moederhart groeien?
Ik begrijp nu waarom die mevrouw zo vreselijk graag wil dat ik trots op hem ben en ik ben blij, dat ik dit verhaal nu ken.
Zonder die ontmoeting in de winkel zou hij het waarschijnlijk nooit verteld hebben.
En als ik er verder over nadenk, begrijp ik die mevrouw ook steeds beter.
Je wordt door drie halve gekken in elkaar geslagen, om de stompzinnige reden dat je door bijwerking van medicijngebruik overtollig haargoei in je gezicht hebt.
Je weet je geen raad van angst en dan, uit het niets, staat er een twee meter hoog en breed obstakel tussen jou en je kwelgeesten, die de “heren” maant: Opflikkeren, bengels!
Wat de bengels vervolgens gelukkig ook deden. Haar opluchting moet wel enorm zijn geweest.
Ik begrijp haar bijna-tranen opeens en ontroerd schiet ik ook een beetje vol.
Ook begrijp ik haar drang om iets terug te doen. Al was het maar de moeder van haar redder in nood te verplichten tróts te zijn op haar zoon!
Maar ja, de schat is al mijn trots en glorie…